Module 7 Instanties

Module 7 Instanties
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Module 7 Instanties

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Wat doet de gemeente

Slide 3 - Tekstslide

Een verandering/wijziging doorgeven


De gemeente heeft een eigen administratie: de Basis Registratie Personen (BRP). Daarin staan de gegevens van de inwoners.
  • Als je een kind hebt gekregen.    (aangifte)
  • Als je wilt trouwen of scheiden.   
  • Als iemand uit je gezin is overleden.
  • Als je bent verhuisd. 
Een verhuizing naar het buitenland of naar Nederland moet je ook melden.
Hoe moet je dingen doorgeven of wijzigen? Je kunt zelf naar het gemeentehuis gaan. Maar sommige dingen kun je ook via internet wijzigen.

Slide 4 - Tekstslide

Een document aanvragen of verlengen
Het gemeentehuis regelt documenten (bewijs) van de bewoners.
Met je paspoort (of identiteitskaart  ID-kaart) kun je bewijzen wie je bent. Je hebt hem ook nodig om in het buitenland te reizen.
Een rijbewijs.
Documenten zijn dus erg belangrijke papieren.
Soms moet je documenten verlengen. Dat betekent: zorgen dat je document geldig blijft.
Dit doe je bij afdeling: Burgerzaken

Slide 5 - Tekstslide

Wonen in Nederland
Niet iedereen kan zomaar in Nederland komen wonen. Je moet een goede reden hebben om hier te wonen, bijvoorbeeld omdat je hier wilt werken of omdat het niet veilig is in het land waar je vandaan komt.
Een verblijfsvergunning is voor mensen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben.
Wil je maar drie maanden of korter in Nederland zijn? Dan heb je alleen een visum nodig.

Slide 6 - Tekstslide

Nederlander worden
Heb je een verblijfsvergunning? Dan mag je legaal in Nederland blijven wonen.
Je hebt dan nog niet de Nederlandse nationaliteit. Wil je Nederlander worden? Dan kun je een aanvraag voor naturalisatie doen. Naturalisatie betekent dat je Nederlander wordt.
Waar vraag je naturalisatie aan? Op het gemeentehuis.
De gemeente stuurt je aanvraag naar de IND. Als de IND deze goedkeurt, dan word je Nederlander.

Slide 7 - Tekstslide

Eisen naturalisatie
  • 18 Jaar of ouder.
  • 5 Jaar in Nederland met geldige verblijfsvergunning.
  • Voldoende ingeburgerd.
  • Afgelopen 4 jaar geen gevangenisstraf gehad.

Slide 8 - Tekstslide

Een verblijfsvergunning aanvragen
Ben je in Nederland aangekomen, dan moet je binnen drie dagen een verblijfsvergunning aanvragen.
Niet iedereen mag meteen naar Nederland komen. Soms moet je éérst een Machtiging Voorlopig Verblijf (MVV) hebben. (gezinshereniging)
Je kunt een MVV aanvragen in het land waar je woont bij de Nederlandse ambassade of het Nederlandse consulaat. Met een MVV mag je Nederland binnenkomen. Maar moet je óók nog een verblijfsvergunning aanvragen.

Slide 9 - Tekstslide

Een vergunning aanvragen
Een vergunning betekent: toestemming van de gemeente.
Bouwvergunning
Als je iets groots wilt bouwen. Bijvoorbeeld een schuur in je tuin.
Sloopvergunning
Als je iets wilt afbreken. Bijvoorbeeld de schuur. Slopen betekent: iets kapot maken en weghalen.
Kapvergunning
Als je een grote boom in je tuin wilt kappen (omhakken). Voor hele kleine bomen heb je geen kapvergunning nodig.
Er zijn nog meer vergunningen. 

Slide 10 - Tekstslide

wat doet de gemeente nog meer?



Helpen bij het zoeken naar werk?
Je kunt een bijstandsuitkering aanvragen bij de gemeente
Mensen betalen belasting aan de gemeente voor:
speeltuinen, schone stad, goede straten

Slide 11 - Tekstslide








                   De politie

Slide 12 - Tekstslide

De identificatieplicht
legitimeren/identificeren betekent: laten zien wie je bent. Je moet dus bijvoorbeeld je paspoort of je rijbewijs laten zien.
  • vanaf 14 jaar
  •  Er moet wel een goede reden voor zijn.
  • paspoort, rijbewijs of identiteitskaart. Als je dat niet hebt, is bijvoorbeeld een verblijfsvergunning ook goed.
  • boete 90 euro

Slide 13 - Tekstslide

Wat doet de politie
De politie heeft vier belangrijke taken:
  •     De politie moet misdrijven oplossen en daders vinden. Een misdrijf is iets dat niet mag.
  •     De politie helpt als het nodig is. Als er een ongeluk is gebeurd, komt de politie.
  •     De politie probeert vervelende dingen te voorkomen.Tips over hoe je je huis goed op slot moet doen.
  •     De politie zorgt dat het rustig blijft, vooral op plaatsen met veel mensen. Bijvoorbeeld in een voetbalstadion.

Slide 14 - Tekstslide

Je kunt ook zelf naar de politie gaan. Bijvoorbeeld als je een speciaal probleem hebt
  •     Als je je legitimatiebewijs kwijt bent of als er iets is gestolen, bijvoorbeeld je rijbewijs.  Je vertelt wat je kwijt bent of wat er is gestolen. Dit heet aangifte doen.
  •     Als je iets ergs ziet bijvoorbeeld bij een ernstig ongeluk of een gevecht.  Als de politie meteen moet komen/spoed/noodgeval: 112. Dat is het alarmnummer. Als er geen spoed is: 0900-8844.
  •     Als de buren midden in de nacht heel veel geluid maken. Dit noem je overlast.

Slide 15 - Tekstslide

De verkeerspolitie
Je hebt speciale politie voor op de weg. Dit heet de verkeerspolitie.

  • De verkeerspolitie kijkt of iedereen zich aan de verkeersregels houdt.
  • Ze helpen ook als er problemen zijn in het verkeer, bijvoorbeeld als een stoplicht kapot is. De verkeerspolitie regelt dan het verkeer.

Slide 16 - Tekstslide

internet opdracht
www.vraaghetdepolitie.nl
www.politie.nl

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

De belastingdienst
Alle mensen in Nederland moeten belasting betalen. Belasting moet je betalen aan de Belastingdienst.
Dit gaat naar de politie en voor het onderhoud van snelwegen, maar ook voor het betalen van uitkeringen.

Je noemt dit algemene voorzieningen: dingen voor iedereen. Niet iedereen moet evenveel belasting betalen. 


Slide 19 - Tekstslide

Hoe betaal je belasting
Soms betaal je belasting automatisch. Bijvoorbeeld belasting over je loon. Je werkgever betaalt het aan de Belastingdienst.
Maar niet alle belasting gaat automatisch. Je moet zelf aangifte doen.

Belasting-aangifte betekent: aan de Belastingdienst vertellen hoeveel geld je had. (een jaar ervoor) 

 

Slide 20 - Tekstslide

wat heb je nodig;
* bsn burger-service-nummer
*inkomsten (jaaropgaaf)
*uitgaven (zorgkosten, studiekosten, giften)
*overzicht geld op betaalrekening en spaarrekening
*papieren van je koophuis

Slide 21 - Tekstslide

Jaar opgave
De jaaropgaaf is een heel belangrijk papier. Je hebt het nodig bij het invullen van je belastingaangifte.
Als het jaar is afgelopen, stuurt je werkgever je jaaropgaaf naar je op.
Op de jaaropgaaf staat hoeveel loon je hebt gekregen dat jaar en hoeveel belasting je al hebt betaald.
De jaaropgaaf lijkt erg op het loonstrookje. Wat is het verschil? Een loonstrookje krijg je elke maand. En de jaaropgaaf krijg je één keer per jaar.

Slide 22 - Tekstslide

Geld terug krijgen
De Belastingdienst kan jou soms ook geld teruggeven.
    Alimentatie: geld dat je aan je ex-man of ex-vrouw hebt betaald.
    Reiskosten: geld voor het reizen naar je werk.
    Geld dat je aan een goed doel hebt gegeven.
Dit moet je op dezelfde aangifte invullen. Je hoeft dan minder belasting te betalen.
Na een paar maanden krijg je een brief van de Belastingdienst. Daarin staat hoeveel belasting je nog moet betalen, of hoeveel geld je terugkrijgt.

Slide 23 - Tekstslide

Toeslagen


De belastingdienst betaald ook toeslagen.

  • huur-toeslag
  • zorg-toeslag (zorgverzekering)
  • kinder-opvang-toeslag
  • kind gebonden budget
Dit moet je zelf aanvragen (www.toeslagen.nl)

Slide 24 - Tekstslide

Niet betalen?
Belasting betalen is verplicht.
Als je niet betaalt, kun je een boete krijgen.
Maar als je de belasting niet meteen kunt betalen, dan kun je een paar dingen doen:
  •     Je kunt vragen of je later mag betalen. Dit heet uitstel.
  •     Je kunt vragen of je het geld in meerdere keren (termijnen) mag betalen.
  •     Vind je dat je teveel belasting moet betalen? Dan kun je bezwaar maken.
  •     Je kunt in sommige gevallen om een kwijtschelding vragen. Kwijtschelding betekent: je mag minder belasting betalen.

Slide 25 - Tekstslide

Bewaar belangrijke papieren!!
Je moet je aangifte altijd eerlijk invullen.
Je moet altijd bewijzen hebben. Zo kun je laten zien hoeveel geld je had. En waar je het voor hebt gebruikt.
Je moet daarom papieren over geld altijd bewaren: van de bank  en over leningen of schulden. Je moet ook je jaaropgaaf goed bewaren. Het is verplicht om al je papieren 5 jaar te bewaren voor controle. Daarna mag je ze weggooien.

Slide 26 - Tekstslide

Gemeente belasting
Je moet aan de gemeente belasting betalen voor:
afval
riool
koophuis
hond
Dit gebruikt de gemeente voor: straten te maken en veiligheid.
Verdien je weinig: kwijtschelding aanvragen

Slide 27 - Tekstslide

7.4 Hulpverlening

Slide 28 - Tekstslide

Problemen met de overheid
Mevrouw al-Jamil heeft geen werk. Maar vorige maand is haar uitkering plotseling gestopt. Ze heeft een brief gestuurd naar het UWV. Maar het UWV heeft haar geen antwoord gegeven. Daarom dient ze een klacht in bij de ombudsman.Probleem hebben met de overheid, bijvoorbeeld met de gemeente, de politie of het UWV. 
Dan kun je een klacht indienen bij de Nationale Ombudsman. Dat moet wel binnen één jaar. De ombudsman is er speciaal voor problemen tussen de overheid en een burger. Hij is onafhankelijk en neutraal.
De ombudsman gaat nu bekijken wat er aan de hand is. De ombudsman schrijft daarna een brief aan de overheid. De ombudsman controleert of het probleem wordt opgelost.
Het telefoonnummer van de Nationale Ombudsman is 0800 - 33 55555.

Slide 29 - Tekstslide

Problemen met de wet
Soms heb je een probleem met de wet. Dit noemen we een juridisch probleem.   
  • Je bent onterecht ontslagen. Dat betekent: ontslagen zonder goede reden.
  •  Je hebt een contract, maar je huisbaas heeft je uit huis gezet.
  •  Je moet weg uit Nederland.
  •  Je hebt een misdaad gepleegd, je hebt bijvoorbeeld iets gestolen.
Heb je hulp nodig bij een juridisch probleem? Dan kun je het beste naar een advocaat gaan.
Een advocaat is meestal wel erg duur. Er is ook goedkopere hulp: het Juridisch Loket.
De overheid betaalt hier een deel van de kosten. Het telefoonnummer is 0900 - 8020. Je kunt ook kijken op hun website: http://www.hetjl.nl/.


Slide 30 - Tekstslide

Problemen met discriminatie
Dis-cri-mi-na-tie betekent: anders worden behandeld dan anderen. 
Bijvoorbeeld omdat je een vrouw bent, omdat je een moslim bent, omdat je uit het buitenland komt, omdat je gehandicapt bent of omdat je ouder bent, of homoseksueel.
Discriminatie is verboden in Nederland maar het gebeurt helaas toch.

 Wat kun je doen als je wordt gediscrimineerd?
  • Je kunt je aangifte doen bij de politie.
  • Je kunt ook naar het Meldpunt Discriminatie gaan.

Slide 31 - Tekstslide

Problemen thuis
Het leven kan soms erg moeilijk zijn.
Bijvoorbeeld als je wordt ontslagen, als er iemand overlijdt of als je gaat scheiden. Je kunt dan depressief worden.
Er zijn gelukkig mensen die jou kunnen helpen. Dat zijn de mensen van het maatschappelijk werk.
Het opvoeden van je kinderen is ook niet altijd makkelijk.
Bureau Jeugdzorg helpt je als je een probleem met je kind hebt. Bijvoorbeeld als je kind nooit luistert of als je kind heel agressief is of als het heel slecht gaat op school.

Denk je dat je een maatschappelijk werker nodig hebt? Of iemand van Bureau Jeugdzorg? Dan moet je eerst naar je huisarts gaan.

Slide 32 - Tekstslide

Kijk naar de foto. Wat voor document is dit?
A
identiteitskaart
B
paspoort
C
rijbewijs

Slide 33 - Quizvraag

Kijk naar de foto. Wat voor document is dit?
A
identiteitskaart
B
paspoort
C
rijbewijs

Slide 34 - Quizvraag

Je krijgt deze brief. Van wie is de brief?
A
van de gemeente
B
van de politie
C
van de belastingdienst

Slide 35 - Quizvraag

Kijk naar de foto. Bel je de politie? Welk nummer bel je?
A
Nee, ik bel de politie niet
B
Ja, ik bel het spoednummer 112
C
Ja, ik bel het gewone nummer 0900-8844

Slide 36 - Quizvraag

Kijk naar de foto. Bel je de politie? Welk nummer bel je?
A
Nee, ik bel de politie niet.
B
Ja, ik bel het spoednummer 112
C
Ja, ik bel het gewone nummer 0900-8844

Slide 37 - Quizvraag

Kijk naar de foto. Bel je de politie? Welk nummer bel je?
A
Nee, ik bel de politie niet
B
Ja, ik bel het spoednummer 112
C
Ja, ik bel het gewone nummer 0900-8844

Slide 38 - Quizvraag

Wat moet je aangeven bij de gemeente?
A
Je fiets is gestolen
B
Je hebt een nieuwe auto gekocht
C
Je hebt een kind gekregen

Slide 39 - Quizvraag

In je tuin staat een grote boom. Door deze boom is het donker in huis. Je wilt de boom omzagen. Wat doe je?
A
Je vraagt aan de politie of je de boom mag omzagen
B
Je vraagt aan de gemeente of je de boom mag omzagen
C
Je zaagt de boom om, zonder het te vragen

Slide 40 - Quizvraag

Je rijdt door rood in je auto. De politie zegt dat je moet stoppen. Je stopt. De politie vraagt: kunt u zich identificeren? Wat doe je?
A
Je laat je rijbewijs zien
B
Je laat de autopapieren zien
C
Je rijdt verder. De politie mag deze vraag niet stellen

Slide 41 - Quizvraag

Je familie uit het buitenland wil naar Nederland komen. Ze komen twee weken op vakantie. Wat moeten ze aanvragen voordat ze naar Nederland komen?
A
een visum
B
een verblijfsvergunning
C
een Machtiging Voorlopig Verblijf (MVV)

Slide 42 - Quizvraag

Je woont in Nederland en je wilt trouwen met een vrouw uit Brazilië. Jullie willen samen in Nederland wonen. Wat moet zij regelen voordat ze naar Nederland komt?
A
een visum
B
een verblijfsvergunning
C
een Machtiging Voorlopig Verblijf (MVV)

Slide 43 - Quizvraag

Je hebt een cursus gevolgd. Door deze cursus kun je makkelijker een goede baan krijgen. Je hebt de cursus zelf betaald. Wat kun je doen om een deel van dit geld terug te krijgen?
A
Vragen bij het loket van de gemeente. Je krijgt dan contant geld.
B
De belastingaangifte invullen. Je kunt de kosten van de belasting aftrekken.
C
Vragen om een kwijtschelding bij de school waar je de cursus gevolgd hebt.

Slide 44 - Quizvraag

Je zoon van twaalf is moeilijk. Hij doet niet aardig tegen andere kinderen. Je weet niet wat je moet doen. Waar kun je om hulp vragen?
A
bij het Meldpunt Discriminatie
B
bij Bureau Jeugdzorg
C
bij het Juridisch Loket

Slide 45 - Quizvraag

Je wordt ontslagen. Je baas zegt dat je geld hebt gestolen op het kantoor. Maar dat is niet waar! Waar kun je om hulp vragen?
A
bij het Meldpunt Discriminatie
B
bij de Nationale Ombudsman
C
bij het Juridisch Loket

Slide 46 - Quizvraag

Je krijgt al twee jaar een uitkering van het UWV. Maar plotseling stopt de uitkering. Je gaat naar het UWV. Maar zij geven geen duidelijk antwoord. Waar kun je om hulp vragen?
A
bij het Meldpunt Discriminatie
B
bij de Nationale Ombudsman
C
bij het Juridisch Loket

Slide 47 - Quizvraag