chromatografie- scheidingsprincipes

Scheidingsprincipes
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Scheidingsprincipes

Slide 1 - Tekstslide

Scheidingsprincipes
De afremming van een stof tijdens zijn reis door een kolom kan verschillende oorzaken hebben. Het zijn de verschillen in molecuuleigenschappen die voor de scheiding belangrijk zijn. Waar wij naar gaan kijken:
- verdeling (oplosbaarheid)
- adsorptie
-ionlading
- molecuulgrootte 

Slide 2 - Tekstslide

Verdeling
De component lost enigszins in de stationaire fase op. Lost een component weinig op, dan komt hij sneller uit de kolom dan een component die goed in de stationaire fase oplost. 
Bij de verdeling door chromatografie voldoen de evenwichtsconcentraties in de stationaire en mobiele fase aan de volgende betrekking:
K= cs / cm

Slide 3 - Tekstslide

K= cs / cm > K staat voor verdelingscoëfficiënt. Waar staan de cs en cm voor?
A
concentratie oplosmiddel stationaire fase
B
concentratie component stationaire fase
C
concentratie oplosmiddel mobiele fase
D
concentratie component mobiele fase

Slide 4 - Quizvraag

Verdeling
De verdelingscoëfficiënt is een maat voor het evenwicht tussen de concentratie van de onderzochte component in de stationaire en de mobiele fase. 
a) component lost goed op= K groot
b) component lost niet goed op = K is klein 

Slide 5 - Tekstslide

HPLC en GLC
In zowel HPLC en GLC is verdeling het belangrijkste scheidingsprincipe. In beide gevallen is de vloeistof een uiterst dunne laag die vasthecht aan het dragermateriaal in de kolom. In de meeste gevallen is dit vloeistoflaagje chemisch gebonden op de silicagel (BPC)

Slide 6 - Tekstslide

Schrijf de afkortingen HPLC en BPC volledig uit!

Slide 7 - Woordweb

Adsorptie
Adsorptie is fysisch of chemische aanhechting van de te scheiden componenten aan de stationaire fase. De een soort moleculen wordt sterker gebonden en dus afgeremd dan de andere soort.

Slide 8 - Tekstslide

Polariteit
De aanhechting aan de stationaire fase is meestal een kwestie van polariteit. Polaire interacties en waterstofbruggen zijn de belangrijkste bindingen tussen de component en de stationaire fase. Een apolaire stof zal op een apolair adsorbens sterk vertraagd worden als het eluens polair genoeg is.

Slide 9 - Tekstslide

Een ....... stof zal op een ........ adsorbens sterk vertraagd worden als het eluens ..... genoeg is. (apolair of polair?)

Slide 10 - Open vraag

Adsorptie
Het is bijna altijd een ongewenst bijverschijnsel. Adsorptie leidt dan meestal tot tailing. Dat wil zeggen: er ontstaat een staart achter de component van te sterk vertraagde moleculen. 

Slide 11 - Tekstslide

Ionenwisseling
Bij ionenwisseling zijn het geladen deeltjes die door onderlinge aantrekking of afstoting de scheiding geven. De stationaire fase bestaat uit dragermateriaal met ionen. Negatieve ionen of positieve. In het geval van een zuur spreken we over een zure ionenwisselaar of kationenwisselaar, want het zijn de positieve ionen die onderling worden verwisseld.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Aminozuren
Aminozuren worden veel gemeten. Dat kan goed door middel van een ionenwisselaar. Aminozuren zijn in een waterige oplossing zelf geladen, afhankelijk van de pH. Alleen als de pH van de oplossing gelijk is aan het iso elektrisch punt (IEP)  van het aminozuur, zijn de moleculen gemiddeld ongeladen.

Slide 14 - Tekstslide

Een kationenwisseling is met .... ionen en een anionenwisseling is met .... ionen. (positieve of negatieve)

Slide 15 - Open vraag

IEP
De twintig belangrijkste aminozuren verschillen onderling door de zijketen 'R'. In deze zijketen kan ook nog een zure of basische groep voorkomen. ook hierdoor verschillen de IEP's van de aminozuren.

Slide 16 - Tekstslide

Schrijf de afkorting IEP volledig uit.

Slide 17 - Woordweb

Molecuulgrootte
componenten kunnen soms gescheiden worden door verschil in molecuulgrootte. Kleine moleculen worden vertraagd. grote moleculen niet. 
de stationaire fase bestaat uit zeer fijn poreus materiaal. Kleine moleculen kunnen doordringen in de holtes van het materiaal en blijven daardoor meer achter. 

Slide 18 - Tekstslide

Moleculaire uitsluiting
Afhankelijk van de uitvoeringsvorm spreekt men over: gelpermeatie, gelfiltratie of molecuulzeef. De Engelstalige literatuur spreekt over 'molecular exclusion'. 

Slide 19 - Tekstslide

Gelpermeatie, gelfiltratie of molecuulzeef. Maak groepjes en zoek informatie op over 1 van deze onderwerpen.

Slide 20 - Open vraag

Willen jullie meer samenwerkingsopdrachten of juist zelfstandige opdrachten?

Slide 21 - Open vraag