Unit 7 Selftest F en verder

Hello!
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hello!

Slide 1 - Tekstslide

Selftest F en verder

Slide 2 - Tekstslide

F = Possesive pronouns
This is my car  --> This car is mine 

He is your brother --> that brother is yours 

That book is from him --> that book is his

Slide 3 - Tekstslide

Bezit
  • my, your, his, her, its, our, your, their
  • mine, yours, his, hers, ours, yours, theirs
 
examples
  • That is my dog - Dat is mijn hond
  • That dog is mine - Die hond is van mij
  • This is our food - Dit is ons eten
  • This food is ours - Dit eten is van ons

Slide 4 - Tekstslide

Possessive pronouns
= bezittelijke voornaamwoorden

Deze woorden geven aan dat iets van iemand is (bezitting) 

Je kunt op 2 manieren zeggen dat iets van jou of iemand anders is 
--> 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Give _____ phone back, right now! (Tom)
A
My
B
Your
C
His
D
Theirs

Slide 7 - Quizvraag

Is this cup________?
A
your
B
yours

Slide 8 - Quizvraag

The coffee is ______
A
my
B
mine

Slide 9 - Quizvraag

He lives in _______ house
A
her
B
hers

Slide 10 - Quizvraag

Don't stand on ______ foot!
A
my
B
mine

Slide 11 - Quizvraag

Where is (I) ______ book?

Slide 12 - Open vraag

She goes to school with (she) _______ brother

Slide 13 - Open vraag

(I) _______ husband and I want to go to Paris

Slide 14 - Open vraag

G
Plaats voor Tijd

Slide 15 - Tekstslide

Word Order
Dichtbij            Verweg
Enkelvoud          This                    That

Meervoud          These                Those
Een Engelse zin heeft (bijna) altijd dezelfde volgorde.

Slide 16 - Tekstslide

Word Order
Dichtbij            Verweg
Enkelvoud          This                    That

Meervoud          These                Those
Nederlands:  Ik ging vorig jaar naar Londen.
                          Ik ging naar Londen vorig jaar.

Engels:           I went last year to London.
                          I went to London last year.
                           
PLAATS VÓÓR TIJD

Slide 17 - Tekstslide

Wat is de juiste woordvolgorde?
A
Plaats dan tijd
B
Tijd dan plaats

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de juiste woordvolgorde?
every evening – I – to the park – take our dogs – .

Slide 19 - Open vraag

Wat is de juiste woordvolgorde?
he – going to Australia – next month – Is – ?

Slide 20 - Open vraag

Put the words in brackets (tussenhaakjes) in the correct order

My aunt (tomorrow / to the hospital / is going)

Slide 21 - Open vraag

Put the words in brackets (tussenhaakjes) in the correct order

They (to Italy / in two years / want to go)

Slide 22 - Open vraag

Put the words in brackets (tussenhaakjes) in the correct order

(James /coffee / at AH To Go /buys / everyday)

Slide 23 - Open vraag

Selftest H (zinnen vertalen)

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Link