Stevigheid en beweging (H13)

Stevigheid en beweging (H13)
samenwerking tussen het skelet en het spierstelsel

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuur en techniekMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 36 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Stevigheid en beweging (H13)
samenwerking tussen het skelet en het spierstelsel

Slide 1 - Tekstslide

werking spierstelsel
het skelet
weefsels en verbindingen

Slide 2 - Tekstslide

stevigheid en beweging
In het lichaam werken het skelet en het spierstelsel samen met elkaar. Hierdoor kun je bewegen, maar ook gewoon zitten en staan. Deze houdingsspieren zijn sterk en worden niet snel moe. Wanneer je ze te weinig gebruikt, neemt hun kracht af en worden ze korter. Hierdoor kunnen houdingsafwijkingen ontstaan die weer klachten kunnen veroorzaken. Je kunt deze spieren wel trainen.

Slide 3 - Tekstslide

Spierstelsel
-Spieren en pezen
-Alle spieren samen vormen spierstelsel

Slide 4 - Tekstslide

Spierstelsel
  • Alle spieren in je lichaam samen, noemen we het spierstelsel
  • Spieren werken samen om te kunnen bewegen. 
  • Spieren die elkaars werking "opheffen" zijn bijvoorbeeld armbuigspier en de armstrekspier. 
  • Dit noemen we antagonisten.

Slide 5 - Tekstslide

Spierstelsel
Spieren 

Slide 6 - Tekstslide


Je gezichtsspieren hebben verschillende functies:
- 'emotionele'spieren
- praktische spieren

Slide 7 - Tekstslide

De werking van spieren
Wat gebeurt er met een spier als je hem aanspant?
Hij wordt korter en dikker.


Slide 8 - Tekstslide

Bouw en werking van spieren

Slide 9 - Tekstslide

Pezen en spieren
  • Pezen hechten zich aan (uitsteeksels van) botten
  • aanhechtingsplaats bepaalt de richting van de beweging
  • Achillespees verbindt hielbeen met de kuitspier. Bij het samentrekken van de kuitspier, gaat het hielbeen naar boven. 

Slide 10 - Tekstslide

werking spier
Spiervezels trekken alleen samen als ze een impuls (elektrisch stroompje) krijgen via het zenuwstelsel. 
Eén zenuw loopt meestal naar meerdere spiervezels toe. Zo'n zenuw wordt een bewegingszenuw genoemd. 
Hoe meer spiervezels samentrekken, hoe groter de kracht van de spier. Door training neemt het aantal spiervezels ook toe en pezen worden sterker. 

Slide 11 - Tekstslide

skelet mens
  • Het skelet van een volwassen 
mens bestaat uit 206 botten! 
Heeft een baby meer of minder botten?

Slide 12 - Tekstslide

Stevigheid en beweging
  • Noteer de namen van de botten 1 t/m 14
  • je mag samenwerken...
timer
2:00

Slide 13 - Tekstslide

Stevigheid en beweging
Controleer je antwoorden.
Welke onderdelen staan er wel genummerd in de vorige dia en vind je niet hier en andersom?

Slide 14 - Tekstslide

   Het skelet      
 
De functies van het skelet  zijn: 
  • Stevigheid
  • Vorm
  • Bescherming organen
  • Beweging (aanhechting spieren)
  • Vorming van rode en witte bloed-
lichaampjes in rood beenmerg 

Slide 15 - Tekstslide

Het skelet van de mens.


Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Weefsel
  • Het skelet bestaat uit
  • Botweefsel



  • Kraakbeenweefsel

Slide 18 - Tekstslide

Kraakbeen
Beschadigd kraakbeenweefsel kan niet herstellen. Er is geen bloedtoevoer naar het weefsel.

Slide 19 - Tekstslide

kraakbeenweefsel
botweefsel
2 type weefsels in onze skelet

Slide 20 - Tekstslide

Twee typen weefsels in skelet
  • Beenweefsel bevat veel kalkstof en lijmstof. De cellen liggen in een cirkel. In het midden loopt een bloedvat.
  • Kraakbeen bevat geen bloedvaten. Kraakbeen is erg soepel.
  • Kalkstof geeft stevigheid, lijmstof maakt het wat buigzaam.

Slide 21 - Tekstslide

Beenverbindingen
Botten in je lichaam zijn met elkaar verbonden. Dit noem je de beenverbindingen. Er zijn vier soorten beenverbindingen. 

Slide 22 - Tekstslide

Beenverbinding door kraakbeen
Beenverbinding door gewrichten

Slide 23 - Tekstslide

Beenverbinding door vergroeiing
Beenverbinding door een naad

Slide 24 - Tekstslide

Beenverbindingen

Slide 25 - Tekstslide

Soorten gewrichten
scharnier (knie/ elleboog)
zadel (vingerkootjes)
rol (tussen ellepijp en spaakbeen)
kogel (heup en schouder)

Slide 26 - Tekstslide

Wervelkolom
  • Je wervelkolom bestaat uit een 'dubbele S-vorm'
  • Voor het veren van de wervelkolom.



Slide 27 - Tekstslide

De wervelkolom
wervelkolom= wervels + heiligbeen + staartbeenn

Slide 28 - Tekstslide

De wervelkolom

Slide 29 - Tekstslide

Goede lichaamshouding
Manier waarop je zit/staat
Voorkom een hernia

Slide 30 - Tekstslide

Hernia

Een tussenwervelschijf

steekt uit en duwt tegen
een zenuw.

Dit veroorzaakt pijn.


Oorzaak: verkeerde belasting

van de rug

Slide 31 - Tekstslide

 Hernia

  • Kraakbeenschijf puilt uit

  • Drukt op zenuwen

  • Operatie is soms een oplossing

Slide 32 - Tekstslide

Spierscheuring en botbreuken

Slide 33 - Tekstslide

Botbreuken

Slide 34 - Tekstslide

Open botbreuk
Gesloten Botbreuk

Slide 35 - Tekstslide

Terugblik opdracht 
Bespreek je antwoorden met je buurman/buurvrouw. 
In het skelet komen twee soorten weefsels voor.
1) Benoem wat de naam is van weefsel 1 en van weefsel 2
2) Leg uit waaruit de tussencel stof bestaat van weefsel 1 en 2
3) Leg uit wat de functie van kalkzout en van lijmstof is.
1
2
timer
2:00

Slide 36 - Tekstslide