Toets: Het Menselijk Bestaan en de Zin van het Leven.

Toets: 
Het Menselijk Bestaan en de Zin van het Leven.  

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstLevensbeschouwingtoetsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Toets: 
Het Menselijk Bestaan en de Zin van het Leven.  

Slide 1 - Tekstslide

Deze toets bestaat uit

  • 20 meerkeuzevragen
  • 10 waar/ niet waar vragen
  • 3 sleepvragen
  • 7 open vragen

Slide 2 - Tekstslide

18 meerkeuzevragen 

Slide 3 - Tekstslide


Hoe zou een existentialist de uitspraak "Alles heeft zijn tijd" van Prediker interpreteren?
A
Als een bevestiging van het lot
B
Als een religieuze les
C
Als een oproep tot geduld en acceptatie
D
Als een erkenning van de tijdelijke aard van het bestaan

Slide 4 - Quizvraag


Wat is essentie?
A
Kerneigenschappen die noodzakelijk zijn voor een ding om te zijn wat het is
B
Eigenschappen die elke ding heeft dat bestaat
C
Kerneigenschappen die niet noodzakelijk zijn voor een ding om te zijn wat het is
D
Eigenschappen die niet noodzakelijk aanwezig zijn om te bestaan

Slide 5 - Quizvraag


Wat is het verschil tussen essentialisme en existentialisme?
A
Bij het essentialisme gaat het om het doel wat je zelf moet verwezenlijken en bij het existentialisme is er helemaal geen doel
B
Er is geen verschil
C
Bij het essentialisme word je geboren zonder doel. Bij het existentialisme is er wel een doel
D
Bij essentialisme is het doel (van wat je moet zijn) al bepaald voor je geboorte

Slide 6 - Quizvraag


Waarom is het logisch dat Sartre uitgaat van de absolute vrijheid van de mens?
A
Hij gaat uit van het feit dat God de mens autonoom heeft gemaakt
B
Hij gaat niet uit van een leven na de dood
C
Hij gaat uit van het feit dat God zijn handen van zijn schepping heeft afgetrokken
D
Hij gaat niet uit van het bestaan van een godheid

Slide 7 - Quizvraag


Welke emotie wordt vaak geassocieerd met het existentialistische begrip 'angst', 
en is ook terug te vinden in Prediker?
A
Hoop
B
Vreugde
C
Bezorgdheid
D
Onverschilligheid

Slide 8 - Quizvraag


In welk opzicht sluit Prediker aan bij het existentialisme?
A
Het benadrukken van de rol van goddelijke voorzienigheid
B
Het ontkennen van de vrije wil
C
Het ontkennen van de vrije wil
D
Het beklemtonen van de waarde van traditie en rituelen

Slide 9 - Quizvraag


Hoe kan Prediker's advies om te genieten van het leven gezien worden in existentialistische termen?
A
Als een vlucht uit de werkelijkheid
B
Als een afwijzing van alle waarden
C
Als een manier om authenticiteit te vinden
D
Als een teken van zwakte

Slide 10 - Quizvraag


Wat is de cyclus van het absurde?
A
Weten dat het leven zinloos is en uit te vinden hoe je een leven kunt leven met betekenis
B
Weten dat het leven zinloos is en uit te vinden hoe je een leven kunt leven zonder betekenis
C
Weten dat het leven zinvol is en uit te vinden hoe je een leven kunt leven met betekenis.
D
Weten dat het leven zinvol is en uit bevinden hoe je een leven kunt leven zonder betekenis

Slide 11 - Quizvraag



Waarom heeft In "Life is meaningless" moraliteit geen plek in het leven leven?
A
Omdat hij er de meerwaarde niet van in ziet
B
Omdat hij er geen zin in heeft
C
Omdat hij vindt dat hij nooit iets fout doet
D
Omdat het niet uitmaakt wat je doet, want alles is toch zinloos

Slide 12 - Quizvraag


Wat was in "Life is meaningless" de oplossing voor het onnodige kwaad dat mensen elkaar aandoen in deze wereld?
A
Mensen moeten zich bewust worden dat ze tot dezelfde soort behoren
B
Mensen moeten revoluties beginnen
C
Mensen moeten van andere mensen leren houden
D
Mensen moeten accepteren dat ze geen dieren zijn

Slide 13 - Quizvraag


Wat is samengevat de essentie van de gedachten gang van Camus?
A
Omdat het leven geen zin heeft, leef je je leven niet bewust genoeg
B
Omdat het leven wel zin heeft, leef je je leven heel erg bewust
C
Omdat het leven geen zin heeft, leef je je leven des te bewuster
D
Omdat het leven wel zin en betekenis heeft, leef je het des te bewuster

Slide 14 - Quizvraag


Wat wordt bedoeld met de absurde kloof van het bestaan?
A
De menselijke zoektocht naar betekenis van het bestaan en het gebrek aan subjectieve betekenis in een objectief universum
B
De menselijke zoektocht naar het bestaan van God het gebrek aan objectief bewijs
C
De menselijke zoektocht naar bewijs van een zinvol bestaan en het gebrek aan objectieve betekenis in een onverschillig universum
D
De menselijke zoektocht naar betekenis van het bestaan en het gebrek aan objectieve betekenis in een onverschillig universum

Slide 15 - Quizvraag


In het existentialisme kan de mens 
A
Geen zin geven aan het bestaan
B
Geen invloed hebben op zijn bestaan
C
Wel zin geven aan het bestaan
D
Niks doen

Slide 16 - Quizvraag


Volgens welke filosoof is een relatie met God hebben het doel van het leven?
A
Camus
B
Sartre
C
Kierkegaard
D
Nietzsche

Slide 17 - Quizvraag


Wat geeft het leven zin volgens Kierkegaard?
A
Niks
B
Geen betekenis proberen te geven aan het leven
C
De dood
D
Persoonlijke relatie met Christus aangaan

Slide 18 - Quizvraag


Wat is de uiteindelijke conclusie van de auteur van Prediker?
A
De betekenis van het leven zul je nooit zien
B
Het leven heeft betekenis ook al zie je het nu niet
C
Het leven heeft geen betekenis en ook geen zin
D
Het leven heeft geen betekenis ook al zie je dit nu niet

Slide 19 - Quizvraag


Wat is Symbolische onsterfelijkheid?
A
Symbolische onsterfelijkheid bestaat niet
B
Alles wat je bent, vindt en doet heeft invloed op anderen
C
Je lichaam blijft eeuwig bestaan na de dood
D
Wanneer je sterft, blijft je ziel eeuwig bestaan

Slide 20 - Quizvraag


Wat is het standpunt van het humanisme over het 'zelf'? 
A
De mens moet zijn leven laten leiden door anderen
B
De mens heeft geen controle over zijn leven
C
De mens moet zichzelf verloochenen
D
De mens moet zelf vorm en zin geven aan zijn leven

Slide 21 - Quizvraag


Op basis van de perspectieven bestudeerd in existentialisme, absurdisme, humanisme, Pascal, Kierkegaard, Camus en Prediker, welke benadering biedt het beste antwoord op deze zorgen?
A
Accepteer dat het leven absurd is (Camus) en handel zonder rekening te houden met anderen of moraliteit, aangezien uiteindelijk niets ertoe doet
B
Erken de absurditeit van het leven (Camus), gebruik je vrijheid om jezelf te definiëren (Sartre), handel ethisch en empathisch (humanisme), en overweeg geloof (Pascal/Kierkegaard) om betekenis te creëren
C
Ontken zowel vrijheid als betekenis (Sartre/Camus), vermijd het creëren van persoonlijke waarden en concentreer je uitsluitend op overleven of persoonlijk genot, zonder aandacht voor erfenis of anderen
D
Volg strikt religieuze of maatschappelijke regels (Kierkegaard/Pascal) terwijl je persoonlijke vrijheid ontkent en de absurditeit negeert

Slide 22 - Quizvraag


Op basis van de perspectieven bestudeerd in existentialisme, absurdisme, humanisme, Pascal, Kierkegaard, Camus en Prediker, welke benadering biedt het beste antwoord op deze zorgen?
A
Confronteer de absurditeit van het leven (Camus), definieer jezelf door je keuzes (Sartre), handel ethisch en empathisch (humanisme), en overweeg geloof (Pascal/Kierkegaard) om je leven betekenis te geven
B
Ontken alle vrijheid en betekenis (Sartre/Camus) en richt je alleen op persoonlijk genot, zonder verantwoordelijkheid of aandacht voor anderen
C
Accepteer dat het leven zinloos is en handel impulsief, zonder rekening te houden met de impact van je daden op anderen (Prediker/Camus)
D
Volg strikt religieuze regels (Kierkegaard/Pascal) zonder zelf na te denken over de absurditeit of persoonlijke verantwoordelijkheid

Slide 23 - Quizvraag

10 waar/ niet waar vragen

Slide 24 - Tekstslide

Waar of niet waar?
De Ruach is volgens het Jodendom niet voor eeuwig.
Volgens de Islam is het houden van de 5 zuilen een belangrijke voorwaarde om in het paradijs te komen.
De atman zonder omhulsel is bevrijd uit de samsara en keert terug naar de brahman.
Volgens het Hindoeïsme komt lijden door verlangens.
Volgens het boeddhisme reïncarneren je daden. 

Slide 25 - Sleepvraag

Waar of niet waar?
Waar of niet waar?
Alle humanisten zijn niet religieus.
Volgens humanisten ligt de zin van het leven in het leven zelf.
Alle wereldreligies gaan uit van de onsterfelijkheid van de ziel van de mens.
De beschrijving van het leven na de dood is voor joden, christenen en moslims ongeveer het zelfde.
Volgens de Islam zijn het Jodendom en Christendom betere religies dan het Hindoeïsme.

Slide 26 - Sleepvraag

3 sleepvragen

Slide 27 - Tekstslide

Zet het juiste begrip bij de juiste persoon.
Pascal
Prediker
Kierkegaard
Erasmus
Zelfbeschikking
Kansberekening
Vrijheid en verantwoordelijkheid
Tijd en dood

Slide 28 - Sleepvraag

Bij welke filosoof of religie past welke gedachtengang?  
Camus
Sartre
Pascal
Qohelet
Jodendom
Kierkegaard
God is de eenzaamheid van de mensen.
Je zult nooit gelukkig worden als je naar het geluk blijft zoeken. Je zult nooit leven als je blijft zoeken naar de bedoeling van het leven. 
Het belang van het individu om zichzelf te zijn in plaats van op te gaan in de massa en de meningen en waarden van anderen klakkeloos te volgen.
"Het eeuwige stilzwijgen van deze oneindige ruimten (het universum) vervult mij met angst."

Slide 29 - Sleepvraag

Bij welke filosoof of religie past welke gedachtengang?  
Camus
Sartre
Kierkegaard
Qohelet
Jodendom
Symbolische onsterfelijkheid
Het "zelf" is een verzameling memen. 
De Ruach keert terug naar God.
"Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. 
De angst is de duizeling van de vrijheid.

Slide 30 - Sleepvraag

7 open vragen

Slide 31 - Tekstslide


Hoe kunnen de adviezen van Prediker over genieten van het leven en werken geïnterpreteerd worden binnen de context van existentialistische vrijheid?

Slide 32 - Open vraag


Geef duidelijk de relatie aan tussen symbolische onsterfelijkheid en meme.

Slide 33 - Open vraag


Leg uit hoe de jaargetijden (lente, zomer....) een metafoor kunnen zijn voor het menselijk leven.

Slide 34 - Open vraag


Leg uit dat de metafoor van de brede en smalle weg wil duidelijk maken dat het menselijk leven begrepen dient te worden als een morele opgave.

Slide 35 - Open vraag


 Wat is dan het grote verschil tussen het Christendom en het Boeddhisme als het gaat om verlossing (krijgen) ?

Slide 36 - Open vraag


Deze uitspraak (Afbeelding) komt uit Sartre's werk "Being and Nothingness"
Laat zien hoe dit de kern weergeeft van het existentialisme.

Slide 37 - Open vraag