CSE SPAANS TIPS

Algemene tips CITO-examen
  • Nieuwe layout van het examen. Voorbeeld op examenblad.nl.
  • Je mag op je opgaven en in de teksten schrijven/markeren. Doe dit! Het helpt je om gerichter te lezen.
  • Antwoordblad altijd volledig invullen. Desnoods gokken.
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Algemene tips CITO-examen
  • Nieuwe layout van het examen. Voorbeeld op examenblad.nl.
  • Je mag op je opgaven en in de teksten schrijven/markeren. Doe dit! Het helpt je om gerichter te lezen.
  • Antwoordblad altijd volledig invullen. Desnoods gokken.

Slide 1 - Tekstslide

¿QUÉ QUIERE EL CITO?

1. GROTE LIJN zien in het verhaal
2. SIGNAALWOORDEN
                       a. herkennen, en kunnen invullen
                       b. analyseren (weten wat de functie van zo’n signaalwoord is)
3. EXPERTS. Bij interviews: de meningen van deze mensen snappen en weergeven
4. VOORBEELDEN herkennen en weergeven
5. SCANNEN van een tekst met maar één of twee vragen

Slide 2 - Tekstslide

OBSERVACIONES GENERALES (5)

  • Duur: tweeënhalf uur (150 minuten)
  • Circa 50 punten te behalen -> 3 minuten per te behalen punt.
  • Het opzoeken van een woord in het woordenboek kost 1 minuut. -> Noteer de vertaling meteen in de kantlijn. 
  • Examen is opgebouwd in moeilijkheidsgraad.
  • Je kunt de teksten in willekeurige volgorde maken. Sla je een tekst voorlopig over? Altijd controleren of je overal antwoord hebt ingevuld!

Slide 3 - Tekstslide

TIPOS DE TEXTOS

1. Artículo de fondo (Achtergrondartikel)
2. Entrevista (Interview)
3. Manual (handleiding, kookrecept e.d.) -> vaak als scantekst
4. Carta al director (Brief naar de redactie van een krant) -> meestal met 1 of 2 vragen naar de bedoeling/mening/emotie van de schrijver

Zorg dat je de Spaans vraagstelling goed begrijpt. 
Leer de voorbeeldvragen in Libro de referencia, bij het onderdeel 'Leesvaardigheid'.

Slide 4 - Tekstslide

TIPOS DE PREGUNTAS (4)

  • Gesloten vraag (abcd, kan ook een gatenvraag zijn)
  • Gatenvraag: lees het stukje ervóór en erna -> bepaal het verband -> bepaal daarna je antwoord
  • Waar / niet waar (= beweringenvraag) -> levert relatief weinig punten op.
  • Open vragen -> 


Slide 5 - Tekstslide

TIPOS DE PREGUNTAS: open vragen (4)

  • In het Nederlands beantwoorden, tenzij anders aangegeven.
  • Denk niet te ver door, het gaat erom dat je snapt wat er staat. Het gaat niet om vergaande interpretaties.
  • Precies het aantal voorbeelden geven dat gevraagd wordt. Niet meer!
  • Scanvraag: zo ja / zo nee -> Citeer exact datgene wat wordt gevraagd. Als wordt gevraagd 'de eerste twee woorden van de zin' te noteren, noteer dan bijvoorbeeld niet de kop van dat stukje.

LET OP: Geef GEEN ongevraagde informatie. 
  • Je hebt de kans dat je daar een fout in maakt, waardoor duidelijk wordt dat je de tekst niet goed hebt begrepen.

Slide 6 - Tekstslide

VOLGORDE + WOORDENBOEK (4+2)
1. Begin met je te oriënteren op de tekst (plaatjes, titels, koppen, voetnoten)
2. Lees daarna de vragen die in het Nederlands zijn gesteld -> je krijgt een beeld van de inhoud.
3. Zorg dat je de titels, koppen en vragen goed begrijpt. 
     Zoek een woord zonodig op in het woordenboek + noteer vertaling in de kantlijn !!!
                                      Let op: de ñ is in sommige woordenboeken een aparte letter, pas NA de n.
4. Daarna de vragen van boven naar beneden behandelen. 

VEEL TEKST, WEINIG TIJD? 
  • Let op opvallende woorden, schuingedrukte woorden.
  • Gebruik ELZA (eerst zin + laatste zin v.d. alinea). Daar staat vaak de essentie van de alinea. Soms staat de essentie niet in de eerste zin, maar in de tweede zin.

Slide 7 - Tekstslide

Multiple choice

Bij multiple-choice: Antwoord-opties staan in alfabetische volgorde zodat je makkelijker kan zoeken. Voorbeeld:
                    ¿Qué palabra falta en la línea 48?
                          A adaptarse
                          B engañar
                          C escapar
                          D limitarse


Slide 8 - Tekstslide

Correctievoorschrift open vraag
  • 3.3 indien een antwoord op een open vraag niet in het beoordelingsmodel voorkomt en dit antwoord op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel
  • 3.4 indien slechts één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerstgegeven antwoord beoordeeld;
  • 3.5 indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal;
  • 3.6 indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven

VAKSPECIFIEK: 
  1. Open vragen dienen in het Nederlands beantwoord te worden, tenzij uit de vraagstelling blijkt dat het antwoord in de vreemde taal mag of moet staan. Indien toch de vreemde taal is gebruikt, worden aan het antwoord 0 scorepunten toegekend.
  2. Met taalfouten wordt in de beoordeling geen rekening gehouden.

Slide 9 - Tekstslide

COMENTARIOS PRÁCTICOS

  1. Denk goed na: WEL /  NIET de gehele tekst lezen?
  2. ALTIJD voor het lezen van de tekst naar de vragen kijken + oriënteren op de tekst.
  3. TIPS: 
  • 1. Lees de vraag eerst zonder de opties. 
  • 2. Kijk daarna in de tekst en bedenk hoe je de vraag zelf zou beantwoorden. 
  • 3. Kies het meest passende antwoord (bij multiple-choice) of formuleer zorgvuldig (bij open vraag)

Slide 10 - Tekstslide

Welke van de tips ga jij onthouden voor jouw examen?

Slide 11 - Open vraag