H3.3 gemeentelijke belastingen

Gemeentelijke BELASTINGEN
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
Leisure Operationeel ManagementMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Gemeentelijke BELASTINGEN

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Gemeentelijke belastingen:
  • Algemene belastingen
Onroerend zaakbelasting
Toeristenbelasting
Parkeerbelasting
  • Bestemmingsbelasting
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
  • Retributies
Legeskosten voor vergunningen of paspoorten


  • Onroerend zaakbelasting is een % van de getaxeerde waarde van onroerend goed
  • Toeristenbelasting = p.p.p.n.
  • Precariobelasting gebruik openbare gemeentegrond (terras, bloemenstal)
  • Reclamebelasting aankondigingen op de openbare weg
  • Vermakelijkheidsretributie (belasting voor vermaak, in AMS bijvoorbeeld rondvaarten)
  • Parkeerbelasting, betalen voor het parkeren van auto's
  • Algemene belastingen zijn géén bestemmingsbelastingen 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Link

Slide 6 - Link

Slide 7 - Link

Voorbeeld onroerend zaakbelasting

Woning heeft een WOZ waarde van 275.000 Euro.
Tarief is 3,04 Euro per 2500,- Euro
275.000/2500,- = 110 * 3,04 = 334,- Euro

of

Tarief OZB in 
Maastricht is  0,1350 % van de WOZ waarde.
Woning heeft een waarde van 275.000 Euro.
275.000 * 0,1350% = 371,25 Euro

Slide 8 - Tekstslide

Welke belasting is geen gemeentelijke belasting
A
Toeristenbelasting
B
Parkeerbelasting
C
Omzetbelasting
D
Precario

Slide 9 - Quizvraag

I Het tarief van de Toeristenbelasting schrijft de rijksoverheid voor.
II Legeskosten voor een bouwvergunning noemt men ook wel retributie
A
I is juist
B
II is juist
C
I en II zijn juist
D
I en II zijn onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Welk voorbeeld is géén bestemmingsbelasting?
A
Toeristenbelasting
B
Rioolheffing
C
Afvalstoffen heffing
D
Legeskosten paspoort

Slide 11 - Quizvraag

Wet milieubeheer
Juridische gereedschapskist om het milieu te beschermen. Algemene regels voor milieubeheer.
Een groot aantal "oude"wetten zijn ondergebracht in de Wet milieubeheer. Denk aan de wet geluidshinder, wet verontreiniging oppervlaktewater, Bodembescherming enz.
Een recreatiebedrijf heeft een milieuvergunning nodig bij de volgende situaties:
gebruik van een Elektromotor (meer dan 1,5 kilowatt), opslag gas (propaan, butaan), chlooropslag (zwembad), opslag afvalwater, bedrijfsmatig houden van dieren (kinderboerderij, manege), drie of meer speelautomaten, horeca (restaurant, snackbar), windturbine

Slide 12 - Tekstslide

Lozingenbesluit bodembescherming
50 kuub water verbruik, dan spreekt men van een Lozingseenheid
Beperkte lozing is < dan 10 lozingseenheden (10 * 50 kuub) = 10*50*1000 liter = 500.000 liter
Loost een recreatiebedrijf op het riool, dan geen probleem.
Geen riool dan kijkt men naar (zie tabel pagina 90)
1.  afstand tot het riool 
2. hoeveelheid afvalwater
Inwonerequivalent = per dag gebruik 120-130 liter water * 365 dagen = 45.000 tot 50.000 liter

Slide 13 - Tekstslide