Oefentoets Gaswisseling, Spijsvertering en transport

Vandaag
  • Oefenen met vragen
  • Oefenen met anatomie
  • Oefenen met examen vragen 
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologySecondary Education

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
  • Oefenen met vragen
  • Oefenen met anatomie
  • Oefenen met examen vragen 

Slide 1 - Tekstslide

Anatomie
Wijs in de volgende foto aan hoe de onderdelen heten.
Benoem de:
Linker- / Rechterkamer
Linker- / Rechterboezem
Onderste en bovenste Holle ader
Aorta
Longader en longslagader

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

De longslagader loopt van ... naar ...
A
het hart naar de longen
B
De longen naar het hart
C
van de longen naar de maag
D
van de darm naar de lever

Slide 4 - Quizvraag

De longslagader bevat zuurstofrijk/zuurstofarm bloed
A
Zuurstofarm
B
Zuurstofrijk

Slide 5 - Quizvraag

De longslagader splitst zich bij de longen in kleine bloedvaten. Hoe heten deze bloedvaten?
A
Poortader
B
Aders
C
Slagaders
D
Haarvaten

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een belangrijk kenmerk van haarvaten?

Slide 7 - Open vraag

Noem twee belangrijke verschillen tussen aders en slagaders die te maken hebben met de bouw van het vat.
A
Zuurstofrijk / zuurstofarm
B
Kleppen en Dikte
C
Naar het hart / naar het hart
D
Rood / blauw

Slide 8 - Quizvraag

Welk bloedvat heeft een dikkere wand?
A
Slagaders
B
Aders
C
Haarvaten

Slide 9 - Quizvraag

Waarom hebben slagaders een dikkere wand?

Slide 10 - Open vraag

Bron 1
Spataders komen meestal voor in de benen.
Ze zijn te zien als opgezwollen, blauwe bloedvaten die
door de huid heen schijnen.
Spataders ontstaan door veranderingen in de wand van
de aders en door niet goed werkende kleppen in die
bloedvaten.
Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van
spataders zijn: erfelijke aanleg, altijd veel zitten of staan
en overgewicht. Ook hormonen die gemaakt worden door
de eierstokken vergroten de kans op spataders.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

In de onderstaande afbeelding zijn een slagader en een ader weergegeven.

Welke tekening geeft een ader weer? Leg uit waaraan je dat in de tekening kunt zien.

A
Tekening 1
B
Tekening 2

Slide 13 - Quizvraag

Wat is de functie van de kleppen in de beenaders?

Slide 14 - Open vraag

Leg uit waardoor spataders vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen.
Gebruik hiervoor Bron 1

Slide 15 - Open vraag

Een gevolg van spataders kan zijn, dat het weefselvocht uit de benen niet goed wordt afgevoerd.
Er ontstaat dan vochtophoping in de benen.

Door welke vaten wordt weefselvocht uit de benen afgevoerd?
A
alleen door bloedvaten
B
alleen door lymfevaten
C
zowel door bloedvaten als door lymfevaten

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

Welke letter geeft een slagader aan?
A
Q
B
R
C
S

Slide 18 - Quizvraag

Anatomie
Benoem op de volgende foto de volgende onderdelen:
Mondholte
Neusholte
Luchtpijp
Bronchiën
Longblaasjes

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Noem een belangrijk kenmerk van de luchtpijp
A
Lang
B
Kraakbenen schijven
C
Er zijn er twee
D
Hij is erg zwak

Slide 21 - Quizvraag


Slide 22 - Open vraag

Benoem een belangrijk verschil tussen de luchtpijp en de bronchiën

Slide 23 - Open vraag

Om welk gedeelte van de longen liggen haarvaten?
A
Luchtpijp
B
Mondholte
C
Bronchiën
D
Longblaasjes

Slide 24 - Quizvraag

Hoe werken de haarvaten samen met de longblaasjes?

Slide 25 - Open vraag

Welke twee gassen worden er uit gewisseld in de longblaasjes en de haarvaten?
A
Koolstofdioxide en Zuurstof
B
Glucose en Zuurstof
C
Ammoniak en Zuurstof
D
Zuurstof en energie

Slide 26 - Quizvraag

Zit er in de uitademing meer / minder Koolstofdioxide?
A
Meer
B
Minder

Slide 27 - Quizvraag

Slide 28 - Tekstslide

Welke letter, P of Q, geeft het orgaan aan waar de buis voor de operatie naar binnen geschoven moet worden? En hoe heet dit orgaan?
A
P / Slokdarm
B
P / luchtpijp
C
Q / slokdarm
D
Q / Luchtpijp

Slide 29 - Quizvraag

Sinds Marco rookt, hoest hij vaak. Als hij hoest, trekken zijn buikspieren zich krachtig samen.

Beweegt zijn middenrif daardoor omhoog of omlaag? En ademt hij dan in of uit?
A
Zijn middenrif gaat dan omhoog en hij ademt in.
B
Zijn middenrif gaat dan omhoog en hij ademt uit
C
Zijn middenrif gaat dan omlaag en hij ademt in.
D
Zijn middenrif gaat dan omlaag en hij ademt uit.

Slide 30 - Quizvraag

Anatomie
Benoemd de volgende onderdelen van het spijsverteringsstelsel:

Mond
Slokdarm
Maag
12-v. Darm
Dunne darm
Dikke darm
Lever
Alvleesklier
Galblaas

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide


Slide 33 - Open vraag


Slide 34 - Open vraag

Brandstoffen verbranden wij met welk doel?

Slide 35 - Open vraag

Het hart klopt, en beweegt dus. Het hart is dan ook gemaakt van (hart)spier.
Welke voedingsstof is vooral nodig in de hartspier voor het bewegen denk je?
A
Reservestoffen
B
Brandstoffen
C
Bouwstoffen
D
Beschermende stoffen

Slide 36 - Quizvraag

Wat is de belangrijkste brandstof?
A
Glycogeen
B
Glucose
C
Eiwitten
D
Vitaminen en Mineralen

Slide 37 - Quizvraag

Welk gas is nodig om een verbrandingsproces in gang te zetten?
A
Zuurstof
B
Glucose
C
Ammoniak
D
Koolstofdioxide

Slide 38 - Quizvraag

Welk gas blijft over ná een verbrandingsproces?
A
Zuurstof
B
Glucose
C
Ammoniak
D
Koolstofdioxide

Slide 39 - Quizvraag

Het hart heeft speciale bloedvaten die vanuit het binnenste van het hart náár de hartspier lopen en weer terug.
Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 40 - Quizvraag

Leg uit waarom het hart speciale bloedvaten nodig heeft die van binnen uit het hart naar de hartspier lopen?

Slide 41 - Open vraag

In welke darm worden normaliter de meeste voedingsstoffen opgenomen
A
Dikke darm
B
Dunne darm
C
Slokdarm
D
12-vingerige darm

Slide 42 - Quizvraag

Sommige stoffen kunnen niet worden opgenomen in de dunne darm en worden door bacteriën verteerd. Deze bacteriën bevinden zich vooral in de dikke darm. Zit deze voor of na de dunne darm
A
Voor
B
Na

Slide 43 - Quizvraag

Door micro-organismen afgebroken koolhydraten worden in het bloed opgenomen en naar de lever gevoerd.

Hoe heet het bloedvat waardoor deze stoffen vanuit het verteringsstelsel naar de lever worden gevoerd?
A
Darmslagader
B
Leverslagader
C
Poortader
D
Kranslagader

Slide 44 - Quizvraag

Veel koolsoorten bevatten vezels. Koolhydraten in die vezels worden door menselijke enzymen in het verteringskanaal niet verteerd. Bacteriën in het verteringskanaal breken deze onverteerbare koolhydraten wel af.

In welk deel van het verteringskanaal komen veel bacteriën voor die onverteerbare resten afbreken?
A
Dikke Darm
B
Dunne Darm
C
Slokdarm
D
12-vingerige darm

Slide 45 - Quizvraag