cross

(2hv) H2 rivieren van ijs paragraaf 2 deel 1

Planning:
  • Introductie
  • Uitleg: paragraaf 1 H2 ontstaan en einde gletsjers + B86, B87 blz. 26
  • maken opdracht 1 t/m 5 paragraaf 4 blz. 26/27
  • nabespreken paragraaf 2
  • afsluiting
aan het einde van de les kan/weet je:
  • wat gletsjers zijn
  • hoe gletsjers bijdragen aan de afbraak en opbouw van het landschap
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
Aardrijkskundehavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Planning:
  • Introductie
  • Uitleg: paragraaf 1 H2 ontstaan en einde gletsjers + B86, B87 blz. 26
  • maken opdracht 1 t/m 5 paragraaf 4 blz. 26/27
  • nabespreken paragraaf 2
  • afsluiting
aan het einde van de les kan/weet je:
  • wat gletsjers zijn
  • hoe gletsjers bijdragen aan de afbraak en opbouw van het landschap

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

uitleg/aantekeningen

Slide 3 - Tekstslide

Ijstijden 
  • Glaciaal = ijstijd = periode waarin er meer sneeuw valt en aangroeit dan er weg smelt
  • Interglaciaal = een warme periode waarin er meer sneeuw smelt dan er aangroeit 

Slide 4 - Tekstslide

Ontstaan gletsjer
  • In de kommen van de bergen verzamelt zich sneeuw: firnbekken
  • De sneeuw blijft hier liggen en ontdooit een beetje en bevriest weer --> wordt firn
  • Er stapelt zich steeds meer sneeuw op in de firnbekken.
  • Door de hoge stapel, ontstaat er veel druk op de onderste lagen.
  • Door de druk wordt de sneeuw samengeperst tot ijs

Slide 5 - Tekstslide

Ontstaan gletsjer
  • De strook ijs die hierdoor ontstaat noemen we een ijstong. Deze kan langzaam gaan schuiven. 
  • De firnbekken en het ijs samen vormen de gletsjer

Slide 6 - Tekstslide

Gletsjers bewegen
  • Gletsjers blijven niet op dezelfde plek liggen
  • De onderkant smelt vaak een beetje, waardoor hier wat smeltwater loopt
  • Hierdoor glijdt de gletsjer langzaam naar beneden
  • Toch wordt de gletsjer nooit zo lang dat het hele dal onder het ijs komt te liggen
  • Hoe komt dat?

Slide 7 - Tekstslide

Gletsjers bewegen
  • Tijdens het schuiven nemen gletsjers veel materiaal mee
  • Grote rotsblokken worden hierdoor verplaatst
  • --> erosie
  • Hierdoor veranderen gletsjers het landschap waar ze zich doorheen verplaatsen

Slide 8 - Tekstslide

U-dal (erosie)
V-dal (erosie)

Slide 9 - Tekstslide

Gletsjertunnel

Gletsjerpoort

Gletsjerrivier

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

zelfstandig werken
lezen paragraaf 2 H2 ontstaan en einde gletsjers + B86, B87
maken opdracht 1 t/m 5 paragraaf 2 H2
gebruik hierbij:
  • tekstboek blz. 26
  • werkboek blz. 26/27
stoplicht: Rood = stil lezen en werken. Oranje = fluisteren als je wilt overleggen. Groen = normaal praat niveau met werken
timer
5:00

Slide 12 - Tekstslide

herhalen/nabespreken

Slide 13 - Tekstslide

Hoe ontstaat firn?
A
In de ijstijd valt veel neerslag. Dat is firn.
B
In de ijstijd valt veel sneeuw. De sneeuw ontdooit en bevriest en verandert in de jaren in firn.
C
Firn is korrelachtige, overjarige en ijsachtige sneeuw

Slide 14 - Quizvraag

Hoe noem je de periode tussen 2 ijstijden in?
A
glaciaal
B
interglaciaal

Slide 15 - Quizvraag

Een V-dal is ontstaan door een ....
A
gletsjer
B
rivier

Slide 16 - Quizvraag