Inclusie in Theater & Onderwijs: Blinde vlekken (DR2)

Inclusief theater & onderwijs: 
Blinde vlekken ontdekken


"Theater Is Niet Neutraal"
1 / 138
volgende
Slide 1: Tekstslide
Culturele en kunstzinnige vormingWOStudiejaar 6

In deze les zitten 138 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Inclusief theater & onderwijs: 
Blinde vlekken ontdekken


"Theater Is Niet Neutraal"

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nina-Elisa Euson
Afgestudeerd 2020 | Regisseur, docent, actrice, maker
Daarbij ben ik trainer en workshopleider, met veel passie en hart voor dit instituut, ons vak en dit onderwerp:
Inclusie & Diversiteit
Zie deze komende 2 x 2.5 uur vooral als een gesprek-opener!
Ik stel vooral vragen en jij mag zelf aan de slag, er is géén goed of fout...

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inhoudsopgave:
  1. INLEIDING | Waarom dit vak?
  2. WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker
  3. WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving
  4. VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie
  5. HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Slide 3 - Tekstslide

INLEIDING | Waarom dit vak?

Waarom spreken we vandaag over inclusie, diversiteit, representatie en sociale veiligheid binnen het theater?
Over het podium als plek die niet neutraal is, maar invloed heeft op hoe we kijken naar onszelf en naar anderen.

WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker

Over identiteit, opvoeding, normen, overtuigingen, blinde vlekken en persoonlijke ervaringen.
Wie ben jij, en hoe beïnvloedt jouw blik het werk dat je maakt?

WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving

Over theater als reflectie van maatschappelijke structuren, stereotypen, machtsverhoudingen en beeldvorming.
Welke verhalen vertellen we — en welke verhalen ontbreken?

VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie

Over publiek, casting, toegankelijkheid, inclusie, tokenism en de vraag wie zichzelf mag terugzien op het podium.
Wie krijgt ruimte, zichtbaarheid en een stem?

HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Over samenwerken, luisteren, ongemak, conflict, veiligheid en het omgaan met verschillen binnen een artistiek proces.
Hoe creëren we ruimte voor meerdere perspectieven zonder verschillen glad te strijken?
Belangrijke spelregels...
  1. Wat in deze ruimte wordt gedeeld, blijft binnen deze ruimte.
  2. We spreken vanuit onze eigen ervaringen en hoeven niet namens hele groepen te spreken.
  3. Eerlijkheid is belangrijker dan het geven van het ‘juiste’ antwoord.
  4. Ongemak of emoties mogen bestaan; ongemak is niet hetzelfde als onveiligheid.
  5. We luisteren om te begrijpen, niet om te reageren.
  6. We geven elkaar ruimte om te spreken, twijfelen en van mening te veranderen.
  7. Intentie en impact kunnen verschillen. Woorden kunnen anders aankomen dan bedoeld, vraag om verduidelijking.
  8. Niemand is verplicht trauma’s te delen.
  9. Verschillende perspectieven mogen naast elkaar bestaan.
  10. We benaderen elkaar met nieuwsgierigheid, respect en verantwoordelijkheid.

Slide 4 - Tekstslide

Extra uitleg||

SPELREGELS

1. Vertrouwelijkheid

Persoonlijke verhalen, ervaringen en kwetsbaarheden blijven binnen deze ruimte, tenzij iemand zelf besluit daarbuiten iets te delen.


2. We spreken vanuit onszelf

We praten vanuit eigen ervaringen, observaties en gevoelens, niet namens hele groepen of gemeenschappen.

3. Eerlijkheid boven perfectie

Je hoeft hier niet het “juiste antwoord” te geven. Twijfel, ongemak, fouten en veranderende inzichten mogen bestaan.


4. Ongemak of emoties tonen is niet hetzelfde als onveiligheid

Sommige gesprekken kunnen schuren of confronterend zijn. Dat hoort bij dit vak. We oefenen in luisteren, verdragen en onderzoeken, zonder elkaar direct weg te zetten of te veroordelen.

5. Luisteren is ook actief deelnemen

Niet alleen spreken, maar ook écht luisteren, ruimte geven en proberen te begrijpen hoort bij samen werken.

6. Impact gaat vóór intentie

Iets kan kwetsend overkomen, ook als het niet zo bedoeld was. We proberen verantwoordelijkheid te nemen voor het effect van onze woorden. Dit geldt ook over een toon, het is de toon die de muziek maakt.

7. Niemand hoeft een groep te vertegenwoordigen

Helemaal niemand is hier verantwoordelijk om “de stem” van een cultuur, identiteit of gemeenschap te zijn.

8. Ruimte maken, zonder verplichting

We letten op wie veel spreekt, wie minder ruimte neemt en hoe we het gesprek gezamenlijk dragen. Als je voelt dat je veel aan het woord bent, neem je gas terug, als je voelt dat je nog weinig hebt gedeeld, zet je een tandje bij. Maar niemand is verplicht trauma's te delen.

9. Kunst mag complex zijn

Er hoeft niet altijd één juist antwoord of een nette conclusie te zijn. We onderzoeken juist de grijze gebieden, spanningen en tegenstrijdigheden.

10. We gaan uit van nieuwsgierigheid

Niet winnen, overtuigen of aanvallen staat centraal, maar onderzoeken, bevragen en leren van elkaar.
Wat zijn jouw spelregels?
Wat heb jij nodig om vrij-uit te kunnen delen, praten, hard-op te denken
in deze klas?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

H1: INLEIDING | Waarom dit vak?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H1 | Waarom dit vak?
Waar denk je aan als je deze zin leest:
"Theater is niet neutraal"
Overleg met je buur
Probeer samen te associeren op deze zin
Er zijn hier geen slechte antwoorden

-- Hierna gaan we dit kort met elkaar delen
timer
2:00

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"Theater is niet neutraal"

Slide 8 - Woordweb

Welke woorden gaan over angst?
Welke woorden gaan over macht?
Welke woorden zijn abstract?
Welke woorden zijn persoonlijk?
Welke woorden botsen met elkaar?
H1 | Waarom dit vak?
Kies nu een andere buur... en stel elkaar de vraag....
Wanneer voelde jij je:
- onderdeel van een groep?
- buitengesloten?
- verkeerd begrepen?
- volledig jezelf en gezien voor wie je bent?
 Let op; dit hoef je niet straks klassikaal te delen, als je niet wilt
timer
6:00

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H1 | Waarom dit vak?
Bewustwording van je eigen positie, privileges, overtuigingen en blinde vlekken...
én oog krijgen voor de positie van een ander..
helpt je om bewuster te werken in je 
docentschap, makerschap, regie en samenwerking.

Inclusie is het actief creëren van ruimte waarin verschillende mensen zich gezien, gehoord, gerespecteerd en welkom voelen.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor mijzelf..
  • Enige bruine meisje in de klas, enkel witte docenten
  • Minder geld te besteden dan klasgenootjes
  • Weinig tot geen representatie als kind op toneel/tv
  • Make-up zonder donkere tinten, of panty, of pleisters
  • MUA die echt geen idee heeft wat te doen met mijn haar
  • “Waar kom je écht vandaan?”
  • Casting van stereotypen
  • Dialect vs ABN - "Wat spreek jij goed Nederlands"
  • Zwarte Piet discussies
  • Tokenism; "ben ik aangenomen omdat ze vooral meer diversiteit nodig hebben?"
  •  Woordvoerder moeten zijn in discussies, maar zelf ook geen idee hebben
  • En ga zo maar door.....

Slide 11 - Tekstslide

VOORBEELDEN UIT HET LEVEN GEGREPEN


Studenten met een beperking waarvoor repetitieruimtes of lesmethodes niet toegankelijk zijn
Queer studenten die enkel alleen nog maar queer rollen aangeboden krijgen
Een regisseur die “kleurblind” cast, maar vervolgens culturele verschillen negeert
Altijd gevraagd worden voor “het migratieverhaal” maar nooit voor universele of klassieke rollen
Docenten die je naam structureel verkeerd blijven uitspreken 
Een student uit arbeidersklasse die zich sociaal of financieel buitengesloten voelt
Mensen die hun accent, stem of manier van spreken moeten aanpassen
Trans performers die continu moeten uitleggen welke voornaamwoorden ze gebruiken
Producties waarin inclusie zichtbaar moet zijn op de poster, maar niet achter de schermen
Spelers die bang zijn iets verkeerd te zeggen en daardoor volledig dichtklappen in gesprekken
Moslimstudenten die tijdens repetities steeds vragen krijgen over religie of politiek
Geen ruimte voelen om grenzen aan te geven uit angst lastig gevonden te worden.
Een acteur van kleur die telkens agressie, straatcultuur of criminaliteit moet spelen
Docenten die maatschappelijke thema’s willen bespreken maar dit niet veilig doen
Vrouwen in regie of leidinggevende functies die sneller als “te emotioneel” worden gezien
Het gevoel constant extra goed je best te moeten doen om serieus genomen te worden
Studenten die thuis geen cultureel netwerk of financiële steun hebben en daardoor achterlopen
Mensen die zichzelf niet herkennen in de canon, de voorbeelden of het lesmateriaal
Sociale veiligheid willen bespreken in een opleiding waar grensoverschrijdend gedrag lang werd genormaliseerd als “onderdeel van het vak”.
en gaaaaaa zo maar dooooooorrrrrrrrr

H1 | Waarom dit vak?
Eenzaamheid, onbegrip of gevoelens van uitsluiting ontstaan soms wanneer je jezelf voortdurend moet uitleggen, aanpassen of niet volledig gezien voelt. Dat gevoel kan versterkt worden wanneer je weinig mensen om je heen ziet die op jou lijken — in docenten, klasgenoten, vakgenoten, verhalen of op het podium. (Onbewuste) uitsluiting voorkom je door nieuwsgierig te blijven naar andere perspectieven dan die van jezelf. Zelfreflectie en het onderzoeken van blinde vlekken helpen ons om bewuster, eerlijker en meerstemmiger te werken als kunstenaars, makers en docenten.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Wat herken je bij jezelf als het gaat over
"erbij horen/uitsluiting/onbegrip"?
2. Wat hoop jij te leren van deze 2 sessies
"Inclusief theater & onderwijs"?
timer
4:00

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

H1 | Waarom dit vak?
Theater is niet neutraal: Wie we zien, horen en centraal zetten op het toneel zegt iets over de samenleving waarin we leven.

Dit vak onderzoekt hoe identiteit, macht, beeldvorming en inclusie doorwerken in de repetitieruimte, de klas, het maakproces, het docentschap en de kunst die we creëren.

Om onze blinde vlekken te herkennen, moeten we eerst grondig onderzoeken vanuit welke bril — of gaze — we naar de wereld kijken...

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2: WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | Voor wie maak ik?
Het cultureel archief

Een belangrijk concept dat terugkomt is het idee van het cultureel archief van Gloria Wekker.
Daarmee wordt bedoeld dat een samenleving herinneringen, beelden, verhalen, normen en overtuigingen met zich meedraagt die generaties lang worden doorgegeven.

Veel van die ideeën zijn zo genormaliseerd geraakt dat ze nauwelijks nog zichtbaar zijn voor mensen die er zelf voordeel van hebben.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | Voor wie maak ik?


De centrale vraag is:


“Welke ideeën, beelden en systemen heb ik meegekregen 
zonder dat ik mij daar bewust van ben?”

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
Jij maakt niet vanuit het niets.
Jij kijkt, schrijft, regisseert, speelt, doceert en beoordeelt vanuit alles wat jou heeft gevormd.

Welke ervaringen, systemen, mensen en overtuigingen vormen jouw blik? En wat doet dat met je makerschap, de mensen met wie je werkt, je leerlingen, je spelers, je publiek?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
Je (culturele) achtergrond beïnvloedt je blik:
gezin
opvoeding
regio/stad/dorp/continent
cultuur
klasse
religie
school
taal
gender
etc.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
Schrijf voor jezelf in stilte op: 
Welke 4 sleutelmomenten in jouw leven hebben jou gevormd?
Blik terug van geboorte tot nu. 
Probeer 4 momenten te vinden die 
een grote impact hebben gemaakt.
Bijv: Een ontmoeting, verlies, verhuizing, afwijzing, opmerking, docent, ruzie, liefde, 
succes, schaamte, pestervaring, cultuurshock, etc.
Wat gebeurde er precies?
Waarom bleef dit hangen?
Wat zegt dit over hoe jij vandaag naar jezelf of de wereld kijkt?
Als de minuten om zijn, maak een tweetal en bespreek ze om-en-om met elkaar...



timer
15:00

Slide 20 - Tekstslide

Dat kunnen zijn:

herinneringen
ontmoetingen
afwijzingen
successen
ruzies
voorstellingen
docenten
muziek
verlies
schaamte
migratie
geloof
internet
verliefdheid
discriminatie
een compliment
een opmerking
etc.
H2 | WIE BEN JIJ?
Klassikaal...

Deel 1 sleutelmoment met de hele groep.

Wat gebeurde er precies?
Waarom bleef dit hangen?
Wat zegt dit over hoe jij vandaag naar jezelf of de wereld kijkt?
timer
15:00

Slide 21 - Tekstslide

Dat kunnen zijn:

herinneringen
ontmoetingen
afwijzingen
successen
ruzies
voorstellingen
docenten
muziek
verlies
schaamte
migratie
geloof
internet
verliefdheid
discriminatie
een compliment
een opmerking
etc.
H2 | WIE BEN JIJ?
OPVOEDING / FAMILIE SYSTEMEN

Je familiesysteem is de onlosmakelijke verbinding met al je familieleden en overige
elementen die bij jouw systeem horen. Zoals familiegeheimen, daders en slachtoffers waar
niet over gesproken wordt of niet genomen rouw omdat de pijn te groot is. 
Een beweging of transformatie heeft bij de één een effect op andere elementen.
Hierdoor nemen we bij ongemak of als er iemand wordt buitengesloten verschillende
rollen aan om te kunnen overleven en binnen de groep te blijven
timer
15:00

Slide 22 - Tekstslide

Dat kunnen zijn:

herinneringen
ontmoetingen
afwijzingen
successen
ruzies
voorstellingen
docenten
muziek
verlies
schaamte
migratie
geloof
internet
verliefdheid
discriminatie
een compliment
een opmerking
etc.
H2 | WIE BEN JIJ?
OPVOEDING / FAMILIE SYSTEMEN
Schrijf voor jezelf op:

1. Hoe blik je terug op je opvoeding?
2. Welke kernboodschap/waarde heb je vanuit huis meegekregen?
3. In hoeverre ben je daar blij mee? Of verzet je je daartegen?
4. Hoe merk je dat nu?
5. Welke rol heb je veelal ingenomen?
6. Doe je dat nog steeds in groepen? In deze klas bijvoorbeeld?
timer
15:00

Slide 23 - Tekstslide

Dat kunnen zijn:

herinneringen
ontmoetingen
afwijzingen
successen
ruzies
voorstellingen
docenten
muziek
verlies
schaamte
migratie
geloof
internet
verliefdheid
discriminatie
een compliment
een opmerking
etc.
H2 | WIE BEN JIJ?
Maak weer nieuwe tweetallen.
Bespreek enkele vragen hieronder, de meest prangende, je hoeft ze niet allemaal af te tikken...

Wat werd gezien als “normaal” of als "de norm" bij jou thuis?
Waar werd niet over gesproken? Wat was taboe of beschamend?
Wat werd gezien als succes?
Wat werd gezien als falen?
Wanneer voelde jij je als kind anders dan anderen?
Welke stem hoor jij nog steeds in je hoofd wanneer je keuzes maakt?
Wat neem jij bewust mee uit je opvoeding... en wat juist niet?
Welke boodschap heb jij als kind meegekregen over wie jij mocht zijn?
timer
10:00

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
Klassikaal:

Welke overeenkomsten of verschillen vielen jullie op in jullie duo?
Wat verraste je? Welk verhaal of inzicht van de ander is je bijgebleven?

Is er een overtuiging of vanzelfsprekendheid van jezelf die je door dit gesprek anders bent gaan bekijken of bewust van bent geworden? 
(optioneel, wellicht niet aan de orde)

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
Ok, ga maar staan, we gaan "over de streep" doen
Welke overtuigingen draag je (onbewust) met je mee? 

Er volgt eerst een stelling
en dan loop je naar je antwoord toe

JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE
Er iets over delen mag, maar hoeft niet! Het zijn er heel veel, soms klik ik door 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Bij ons op de toneelacademie krijgt iedereen dezelfde ruimte en tijd 
om zich te ontwikkelen.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Hardheid hoort bij ons vak, theater moet schuren.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik heb van huis uit veel boeken, theater, musea, etc. meegekregen.

JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Een regisseur mag best ver gaan als het resultaat maar goed is.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik kom uit een rijk gezin.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik kom uit een warm gezin.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?

Iedereen heeft het recht om elk verhaal te vertellen, om overal kunst van te mogen maken.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Kwaliteit moet altijd zwaarder wegen dan diversiteit.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Privé en werk moet je altijd volledig kunnen scheiden.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik herken mezelf regelmatig terug in de mensen,
verhalen en beelden om mij heen.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Casting moet kleur- en genderblind kunnen zijn.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 37 - Tekstslide

Kleurblind casten betekent dat afkomst of huidskleur zogenaamd geen rol speelt bij casting: een maker zegt dan bijvoorbeeld “ik kijk alleen naar talent” of “ik zie geen kleur”.

Het idee klinkt inclusief, maar krijgt ook kritiek, omdat het kan doen alsof afkomst, representatie en maatschappelijke context géén invloed hebben — terwijl die in de praktijk vaak juist wel meespelen. Daardoor blijven bestaande machtsstructuren soms ongemerkt in stand.
H2 | WIE BEN JIJ?


Iedereen mag en kan elk verhaal vertellen, 
zolang het maar zorgvuldig wordt gedaan.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 38 - Tekstslide

Kleurblind casten betekent dat afkomst of huidskleur zogenaamd geen rol speelt bij casting: een maker zegt dan bijvoorbeeld “ik kijk alleen naar talent” of “ik zie geen kleur”.

Het idee klinkt inclusief, maar krijgt ook kritiek, omdat het kan doen alsof afkomst, representatie en maatschappelijke context géén invloed hebben — terwijl die in de praktijk vaak juist wel meespelen. Daardoor blijven bestaande machtsstructuren soms ongemerkt in stand.
H2 | WIE BEN JIJ?


Een accent of dialect klinkt minder intelligent dan AN.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik heb mij als kind veilig gevoeld bij mijn ouders.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Mensen uit de Randstad hebben cultureel meer bagage 
dan mensen uit de provincie.

JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik durf altijd alles in deze klas te zeggen.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Een docent die op mij lijkt, 
voelt toegankelijker om dingen tegen te zeggen.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik ben mij bewust van mijn privileges of blinde vlekken, 
want ik ben er al eens op geattendeerd.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik voelde me als kind gerepresenteerd in films, theater of op tv.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Ik heb ooit een ruimte betreden waar niemand op mij leek.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Dunne lichamen worden sneller als 'neutraal' gezien dan dikke.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


In een klas ontstaan automatisch rollen en hiërarchieën 
en ik weet mijn rol in deze klas.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 48 - Tekstslide

“In een klas ontstaan automatisch rollen en hiërarchieën” betekent dat groepen vaak vanzelf bepaalde dynamieken ontwikkelen, ook als niemand dat bewust afspreekt.

Bijvoorbeeld:

wie veel ruimte inneemt of juist weinig,
wie als “talentvol” wordt gezien,
wie grappig is,
wie leiding neemt,
wie vaak wordt gekozen,
wie als intelligent, professioneel of “moeilijk” wordt gezien,
wie zich snel thuis voelt,
en wie zich juist voortdurend aanpast of observeert.

Op een toneelacademie kunnen die rollen extra sterk worden, omdat het werk persoonlijk is en draait om zichtbaarheid, feedback, lichaam, stem en expressie.
Ook overtuigingen over gender, klasse, afkomst, taal, uiterlijk of zelfvertrouwen kunnen meespelen in wie automatisch meer autoriteit of ruimte krijgt.

Het betekent niet dat die hiërarchieën “goed” of “eerlijk” zijn — maar wel dat ze bijna altijd ontstaan, bewust of onbewust.
H2 | WIE BEN JIJ?

Ik beweeg me door de wereld met het gevoel dat mijn huidskleur, stem, lijf, geaardheid of afkomst aansluiten bij de norm.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?


Als je queer vrienden hebt, 
begrijp je de queer gemeenschap automatisch beter.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 50 - Tekstslide

“In een klas ontstaan automatisch rollen en hiërarchieën” betekent dat groepen vaak vanzelf bepaalde dynamieken ontwikkelen, ook als niemand dat bewust afspreekt.

Bijvoorbeeld:

wie veel ruimte inneemt of juist weinig,
wie als “talentvol” wordt gezien,
wie grappig is,
wie leiding neemt,
wie vaak wordt gekozen,
wie als intelligent, professioneel of “moeilijk” wordt gezien,
wie zich snel thuis voelt,
en wie zich juist voortdurend aanpast of observeert.

Op een toneelacademie kunnen die rollen extra sterk worden, omdat het werk persoonlijk is en draait om zichtbaarheid, feedback, lichaam, stem en expressie.
Ook overtuigingen over gender, klasse, afkomst, taal, uiterlijk of zelfvertrouwen kunnen meespelen in wie automatisch meer autoriteit of ruimte krijgt.

Het betekent niet dat die hiërarchieën “goed” of “eerlijk” zijn — maar wel dat ze bijna altijd ontstaan, bewust of onbewust.
H2 | WIE BEN JIJ?


Iemand mag alles spelen, ongeacht diens achtergrond of identiteit.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 51 - Tekstslide

“In een klas ontstaan automatisch rollen en hiërarchieën” betekent dat groepen vaak vanzelf bepaalde dynamieken ontwikkelen, ook als niemand dat bewust afspreekt.

Bijvoorbeeld:

wie veel ruimte inneemt of juist weinig,
wie als “talentvol” wordt gezien,
wie grappig is,
wie leiding neemt,
wie vaak wordt gekozen,
wie als intelligent, professioneel of “moeilijk” wordt gezien,
wie zich snel thuis voelt,
en wie zich juist voortdurend aanpast of observeert.

Op een toneelacademie kunnen die rollen extra sterk worden, omdat het werk persoonlijk is en draait om zichtbaarheid, feedback, lichaam, stem en expressie.
Ook overtuigingen over gender, klasse, afkomst, taal, uiterlijk of zelfvertrouwen kunnen meespelen in wie automatisch meer autoriteit of ruimte krijgt.

Het betekent niet dat die hiërarchieën “goed” of “eerlijk” zijn — maar wel dat ze bijna altijd ontstaan, bewust of onbewust.
H2 | WIE BEN JIJ?


Je mag over alles grappen maken, zolang je het maar goed bedoeld.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 52 - Tekstslide

“In een klas ontstaan automatisch rollen en hiërarchieën” betekent dat groepen vaak vanzelf bepaalde dynamieken ontwikkelen, ook als niemand dat bewust afspreekt.

Bijvoorbeeld:

wie veel ruimte inneemt of juist weinig,
wie als “talentvol” wordt gezien,
wie grappig is,
wie leiding neemt,
wie vaak wordt gekozen,
wie als intelligent, professioneel of “moeilijk” wordt gezien,
wie zich snel thuis voelt,
en wie zich juist voortdurend aanpast of observeert.

Op een toneelacademie kunnen die rollen extra sterk worden, omdat het werk persoonlijk is en draait om zichtbaarheid, feedback, lichaam, stem en expressie.
Ook overtuigingen over gender, klasse, afkomst, taal, uiterlijk of zelfvertrouwen kunnen meespelen in wie automatisch meer autoriteit of ruimte krijgt.

Het betekent niet dat die hiërarchieën “goed” of “eerlijk” zijn — maar wel dat ze bijna altijd ontstaan, bewust of onbewust.
H2 | WIE BEN JIJ?


Mensen die op mij lijken, begrijp ik sneller en voelen sneller vertrouwd.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 53 - Tekstslide

“In een klas ontstaan automatisch rollen en hiërarchieën” betekent dat groepen vaak vanzelf bepaalde dynamieken ontwikkelen, ook als niemand dat bewust afspreekt.

Bijvoorbeeld:

wie veel ruimte inneemt of juist weinig,
wie als “talentvol” wordt gezien,
wie grappig is,
wie leiding neemt,
wie vaak wordt gekozen,
wie als intelligent, professioneel of “moeilijk” wordt gezien,
wie zich snel thuis voelt,
en wie zich juist voortdurend aanpast of observeert.

Op een toneelacademie kunnen die rollen extra sterk worden, omdat het werk persoonlijk is en draait om zichtbaarheid, feedback, lichaam, stem en expressie.
Ook overtuigingen over gender, klasse, afkomst, taal, uiterlijk of zelfvertrouwen kunnen meespelen in wie automatisch meer autoriteit of ruimte krijgt.

Het betekent niet dat die hiërarchieën “goed” of “eerlijk” zijn — maar wel dat ze bijna altijd ontstaan, bewust of onbewust.
H2 | WIE BEN JIJ?


Ik voel me vrij om mezelf volledig te laten zien hier op school.


JA_______________________BEETJE JA/BEETJE NEE_____________________ NEE

Slide 54 - Tekstslide

“In een klas ontstaan automatisch rollen en hiërarchieën” betekent dat groepen vaak vanzelf bepaalde dynamieken ontwikkelen, ook als niemand dat bewust afspreekt.

Bijvoorbeeld:

wie veel ruimte inneemt of juist weinig,
wie als “talentvol” wordt gezien,
wie grappig is,
wie leiding neemt,
wie vaak wordt gekozen,
wie als intelligent, professioneel of “moeilijk” wordt gezien,
wie zich snel thuis voelt,
en wie zich juist voortdurend aanpast of observeert.

Op een toneelacademie kunnen die rollen extra sterk worden, omdat het werk persoonlijk is en draait om zichtbaarheid, feedback, lichaam, stem en expressie.
Ook overtuigingen over gender, klasse, afkomst, taal, uiterlijk of zelfvertrouwen kunnen meespelen in wie automatisch meer autoriteit of ruimte krijgt.

Het betekent niet dat die hiërarchieën “goed” of “eerlijk” zijn — maar wel dat ze bijna altijd ontstaan, bewust of onbewust.
H2 | WIE BEN JIJ?
Ga weer in nieuwe tweetallen uiteen en bespreek enkele van deze vragen?

Hoe was deze oefening voor je, durfde je overal eerlijk antwoord op te geven?
Welke overtuigingen of “heilige huisjes” draag jij met je mee?
Van welke was jij je minder bewust?
Wat viel je op aan de verschillen in normen, opvoeding of waarden binnen de klas?
Waren er ook overeenkomsten?
Welke rollen of dynamieken zijn automatisch ontstaan in deze klas? 
Wat is daarin jouw rol?
Vielen er verder nog dingen op tijdens deze oefening?
timer
4:00

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
Wat zijn blinde vlekken?
Blinde vlekken zijn aannames, overtuigingen, gewoontes of perspectieven waarvan je je zelf niet bewust bent, maar die wel invloed hebben op hoe je kijkt, oordeelt en handelt. Vaak zijn het dingen die voor jou zo normaal zijn geworden dat je niet meer ziet dat ze niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn.

Voorbeelden:
Denken dat iedereen zich veilig voelt om zijn mening te geven.
Denken dat jouw ervaring een universele ervaring is.
Niet opmerken dat jij altijd het meeste spreekt in een groep.
Vergeten dat niet iedereen zichzelf terugziet in lesmateriaal, theater of media.

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
En als je echt durft te erkennen dat jouw ervaring niet automatisch de ervaring van een ander is, word je je bewust van je blinde vlekken. Blinde vlekken zijn dingen die voor jou normaal, logisch of onschuldig voelen, maar door iemand anders totaal anders worden ervaren.
Dat is niet omdat één van beiden "fout" is, maar omdat niemand neutraal naar de wereld kijkt.

Soms is het een ongemakkelijk, gênant of pijnlijk proces wanneer iemand je op zo'n blinde vlek wijst. Een blinde vlek betekent namelijk vaak dat jij iets niet opmerkt, terwijl iemand anders daar dagelijks of regelmatig mee te maken heeft.

Blinde vlekken maken je geen slechte maker, docent of mens. Pas wanneer je weigert ze te onderzoeken, ernaar te luisteren of ervan te leren, worden ze een probleem.

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
Context speelt daarin een grote rol.
Woorden, beelden, humor, casting of gedrag bestaan nooit los van 
opvoeding of persoonlijke ervaringen of de geschiedenis of macht.

Wat voor de één onschuldig of normaal voelt, kan voor iemand anders verbonden zijn aan uitsluiting, eenzaamheid, stereotypen, schaamte of pijn.

De betekenis van iets zit daarom niet alleen in wat jij bedoelt, 
maar ook in de context waarin het ontvangen wordt.

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | WIE BEN JIJ?
Je gaat blinde vlekken niet tegen door perfect te willen worden of nooit fouten te maken.
Je gaat ze tegen door nieuwsgierig te blijven, te luisteren, vragen te stellen en bereid te zijn je eigen aannames te onderzoeken.

Door ruimte te maken voor andere perspectieven.
Door niet meteen in verdediging te schieten wanneer iemand iets anders ervaart dan jij.

En door te beseffen dat inclusie niet gaat over alles goed doen, 
maar over blijven leren, aanpassen, reflecteren 
en bewust kijken naar wie wel...en ook wie niet... wordt meegenomen.

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zouden jouw mogelijke
"blinde vlekken" kunnen zijn?
Bespreek ze daarna kort in tweetallen, liefst iemand die je nog niet 1 op 1 hebt gesproken...

Slide 60 - Woordweb

Mogelijke blinde vlekken binnen het theateronderwijs en maakproces

Denken dat iedereen zich even veilig voelt om te spreken, terwijl sommige studenten eerst scannen of een ruimte veilig genoeg is om eerlijk te kunnen zijn.

Altijd dezelfde type mensen casten voor dezelfde rollen (“de sterke vrouw”, “de boze jongen”, “de exotische”, “de kwetsbare”) zonder door te hebben dat patronen zich herhalen.

Denken dat “professionaliteit” eruitziet als rustig, rationeel, wit, ABN-sprekend, direct en zelfverzekerd — en andere vormen van communicatie sneller als onprofessioneel zien.

Verwachten dat iedereen zichzelf herkent in het lesmateriaal, de voorbeelden, de canon of de makers die besproken worden.

Vergeten dat sommige studenten jarenlang nauwelijks representatie hebben gezien van mensen die op hen lijken.

Denken dat jouw ervaring automatisch “universeel” is, terwijl andere ervaringen sneller als “specifiek”, “cultureel” of “politiek” worden gezien.

Iemand steeds woordvoerder maken van een hele groep:
“Hoe zit dat bij zwarte mensen?”
“Hoe denken queer mensen hierover?”
“Kan jij uitleggen waarom dit kwetsend is?”

Denken dat “ik zie geen kleur” of “ik behandel iedereen hetzelfde” altijd inclusief is, terwijl verschillen soms juist gezien en erkend moeten worden.

Verwachten dat iedereen dezelfde culturele referenties, humor, taal of omgangsvormen begrijpt.

Niet doorhebben wie automatisch de meeste spreektijd, aandacht of waardering krijgt in een repetitieproces.

Denken dat hardheid, afbreken of vernederen “erbij hoort” omdat het vak nu eenmaal zwaar is.

Geen rekening houden met verschillende lichamen, haartypes, huidtinten of religieuze/culturele achtergronden binnen kostuum, styling of grime.

Denken dat neutraliteit bestaat binnen kunst, casting, regie of onderwijs.
Vergeten dat sommige studenten al hun hele leven bezig zijn met aanpassen, uitleggen of zichzelf bewijzen.

Denken dat intentie belangrijker is dan impact:
“Zo bedoelde ik het niet.”
Sneller “kwaliteit” herkennen in wat dicht bij jouw eigen smaak, referentiekader of opleiding ligt.

Ongemak vermijden uit angst iets verkeerd te zeggen, waardoor belangrijke gesprekken juist uitblijven.

Denken dat inclusie alleen gaat over afkomst of huidskleur, terwijl ook klasse, gender, seksualiteit, religie, taal, beperking en opvoeding meespelen.

Niet beseffen dat wie zich automatisch thuis voelt in een ruimte, vaak dichter bij de norm staat.
Mag ik weten wat je meeneemt
na deze eerste sessie?
Ook feedback over de les is welkom!

Slide 61 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Goed, dit was sessie 1

Dank jullie wel voor jullie openhartigheid.
Volgende week gaan we verder met: 
H3: WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving
H4: VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie
H5: HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Slide 62 - Tekstslide

INLEIDING | Waarom dit vak?

Waarom spreken we vandaag over inclusie, diversiteit, representatie en sociale veiligheid binnen het theater?
Over het podium als plek die niet neutraal is, maar invloed heeft op hoe we kijken naar onszelf en naar anderen.

WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker

Over identiteit, opvoeding, normen, overtuigingen, blinde vlekken en persoonlijke ervaringen.
Wie ben jij, en hoe beïnvloedt jouw blik het werk dat je maakt?

WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving

Over theater als reflectie van maatschappelijke structuren, stereotypen, machtsverhoudingen en beeldvorming.
Welke verhalen vertellen we — en welke verhalen ontbreken?

VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie

Over publiek, casting, toegankelijkheid, inclusie, tokenism en de vraag wie zichzelf mag terugzien op het podium.
Wie krijgt ruimte, zichtbaarheid en een stem?

HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Over samenwerken, luisteren, ongemak, conflict, veiligheid en het omgaan met verschillen binnen een artistiek proces.
Hoe creëren we ruimte voor meerdere perspectieven zonder verschillen glad te strijken?

Slide 63 - Tekstslide

INLEIDING | Waarom dit vak?

Waarom spreken we vandaag over inclusie, diversiteit, representatie en sociale veiligheid binnen het theater?
Over het podium als plek die niet neutraal is, maar invloed heeft op hoe we kijken naar onszelf en naar anderen.

WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker

Over identiteit, opvoeding, normen, overtuigingen, blinde vlekken en persoonlijke ervaringen.
Wie ben jij, en hoe beïnvloedt jouw blik het werk dat je maakt?

WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving

Over theater als reflectie van maatschappelijke structuren, stereotypen, machtsverhoudingen en beeldvorming.
Welke verhalen vertellen we — en welke verhalen ontbreken?

VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie

Over publiek, casting, toegankelijkheid, inclusie, tokenism en de vraag wie zichzelf mag terugzien op het podium.
Wie krijgt ruimte, zichtbaarheid en een stem?

HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Over samenwerken, luisteren, ongemak, conflict, veiligheid en het omgaan met verschillen binnen een artistiek proces.
Hoe creëren we ruimte voor meerdere perspectieven zonder verschillen glad te strijken?
Welkom bij
sessie 2

INHOUDSOPGAVE:
Huiswerk 'blinde vlekken ontdekken'
H3: WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving
H4: VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie
H5: HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Slide 64 - Tekstslide

INLEIDING | Waarom dit vak?

Waarom spreken we vandaag over inclusie, diversiteit, representatie en sociale veiligheid binnen het theater?
Over het podium als plek die niet neutraal is, maar invloed heeft op hoe we kijken naar onszelf en naar anderen.

WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker

Over identiteit, opvoeding, normen, overtuigingen, blinde vlekken en persoonlijke ervaringen.
Wie ben jij, en hoe beïnvloedt jouw blik het werk dat je maakt?

WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving

Over theater als reflectie van maatschappelijke structuren, stereotypen, machtsverhoudingen en beeldvorming.
Welke verhalen vertellen we — en welke verhalen ontbreken?

VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie

Over publiek, casting, toegankelijkheid, inclusie, tokenism en de vraag wie zichzelf mag terugzien op het podium.
Wie krijgt ruimte, zichtbaarheid en een stem?

HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Over samenwerken, luisteren, ongemak, conflict, veiligheid en het omgaan met verschillen binnen een artistiek proces.
Hoe creëren we ruimte voor meerdere perspectieven zonder verschillen glad te strijken?
Herhaling belangrijke spelregels...

  1. Wat in deze ruimte wordt gedeeld, blijft binnen deze ruimte.
  2. We spreken vanuit onze eigen ervaringen en hoeven niet namens hele groepen te spreken.
  3. Eerlijkheid is belangrijker dan het geven van het ‘juiste’ antwoord.
  4. Ongemak of emoties mogen bestaan; ongemak is niet hetzelfde als onveiligheid.
  5. We luisteren om te begrijpen, niet om te reageren.
  6. We geven elkaar ruimte om te spreken, twijfelen en van mening te veranderen.
  7. Woorden kunnen anders aankomen dan bedoeld, vraag om verduidelijking.
  8. Niemand is verplicht trauma’s te delen.
  9. Verschillende perspectieven mogen naast elkaar bestaan.
  10. We benaderen elkaar met nieuwsgierigheid, respect en verantwoordelijkheid.

Slide 65 - Tekstslide

Extra uitleg||

SPELREGELS

1. Vertrouwelijkheid

Persoonlijke verhalen, ervaringen en kwetsbaarheden blijven binnen deze ruimte, tenzij iemand zelf besluit daarbuiten iets te delen.


2. We spreken vanuit onszelf

We praten vanuit eigen ervaringen, observaties en gevoelens, niet namens hele groepen of gemeenschappen.

3. Eerlijkheid boven perfectie

Je hoeft hier niet het “juiste antwoord” te geven. Twijfel, ongemak, fouten en veranderende inzichten mogen bestaan.


4. Ongemak of emoties tonen is niet hetzelfde als onveiligheid

Sommige gesprekken kunnen schuren of confronterend zijn. Dat hoort bij dit vak. We oefenen in luisteren, verdragen en onderzoeken, zonder elkaar direct weg te zetten of te veroordelen.

5. Luisteren is ook actief deelnemen

Niet alleen spreken, maar ook écht luisteren, ruimte geven en proberen te begrijpen hoort bij samen werken.

6. Impact gaat vóór intentie

Iets kan kwetsend overkomen, ook als het niet zo bedoeld was. We proberen verantwoordelijkheid te nemen voor het effect van onze woorden. Dit geldt ook over een toon, het is de toon die de muziek maakt.

7. Niemand hoeft een groep te vertegenwoordigen

Helemaal niemand is hier verantwoordelijk om “de stem” van een cultuur, identiteit of gemeenschap te zijn.

8. Ruimte maken, zonder verplichting

We letten op wie veel spreekt, wie minder ruimte neemt en hoe we het gesprek gezamenlijk dragen. Als je voelt dat je veel aan het woord bent, neem je gas terug, als je voelt dat je nog weinig hebt gedeeld, zet je een tandje bij. Maar niemand is verplicht trauma's te delen.

9. Kunst mag complex zijn

Er hoeft niet altijd één juist antwoord of een nette conclusie te zijn. We onderzoeken juist de grijze gebieden, spanningen en tegenstrijdigheden.

10. We gaan uit van nieuwsgierigheid

Niet winnen, overtuigen of aanvallen staat centraal, maar onderzoeken, bevragen en leren van elkaar.
HUISWERK
NABESPREKEN
Wat zouden jouw mogelijke
"blinde vlekken" kunnen zijn?
Bespreek ze in tweetallen,
vul elkaar aan waar mogelijk...
Deel ze in deze woordenweb

Slide 66 - Woordweb

Mogelijke blinde vlekken binnen het theateronderwijs en maakproces

Denken dat iedereen zich even veilig voelt om te spreken, terwijl sommige studenten eerst scannen of een ruimte veilig genoeg is om eerlijk te kunnen zijn.

Altijd dezelfde type mensen casten voor dezelfde rollen (“de sterke vrouw”, “de boze jongen”, “de exotische”, “de kwetsbare”) zonder door te hebben dat patronen zich herhalen.

Denken dat “professionaliteit” eruitziet als rustig, rationeel, wit, ABN-sprekend, direct en zelfverzekerd — en andere vormen van communicatie sneller als onprofessioneel zien.

Verwachten dat iedereen zichzelf herkent in het lesmateriaal, de voorbeelden, de canon of de makers die besproken worden.

Vergeten dat sommige studenten jarenlang nauwelijks representatie hebben gezien van mensen die op hen lijken.

Denken dat jouw ervaring automatisch “universeel” is, terwijl andere ervaringen sneller als “specifiek”, “cultureel” of “politiek” worden gezien.

Iemand steeds woordvoerder maken van een hele groep:
“Hoe zit dat bij zwarte mensen?”
“Hoe denken queer mensen hierover?”
“Kan jij uitleggen waarom dit kwetsend is?”

Denken dat “ik zie geen kleur” of “ik behandel iedereen hetzelfde” altijd inclusief is, terwijl verschillen soms juist gezien en erkend moeten worden.

Verwachten dat iedereen dezelfde culturele referenties, humor, taal of omgangsvormen begrijpt.

Niet doorhebben wie automatisch de meeste spreektijd, aandacht of waardering krijgt in een repetitieproces.

Denken dat hardheid, afbreken of vernederen “erbij hoort” omdat het vak nu eenmaal zwaar is.

Geen rekening houden met verschillende lichamen, haartypes, huidtinten of religieuze/culturele achtergronden binnen kostuum, styling of grime.

Denken dat neutraliteit bestaat binnen kunst, casting, regie of onderwijs.
Vergeten dat sommige studenten al hun hele leven bezig zijn met aanpassen, uitleggen of zichzelf bewijzen.

Denken dat intentie belangrijker is dan impact:
“Zo bedoelde ik het niet.”
Sneller “kwaliteit” herkennen in wat dicht bij jouw eigen smaak, referentiekader of opleiding ligt.

Ongemak vermijden uit angst iets verkeerd te zeggen, waardoor belangrijke gesprekken juist uitblijven.

Denken dat inclusie alleen gaat over afkomst of huidskleur, terwijl ook klasse, gender, seksualiteit, religie, taal, beperking en opvoeding meespelen.

Niet beseffen dat wie zich automatisch thuis voelt in een ruimte, vaak dichter bij de norm staat.
H3: WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving

Slide 67 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SPEEDTEST ;)
Je krijgt 10 sec, je MOET kiezen...

Slide 68 - Tekstslide

INLEIDING | Waarom dit vak?

Waarom spreken we vandaag over inclusie, diversiteit, representatie en sociale veiligheid binnen het theater?
Over het podium als plek die niet neutraal is, maar invloed heeft op hoe we kijken naar onszelf en naar anderen.

WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker

Over identiteit, opvoeding, normen, overtuigingen, blinde vlekken en persoonlijke ervaringen.
Wie ben jij, en hoe beïnvloedt jouw blik het werk dat je maakt?

WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving

Over theater als reflectie van maatschappelijke structuren, stereotypen, machtsverhoudingen en beeldvorming.
Welke verhalen vertellen we — en welke verhalen ontbreken?

VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie

Over publiek, casting, toegankelijkheid, inclusie, tokenism en de vraag wie zichzelf mag terugzien op het podium.
Wie krijgt ruimte, zichtbaarheid en een stem?

HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Over samenwerken, luisteren, ongemak, conflict, veiligheid en het omgaan met verschillen binnen een artistiek proces.
Hoe creëren we ruimte voor meerdere perspectieven zonder verschillen glad te strijken?
Diversiteit afdwingen is soms een noodzakelijke tussenstap naar structurele verandering...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 69 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer een ruimte echt inclusief wordt, levert dat altijd iets in voor mensen die gewend waren de norm te zijn....
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 70 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb geen racistische intenties, dus mijn woorden of handelen kunnen geen racistische impact hebben.
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 71 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kleurenblind casten is de meest eerlijke vorm van casten....
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 72 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat mijn thema of onderzoek ook is, ik moet sowieso een queer persoon in mijn team hebben...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 73 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Diversiteit gaat tegenwoordig vaker over zichtbaarheid dan over daadwerkelijke machtsverschuiving....
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 74 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een veilige leeromgeving is belangrijker dan een confronterende leeromgeving....
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 75 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"Witte onschuld" betekent dat witte mensen zich schuldig moeten voelen over racisme uit het verleden...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 76 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het streven naar inclusie beperkt soms de artistieke vrijheid van makers....
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 77 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De huidige theatercanon weerspiegelt nog steeds vooral een wit, westers perspectief...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 78 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Eén persoon kan nooit het perspectief van een hele gemeenschap vertegenwoordigen...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 79 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ook wanneer kolonialisme of slavernij officieel voorbij zijn, kunnen de denkbeelden die daarbij hoorden nog steeds doorwerken in het heden...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 80 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb weleens meegemaakt dat iemand vooral aanwezig leek om representatie zichtbaar te maken....
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 81 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een opleiding of gezelschap mag actief streven naar een diversere samenstelling van studenten of makers, ook als dat betekent dat traditionele selectiecriteria opnieuw bekeken moeten worden...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 82 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sommige rollen kunnen beter gespeeld worden door iemand met geleefde ervaring van het onderwerp dan door een acteur die zich erin heeft verdiept.
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 83 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een voorstelling met een volledig witte cast kan toch een representatief beeld van Nederland geven...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 84 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Subsidieverstrekkers moeten eisen stellen aan diversiteit en inclusie...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 85 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik maak in de eerste plaats voor mezelf...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 86 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een fonds moet een project afwijzen als de makersgroep niet divers genoeg is samengesteld...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 87 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Diversiteitsbeleid leidt soms tot symbolische keuzes in plaats van structurele verandering...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 88 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Klasse heeft meer invloed op kansen dan afkomst of huidskleur...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 89 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mensen voelen zich sneller welkom wanneer ze zichzelf herkennen op het podium...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 90 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een witte vrouw en een zwarte vrouw ervaren genderongelijkheid op dezelfde manier...
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 91 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een bepaalde identiteit of groep niet representeren is een politieke keuze..
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 92 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan het verschil tussen representatie en tokenism altijd herkennen....
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 93 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Subsidiegeld brengt een verantwoordelijkheid met zich mee om een breed publiek te bereiken.
A
Eens
B
Oneens
C
Twijfel

Slide 94 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als een gezelschap maar plek heeft voor één nieuwe maker, moet die plek dan eerder naar artistiek talent of naar ondervertegenwoordigde stemmen gaan?
A
Artistiek talent
B
Ondervertegen-woordigde stem
C
Twijfelgevalletje

Slide 95 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

KLAAR!
Je mag weer ontspannen... ;)

Wie vond dit lastig?
Wie klikt vaak op "twijfel"?
Welke vragen blijven er hangen?

Slide 96 - Tekstslide

INLEIDING | Waarom dit vak?

Waarom spreken we vandaag over inclusie, diversiteit, representatie en sociale veiligheid binnen het theater?
Over het podium als plek die niet neutraal is, maar invloed heeft op hoe we kijken naar onszelf en naar anderen.

WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker

Over identiteit, opvoeding, normen, overtuigingen, blinde vlekken en persoonlijke ervaringen.
Wie ben jij, en hoe beïnvloedt jouw blik het werk dat je maakt?

WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving

Over theater als reflectie van maatschappelijke structuren, stereotypen, machtsverhoudingen en beeldvorming.
Welke verhalen vertellen we — en welke verhalen ontbreken?

VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie

Over publiek, casting, toegankelijkheid, inclusie, tokenism en de vraag wie zichzelf mag terugzien op het podium.
Wie krijgt ruimte, zichtbaarheid en een stem?

HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Over samenwerken, luisteren, ongemak, conflict, veiligheid en het omgaan met verschillen binnen een artistiek proces.
Hoe creëren we ruimte voor meerdere perspectieven zonder verschillen glad te strijken?
H3 | WAT MAAK JIJ?
Je maakt nooit vanuit een neutrale positie. 
Iedereen kijkt naar de wereld door een eigen bril, gevormd door opvoeding, ervaringen, normen, overtuigingen en identiteit. 

Die bril noemen we ook wel je "gaze" of "blik". 

Slide 97 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H3 | WAT MAAK JIJ?
Vaak ben je je daar niet eens bewust van. Toch zie je die blik terug in de verhalen die je kiest, de personages die je interessant vindt en de thema's die steeds terugkeren in je werk. Wat jij vanzelfsprekend vindt, hoeft voor iemand anders helemaal niet vanzelfsprekend te zijn. Daarom kan het interessant zijn om je eigen werk te bekijken alsof het door een vreemde is gemaakt. 
Door je eigen werk te onderzoeken, ontdek je niet alleen wat je maakt, maar ook vanuit welke blik je maakt. Dat bewustzijn helpt je om je blinde vlekken te herkennen en meer bewuste artistieke keuzes te maken.

Slide 98 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H3 | WAT MAAK JIJ?
Mogelijke vragen die je jezelf kan stellen:
Welke wereld laat jij zien of welke werkelijkheid (re)produceer je?
Wie zijn meestal de hoofdpersonen in jouw werk?
Wie krijgt er in jouw verhaal complexiteit/gelaagdheid?
Wie mag veranderen - of gaat een ontwikkeling door?
Wie blijft vooral decor of dienend?
Welke normen zitten er impliciet in?
Welke conflicten of relaties vind jij interessant?
Wat zegt dit over jouw opvoeding, interesses of overtuigingen?
Over wie of wat heb je ooit iets gemaakt, maar stond eigenlijk ver van je af?

Slide 99 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H3 | WAT MAAK JIJ?
Schrijf op voor jezelf... Maak een artistieke stamboom.
Welke makers/kunst hebben jou gevormd?
  1. theatermakers?
  2. films?
  3. muziek?
  4. docenten?
  5. boeken?
  6. familieleden?
  7. influencers?
  8. etc.

timer
2:00

Slide 100 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H3 | WAT MAAK JIJ?
Dan wil ik dat je gaat analyseren en er naast schrijft:

Welke stemmen domineren?
Welke wereldbeelden zitten daarin verstopt?
Welke stemmen ontbreken?

Hoe vrij ben je geweest in wat jij jouw smaak noemt?
timer
2:00

Slide 101 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H3 | WAT MAAK JIJ?
Neem een scène of voorstelling/maakopdracht in je hoofd wat je zelf ooit hebt gemaakt...

Welke identiteiten waren zichtbaar?
Gender | Etniciteit | Klasse | Lichaamsbouw | Leeftijd | Seksualiteit | Beperking | Religie | Opleidingsniveau | Etc.
Welke rollen kregen deze identiteiten?
Held | Slachtoffer | Dader | Redder | Liefdesobject | Grappige noot | Wijze mentor | Etc.
Wie of wat stond centraal?
Wie had de meeste tekst? | Wie maakte de belangrijkste ontwikkeling door? | 
Vanuit wiens perspectief keek het publiek? Wie had meer een bijrol of ondersteunende functie? | Welke thema's kwamen erin voor? Stonden die dichtbij jou/sprak je uit eigen ervaring?
timer
5:00

Slide 102 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H3 | WAT MAAK JIJ?
REFLECTIE || Maak tweetallen en stel elkaar deze vragen:
Wat valt je meteen op als je dit terugleest?
Welke patronen keren steeds terug in jouw werk?
Welke identiteiten waren zichtbaar?
Gender | Etniciteit | Klasse | Lichaamsbouw | Leeftijd | Seksualiteit | Beperking | Religie | Opleidingsniveau | Etc.
Welke rollen kregen deze identiteiten?
Held | Slachtoffer | Dader | Redder | Liefdesobject | Grappige noot | Wijze mentor | Etc.
Wie of wat stond centraal?
Wie had de meeste tekst? | Wie maakte de belangrijkste ontwikkeling door? | 
Vanuit wiens perspectief keek het publiek? Wie had meer een bijrol of ondersteunende functie?
| Welke thema's kwamen erin voor? Stonden die dichtbij jou/sprak je uit eigen ervaring?

Als iemand jouw werk zou analyseren zonder jou te kennen....
wat zou diegene dan denken dat jij gelooft over de wereld?

timer
5:00

Slide 103 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4: VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie

Slide 104 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 | Voor wie maak ik?
Geen enkele voorstelling bestaat zonder publiek. Bewust of onbewust maak je altijd voor iemand. Voor een specifieke gemeenschap, voor leeftijdsgenoten, voor een programmeur, voor je familie, voor collega-makers, voor mensen die zichzelf zelden terugzien op een podium, of misschien juist voor mensen die je wilt uitdagen.

De mensen voor wie je maakt, beïnvloeden de keuzes die je maakt. Ze bepalen mede de taal, vorm, toon, locatie en onderwerpen van je werk. Soms komt het publiek dat je voor ogen had ook daadwerkelijk naar de voorstelling. Soms blijkt het publiek in de zaal heel anders dan het publiek waarvoor je dacht te maken.

Slide 105 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H3 | WAT MAAK JIJ?
Er volgt nu een gedachte-experiment.
Je mag gaan liggen op de grond, of zit ergens gemakkelijk...
Sluit je ogen en probeer voor jezelf antwoord te geven op de vragen die ik je stel..
Je mag het visualiseren in je hoofd of als dat je helpt, kort opschrijven in steekwoorden...

Slide 106 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4 | VOOR WIE MAAK JIJ?
Visualiseer een voorstelling die je hebt gemaakt of nog gaat maken in de toekomst..
Hoe ziet je gewenste publiek eruit? Wie zit er op de eerste rij?
Zie je je vrienden? Je moeder/vader/familielid? Collega's? Klasgenoten?
Zie je een docent? Zie je iemand waar je naar opkijkt?
Zie je bepaalde programmeurs? Van festivals/theaters?
Zie je een recensent? Van wat dan? Een krant? Radio? Tv?
Zie je ook een specifieke gemeenschap zitten?
Wie zie je niet zitten, maar zou je wel leuk vinden?
Hoe komt dat? Waarom is die persoon of die groep er niet?


Slide 107 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4 | VOOR WIE MAAK JIJ?
Visualiseer je publiek.

Na afloop van je voorstelling is er één groep ontzettend boos. WOEST!
Er lopen zelfs een paar mensen weg tijdens de voorstelling.
Welke mensen zouden dat mogen zijn van jou?
Wie absoluut niet?
Waarom?

Slide 108 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4 | VOOR WIE MAAK JIJ?
Visualiseer je publiek.

Na afloop van je voorstelling zijn er mensen in tranen ontroerd.
Iemand komt na afloop naar je toe en omhelst je.
Wie hoop je dat dat is? Hoe ziet die persoon eruit?
Bij wie verwacht je dat dit minder snel gebeurt?

Slide 109 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4 | VOOR WIE MAAK JIJ?
Visualiseer je publiek.

Na afloop van je voorstelling in een bepaalde buurt / stad / theater
krijg je een staande ovatie.
Waar is dat? 
Waar verwacht je dat dit minder snel gebeurt?

Slide 110 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4 | VOOR WIE MAAK JIJ?
Visualiseer je publiek.

Je schrijft een fondsaanvraag.
Je moet één gewenste doelgroep kiezen voor je voorstelling en je weet dat dit fonds ook komt kijken naar je voorstelling.
Wie noem je in je aanvraag? 
Waarom juist die groep?

Slide 111 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4 | VOOR WIE MAAK JIJ?
Ogen mogen weer open.
Vaak denken makers dat ze voor een bepaald publiek maken, maar als je eerlijk kijkt naar wie er daadwerkelijk in de zaal zit, ontstaat soms een heel ander beeld.
Dit gaat over jouw eigen idee of missie.
Bijvoorbeeld:
Ik wil maken voor jongeren rond de 14 jaar
Ik wil maken voor mensen die nooit naar theater gaan
Ik wil maken voor de buurt waar ik vandaan kom
Ik wil maken voor vrouwen van kleur
Ik wil maken voor vaders
Ik wil maken voor de gehele Nederlandse samenleving

Slide 112 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4 | VOOR WIE MAAK JIJ?
Maak soms klopt dat niet met de werkelijkheid... 
Bijvoorbeeld:
In mijn zaal zitten vooral hoogopgeleide theaterliefhebbers
In mijn zaal zitten vooral witte vijftigplussers met een theaterabonnement
In mijn zaal zitten vooral collega-makers
In mijn zaal zitten vooral programmeurs
In mijn zaal zitten vooral subsidieverstrekkers
In mijn zaal zitten vooral studenten van kunstopleidingen

Slide 113 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4 | VOOR WIE MAAK JIJ?
Ga weer in tweetallen zitten en bespreek:
  1. wie je probeert te bereiken;
  2. van wie je erkenning zoekt;
  3. Wie voelt zich welkom in jouw werk;
  4. bij wie je wrijving of ongemak verwacht;
  5. bij wie je ontroering hoopt;
  6. welke keuzes je kan maken om de afstand -tussen wie je in de zaal wil hebben en wie er ook daadwerkelijk zit- eventueel kleiner te maken...
timer
5:00

Slide 114 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5: HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Slide 115 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Een voorstelling ontstaat niet alleen door wat er op het podium te zien is, maar ook door de keuzes die onderweg worden gemaakt. 

De manier waarop je samenwerkt, luistert, leiding geeft, ruimte maakt, conflicten aangaat en beslissingen neemt, vormt het werk net zo goed als de inhoud zelf.

Iedere maker brengt overtuigingen, gewoontes, ervaringen en blinde vlekken mee de repetitieruimte in. Die beïnvloeden hoe je naar anderen kijkt, welke stemmen je hoort, welke ideeën serieus worden genomen en hoe macht verdeeld wordt binnen een (repetitie/maak)proces.

Slide 116 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Je kunt een organisatie, voorstelling, opleiding of bestuur hebben waarin verschillende mensen zichtbaar aanwezig zijn. Er zitten vrouwen aan tafel, makers van kleur, queer makers, mensen met verschillende achtergronden. Op papier lijkt er dan sprake van diversiteit.

Maar de vraag is:
Wie bepaalt uiteindelijk wat er gemaakt wordt?
Wie beslist over geld? Of over de thema's? De agenda?
Wie spreekt zich vaak uit en wie zwijgt sneller in een groep?
Wiens mening weegt het zwaarst?
Naar wie wordt langer/beter geluisterd?

Slide 117 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Als die macht nog steeds bij dezelfde groep ligt, 
dan kan diversiteit vooral symbolisch zijn. 

Dat noemen we vaak tokenism: 
Iemand is wel aanwezig ("seat at the table"), 
maar heeft vrij weinig invloed op de richting, de inhoud of de besluitvorming...

Slide 118 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Een voorbeeld van tokenism of symbolische diversiteit:
Een brochure/poster/flyer/website toont op elke foto een diverse cast.

Maar:
de artistieke leiding is homogeen;
de zakelijke leiding is homogeen;
de programmeurs zijn homogeen;
de selectiecommissie van een fonds is homogeen;
en ga zo maar door..

Dan verandert vooral het beeld, maar niet het systeem.

Slide 119 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Tokenism wordt vaak bekritiseerd omdat zichtbare representatie niet automatisch leidt tot gedeelde macht of structurele verandering. 

Tegelijkertijd kan symbolische representatie soms een eerste stap zijn. 
Het zichtbaar maken van groepen die lange tijd ontbraken, kan bijdragen aan herkenning, rolmodellen en het doorbreken van bestaande normen. 

De uitdaging is om representatie niet het eindpunt, 
maar het beginpunt van verandering te laten zijn.

Slide 120 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Een voorbeeld:
Een toneelschool merkt dat er bijna alleen witte studenten worden aangenomen.
Ze nemen één of twee studenten van kleur aan. Vervolgens zeggen ze: "Kijk, we zijn divers."
Maar:
de docenten blijven hetzelfde;
het curriculum blijft hetzelfde;
de referentiekaders blijven hetzelfde;
de selectiecommissie blijft hetzelfde;
de cultuur blijft hetzelfde.

Dan verandert vooral het beeld.

Slide 121 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Stel... Dezelfde toneelschool neemt bewust meer diverse studenten aan. 
Daardoor ontstaan nieuwe vragen, zoals:

  • Waarom vallen bepaalde groepen eerder af tijdens audities?
  • Welke teksten lezen we eigenlijk? / Welke makers behandelen we?
  • Wie geeft er hier les?
  • Welke verhalen of stijlen beschouwen we als "goed toneel"?
  • Wie voelt zich hier thuis?
  • Welke ongeschreven regels bestaan hier? Etc.

Die aanwezigheid zorgt er dan voor dat het systeem zichzelf moet bevragen.

Slide 122 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Een vorm van problematische Tokenism is vaak wanneer één persoon wordt gezien als vertegenwoordiger van een hele groep, terwijl die persoon natuurlijk alleen voor zichzelf kan spreken. Bijvoorbeeld:

"Laten we het even aan haar vragen, zij is moslim."
"Wat vinden zwarte mensen hier eigenlijk van?"
"Jij bent queer, hoe kijkt de LHBTQ+-gemeenschap hiernaar?"
"Kun jij even uitleggen hoe dat is voor mensen met een migratieachtergrond?"

Dan wordt iemand (onbedoeld) tot woordvoerder gemaakt van een 
enorme diverse groep mensen.

Slide 123 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Dit is vaak "goed bedoeld", want je denkt iemand een stem te geven.. 
maar dat is problematisch omdat:
  1. Geen enkele groep homogeen is.
  2. Mensen binnen dezelfde groep heel verschillend kunnen denken.
  3. De persoon extra werk moet verrichten (uitleggen, vertegenwoordigen, onderwijzen).
  4. Diegene voortdurend wordt teruggebracht tot één aspect van diens identiteit.
Een signaal van tokenism is vaak:
"We hebben één persoon uit groep X aan tafel, 
dus nu leren we het perspectief van groep X kennen." 
Terwijl intersectionaliteit juist laat zien dat er niet één perspectief van "de vrouw", "de moslim", "de zwarte persoon" of "de queer gemeenschap" bestaat.

Slide 124 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Representatie gaat over wie er in de ruimte zit.
Inclusie gaat over wie er gehoord wordt.
Macht gaat over wie mag beslissen.

Tokenism is een deur openen.
Maar dat is nog geen inclusie.
Echter zonder die deur komt er soms ook niemand binnen.

--- Er volgen nu hele korte opdrachten die je voor jezelf moet opschrijven

Slide 125 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Denk aan een voorstelling die je maakte.

Welk personage krijgt het laatste woord?
Waarom heb je juist die persoon gekozen?
Wie krijgt aan het eind geen stem?

Schrijf voor jezelf op
timer
2:00

Slide 126 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Denk aan een voorstelling die je maakte.

Met welke gedachten wilde je dat het publiek de deur uit ging?
Hoe deed je dat?

Schrijf voor jezelf op
timer
2:00

Slide 127 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Denk aan een moment waarop iemand kritiek gaf op jouw werk.
Wat was jouw reactie? Wat roept kritiek vaak bij je op?

□ Jezelf uitleggen
□ Jezelf verdedigen
□ Je werk aanpassen
□ De kritiek afwijzen
□ De kritiek onderzoeken

Wat zegt dat over jouw manier van maken?
Schrijf voor jezelf op
timer
2:00

Slide 128 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Denk aan een project dat je hebt gemaakt.
Wie had je achteraf eigenlijk moeten spreken?

een expert?
een ervaringsdeskundige?
iemand uit de gemeenschap?
een criticus?
iemand die het oneens was?
--Waarom gebeurde dat niet?

Schrijf voor jezelf op
timer
2:00

Slide 129 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Denk aan een recentelijk project.

Wie was vaak aan het woord tijdens repetities, nam de meeste ruimte in?
Hoe kwam dat?
Wie zei het minst tijdens repetities?
Waarom sprak die persoon minder, denk je?
Werd daar ruimte voor gemaakt?
Werd daar naar gevraagd?

Schrijf voor jezelf op
timer
2:00

Slide 130 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Maak een lijst van vier uitspraken rondom repeteren/onderzoeken
waar jij als maker HEEL sterk in gelooft. Bijvoorbeeld:
  1. Een repetitie moet schuren.
  2. Een repetitie moet toegankelijk zijn.
  3. Alles moet tijdens een repetitie bespreekbaar zijn.
  4. Een repetitie ruimte moet een veilige ruimte zijn.
Maak een lijstje.

timer
1:00

Slide 131 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Stel vervolgens de vraag:

Wat...als het tegenovergestelde waar is? 
Zou dat ook iets kunnen opleveren?

Voor wie zou deze overtuiging minder goed kunnen werken? 
Wie komt deze overtuiging van jou heel goed uit?
timer
1:00

Slide 132 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Maak weer tweetallen.

Je gaat nu allebei 1 minuut het tegenovergestelde van een diepgewortelde overtuiging verdedigen tegenover elkaar. Deze opdracht heet "de advocaat van de duivel".

Bijvoorbeeld; "Een repetitie moet schuren."
Dan draai je hem eerst om: "Een repetitie mag niet schuren". 
En dan verdedig je dit 1 minuut bij elkaar...
En dan wissel je.

Tijd gaat NU in.
timer
1:00

Slide 133 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Omdat overtuigingen vaak zo vanzelfsprekend zijn geworden 
dat we ze niet meer herkennen als overtuigingen. Ze voelen als feiten.
Deze oefening helpt om afstand te nemen van je eigen denkraam en te onderzoeken waar jouw ideeën, voorkeuren en vanzelfsprekendheden vandaan komen.
Door jezelf af te vragen:
Wat als het tegenovergestelde waar is?
Zou dat ook iets kunnen opleveren?
Voor wie werkt mijn overtuiging minder goed?
Wie profiteert eigenlijk van deze overtuiging?
ontdek je dat veel artistieke, pedagogische of maatschappelijke "waarheden" 
in werkelijkheid keuzes zijn.

Slide 134 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 | HOE MAAK JIJ?
Als maker/regisseur/docent is het daarom goed om afentoe...

  1. vanzelfsprekendheden te bevragen;
  2. andere perspectieven serieus te onderzoeken;
  3. complexer naar vraagstukken te kijken;
  4. minder snel in goed/fout-denken te vervallen;
  5. bewuster te worden van de "gaze" of bril waardoor je naar de wereld kijkt.

Juist in kunst en onderwijs is dat waardevol. Niet omdat je altijd van mening moet veranderen, maar omdat je leert dat jouw perspectief één perspectief is tussen vele andere. Dat maakt ruimte voor meerstemmigheid, nieuwsgierigheid en gesprek.

Slide 135 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EINDE SESSIE 2
Bronnenlijst (oh zoveel bangers, als jullie tips hebben, stuur mij ook vooral!!)

- Wit huiswerk: Hoe kun je bijdragen aan de strijd tegen racisme
- Gloria Wekker - Witte onschuld (Paradoxen van kolonialisme en ras, herziene editie)
- Bell Hooks - Teaching to transgress (al haar werk eigenlijk)
- Reni Eddo-Lodge - Waarom ik niet meer met witte mensen over racisme praat
- Caroline Criado Perez - Invisible Women: Exposing Data Bias in a World Designed for Men 
- Gewoon al het werk van Chimamanda Ngozi Adichie
- Meg-John Barker - Queer: A Graphic History
- De ZIJkant van de Macht - Joris Luyendijk (Zo zie je maar.. je kan 7 vinkjes hebben en toch heel interessant werk over inclusie en diversiteit maken ;))

Slide 136 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SLOT: Wat heb je na deze 2 sessies "blinde vlekken" ontdekt over jezelf als maker, en hoe beïnvloedt dat wat, voor wie en hoe jij maakt?

Slide 137 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

DANK!!!!


Voor jullie openhartigheid en kwetsbaarheid.
Volgend jaar zie ik jullie weer en kunnen we terugblikken op de eindregie en alle keuzes die je daarin hebt gemaakt, 
met een focus rondom inclusie & diversiteit.
Ik kijk ernaar uit! X Nina

Slide 138 - Tekstslide

INLEIDING | Waarom dit vak?

Waarom spreken we vandaag over inclusie, diversiteit, representatie en sociale veiligheid binnen het theater?
Over het podium als plek die niet neutraal is, maar invloed heeft op hoe we kijken naar onszelf en naar anderen.

WIE BEN JIJ | Persoonlijke positionering van de maker

Over identiteit, opvoeding, normen, overtuigingen, blinde vlekken en persoonlijke ervaringen.
Wie ben jij, en hoe beïnvloedt jouw blik het werk dat je maakt?

WAT MAAK JIJ | Het podium als spiegel van de samenleving

Over theater als reflectie van maatschappelijke structuren, stereotypen, machtsverhoudingen en beeldvorming.
Welke verhalen vertellen we — en welke verhalen ontbreken?

VOOR WIE MAAK JIJ | Macht en representatie

Over publiek, casting, toegankelijkheid, inclusie, tokenism en de vraag wie zichzelf mag terugzien op het podium.
Wie krijgt ruimte, zichtbaarheid en een stem?

HOE MAAK JIJ | Over ontmoeting, frictie en meerstemmigheid

Over samenwerken, luisteren, ongemak, conflict, veiligheid en het omgaan met verschillen binnen een artistiek proces.
Hoe creëren we ruimte voor meerdere perspectieven zonder verschillen glad te strijken?