Paradigma's aanleren voor ll thuis

Lesidee van website M&P
nu geschikt gemaakt voor online lesgeven.
Leesteksten gedeeld via It's Learning
https://www.maatschappijenpolitiek.nl/wp-content/uploads/2017/06/MP1704_lesmateriaal.pdf
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Lesidee van website M&P
nu geschikt gemaakt voor online lesgeven.
Leesteksten gedeeld via It's Learning
https://www.maatschappijenpolitiek.nl/wp-content/uploads/2017/06/MP1704_lesmateriaal.pdf

Slide 1 - Tekstslide

De volgende les is heel waardevol, maar doordat je en in It's learning moet lezen en met een code meedoet aan de lessonup is het belangrijk om te kijken of dit wel goed werkt en ook om elkaar tips te geven hoe dit het makkelijkst kan. Hiervoor heb ik jullie allemaal nodig.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

OPDRACHT 1 | Hoe kijken sociale wetenschappers naar de problematiek van zwervers?
Opdracht 1.1
Kijk naar bovenstaande foto van een zwerver in Nederland, een land dat behoort tot de tien rijkste landen ter wereld als je kijkt naar
het netto vermogen per hoofd van de bevolking. Maar kijk naar dit beeld als sociale wetenschapper. Schrijf op wat je ziet door de
bril van een sociale wetenschapper? Aan het eind van de startlessen komen we terug op wat je hier hebt opgeschreven. 

Slide 4 - Tekstslide

Schrijf hier je antwoord op 1.1

Slide 5 - Open vraag

Opdracht 1.2
Hieronder zijn vier uitspraken te lezen. Plaats het cijfer van de uitspraak op de juiste plaats in het kwadrant bij consensus, conflict,
structuur of actor.
Uitspraak 1 De sociale werkelijkheid gaat uit van het individuele handelen van individuen of groepen; handelen heeft een sociaal karakter omdat het altijd op anderen is gericht; de sociale werkelijkheid is als een voortdurende verknoping van individuele
handelingen.

Uitspraak 2 De sociale werkelijkheid wordt gezien als een zelfstandige entiteit (iets wat een bestaan heeft) die van buitenaf en op een onontkoombare wijze vormgeeft aan het individuele handelen, motieven en verwachtingen. Het sociale is iets objectiefs en dwingends (zoals taal). 

Uitspraak 3 De sociale werkelijkheid (het sociale) is een toestand van evenwicht, stabiliteit (orde) en continuïteit.

Uitspraak 4 De sociale werkelijkheid is altijd tegenstelling en
strijd. De samenleving is een arena waarin groepen en individuen voortdurend strijd om de beschikbare middelen leveren, vol van pogingen van de ene groep om de andere groep te  verheersen. 
De samenleving bestaat uit een waaier van
maatschappelijke conflicten: actuele, potentiele, manifeste (zichtbare) of latente (onzichtbare).

Slide 6 - Tekstslide

OPDRACHT 2 | Hoe wordt er vanuit paradigma’s naar sociale ongelijkheid gekeken?

Opdracht 2.1.1
Lees het artikel ‘Zonder verliezers geen winnaars’(zie kader).2 In dit artikel bespreekt sociologe Judith Elshout haar onderzoek naar
zelfrespect in een meritocratische samenleving. Daarnaast bespreekt ze verschillende visies op sociale ongelijkheid.
In het artikel worden uitspraken gedaan die het micro- of het macroniveau betreffen. Noteer bij elk niveau een citaat. Leg uit waarom dit citaat bij het gekozen niveau past.

Slide 7 - Tekstslide

Vul de sleepvraag in bij de docent

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Een citaat op microniveau + de uitleg waarom het past.

Slide 10 - Open vraag

Een citaat op macroniveau + de uitleg waarom het past.

Slide 11 - Open vraag

Opdracht 2.2.
In het artikel zijn uitspraken gedaan die je zou kunnen indelen in het kwadrant van opdracht 1. Noteer in elke cel in het kwadrant
één uitspraak (citaat) uit het artikel. 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Citaat voor kwadrant 1 Conflict/structuren (conflictparadigma)

Slide 14 - Open vraag

Citaat voor kwadrant 2 Consensus/structuren (functionalisme-paradigma)

Slide 15 - Open vraag

Citaat voor kwadrant 3 Conflict/Actoren (rationele-actor-paradigma)

Slide 16 - Open vraag

Citaat voor kwadrant 4 consensus/actoren (sociaal-constructivisme paradigma)

Slide 17 - Open vraag

Opdracht 2.3
Citaten uit het artikel heb je in de matrix gezet. Ga nu per citaat na of het ook bij het paradigma zou kunnen horen, dat in dezelfde
cel staat. Geef argumenten waarom dit citaat bij het paradigma past. In onderstaand schema vind je al één ingevuld voorbeeld:
Let op dit is citaat 2 (niet 1)

Slide 18 - Tekstslide

Geef voor citaat 1 aan of het bij het conflictparadigma past. (conflict/structuren)

Slide 19 - Open vraag

Geef voor citaat 2 aan of het bij het functionalisme-paradigma past. (consensus/structuren)

Slide 20 - Open vraag

Geef voor citaat 3 aan of het bij het rationele-actor-paradigma past. (conflict/actoren)

Slide 21 - Open vraag

Geef voor citaat 4 aan of het bij het sociaal-constructivisme paradigma past. (consensus/actoren)

Slide 22 - Open vraag

Hoe samenwerken? Ideeen?
OPDRACHT 3
Ga terug naar Opdracht 1.
Bekijk wat je buurman/buurvrouw heeft opgeschreven over de foto van de zwerver.
Wat herken je in zijn/haar beschrijvingen:
• Is de beschrijving meer vanuit het micro- of macroniveau?
• Is de beschrijving meer gericht op consensus of meer op conflict?
• Welke paradigma is mogelijk te herkennen in deze beschrijving?
• Laat je buurman/buurvrouw checken of jouw herkenning klopt.
Leg - bij verschil van mening - het voor aan een andere klasgenoot.

Slide 23 - Tekstslide