Woche 5

A3b Duits, Woche 5
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

A3b Duits, Woche 5

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Beginopdracht

Slide 3 - Tekstslide

Diese Woche:
Donnerstag (40 Min.)

Taaldorp
Montag (80 Min.)

Uitleg komende periode
Start Lektion 29
LWS AB S. 20

Slide 4 - Tekstslide

Komende periode
--> T03: Lektion 28, 29, 30 (tijdens TP3, weging 2x)
--> P02: Taaldorp (op dinsdag 5 maart, weging 1x)

Slide 5 - Tekstslide

Start Lektion 29
KB S. 12-13 (4 + 6)
AB S. 14-16 (1-8)


Slide 6 - Tekstslide

Konjunktiv II - beleefdheidsvorm
Bekijk de onderstaande Konjunktiv II-vormen. Wat betekenen ze, denk je?  (/ hoe zou je ze in het Nederlands vertalen?)

- Entschuldigung, könnten wir etwas bestellen? > Ja, klar!
- Ich hätte gern einen Teller Pommes für mich und meinen      Freund. > Sehr gut. Was möchten Sie dazu trinken?



Slide 7 - Tekstslide

Konjunktiv II
De zou-vorm in het Nederlands is de Konjunktiv II in het Duits.
In het Nederlands vervoeg je de zou-vorm en komt er een heel werkwoord achter.
--> In het Duits heb je hier één vorm voor: könnte(n), hätte(n), möchte(n), dürfte(n), wäre(n), würde(n), etc. 

Je leert voor nu alleen de Konjunktiv II-vormen van haben.



Slide 8 - Tekstslide

haben im Konjunktiv II
Stappenplan: 
- begin met de verledentijdsvorm
hatte (haben)
mochte (mögen)
konnte (können)
- zet er een Umlaut op --> hätte, möchte, könnte
--> und schon bist du fertig! 

Slide 9 - Tekstslide

haben im Konjunktiv II
ä = è
ö = u
ü = uu
ich
hätte
du
hättest
er/sie/es
hätte
wir
hätten
ihr
hättet
sie/Sie
hätten

Slide 10 - Tekstslide

An die Arbeit
AB Aufgabe 1, 2, 3a, 4ab, 5, 6, 8, 9
S. 14-16

Slide 11 - Tekstslide

LWS Lektion 29
AB S. 20


Slide 12 - Tekstslide

Welche Wörter/Sätze braucht man 
beim Bäcker?
- Konjunktiv II = beleefdheidsvorm
- Brötchen (broodjes)
- Buttercroissant 
- Hallo! Guten Tag! 
- ich möchte gern ......., bitte.
- Nein, dankeschön.
Möchten Sie bar oder mit Karte bezahlen? > Ich möchte bar/mit Karte (be)zahlen, bitte.
- Auf Wiedersehen/Danke, tschüs!/Schönen Tag noch! 

Slide 13 - Tekstslide

Welche Wörter/Sätze braucht man 
beim Bäcker?

Slide 14 - Tekstslide