Hoofdstuk 6.1 Overheidsingrijpen

Overheidsingrijpen
Leerdoel: je weet hoe de overheid kan ingrijpen op markten
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Overheidsingrijpen
Leerdoel: je weet hoe de overheid kan ingrijpen op markten

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Individuele goederen
Dit zijn de goederen die 'via de markt' leverbaar zijn: producten die je zelf koopt. Mensen die er geen gebruik van maken, betalen er dus ook niet voor. 

Slide 3 - Tekstslide

Collectieve goederen
  • Collectieve goederen - Goederen die door de overheid geleverd worden. De prijs is niet vast te stellen en niemand kan uitgesloten worden van gebruik. Bijv: politie, defensie, straatverlichting.
  • Quasi-collectieve goederen - wanneer de overheid een individueel product aanbiedt, zoals onderwijs of zorg, maar je wel kunt kiezen om er gebruik van te maken. (prijs bljift laag)

Slide 4 - Tekstslide

Leg het verschil uit tussen individuele goederen en collectieve goederen.

Slide 5 - Open vraag

Externe effecten, overheidsingrijpen
Extern effect: 
effect als gevolg van 
productie en/of consumptie voor 
de welvaart van anderen  --> 
Niet bij de prijs inbegrepen 
Maatschappelijke kosten
Negatieve externe effecten &  positieve externe effecten

Slide 6 - Tekstslide

Externe effecten
Extern effect: Een gevolg van vraag of aanbod waar geen prijs voor wordt betaald. 

Wanneer mensen naar PSV-Feyenoord gaan, ontstaan er mogelijk rellen. Cafe's hebben schade, politie moet ingrijpen. Al deze kosten zitten niet bij de ticketprijs in.
Maatschappelijke kosten: Politie moet betaald worden, schade hersteld. Dus kosten voor de hele maatschappij (Belasting)

Slide 7 - Tekstslide

Wat is GEEN gevolg van externe effecten?
A
Prijs verandert
B
Maatschappelijke kosten stijgen
C
Negatieve invloed op milieu

Slide 8 - Quizvraag

Wat zijn externe effecten?
A
Gevolgen die bij de productie of consumptie plaatsvinden waarvoor niet wordt betaald.
B
Gevolgen die bij de productie of consumptie plaatsvinden waarvoor niet hoeft te worden betaald.
C
Gevolgen die bij de productie of consumptie plaatsvinden en buiten plaatsvinden.
D
Gevolgen die bij de productie of consumptie plaatsvinden waar je niets aan kan doen.

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een extern effect bij vliegverkeer?

Slide 10 - Open vraag

Slide 11 - Video

Overheid
Veel negatieve effecten:
Bevolking ongezonder, kosten zorg gaan omhoog.

Invoeren extra belasting (Accijns) zorgt ervoor dat het bij de prijs inbegrepen zit. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze les
Opdrachten:
6.1 b en c
6.2

Slide 13 - Tekstslide

Privatiseren
Bij privatiseren verkoopt de overheid een dienst of activiteit aan de particuliere sector.

Redenen om te privatiseren:
  • Geen verantwoordelijkheid meer voor overheid
  • Bedrijven doen het beter en/of goedkoper

Voorbeelden van privatisering: KPN, NS, PostNL

Slide 14 - Tekstslide

Leg uit wat een extern effect is van formule 1 in Zandvoort.

Slide 15 - Open vraag

collectivisatie en privatisering
taken worden overgeheveld van particuliere sector naar collectieve sector
taken worden overgeheveld van collectieve sector naar particuliere sector

Slide 16 - Tekstslide

(De)regulering
Regulering: De overheid bemoeit zich meer met de economie en de economie schuift meer op in de richting van de planeconomie (nationalisering, coronasteun)

Deregulering: De overheid bemoeit zich minder met de economie en de economie schuift op in de richting van de vrijemarkteconomie (privatisering).

Slide 17 - Tekstslide

Vroeger was PostNL een staatsbedrijf. Het is van de collectieve sector naar de particuliere sector gegaan. Dit heet..
A
nationalisatie
B
collectivisatie
C
particulierisatie
D
privatisering

Slide 18 - Quizvraag

Externe effecten zijn altijd negatief
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Waarom moet de overheid ingrijpen op de markt
A
Om collectieve producten te maken
B
Om negatieve externe effecten tegen te gaan
C
Tegengaan van marktmacht
D
Alle drie antwoorden zijn goed

Slide 20 - Quizvraag

Waarom kan de overheid jou niet verbieden om gebruik te maken van een collectief goed?
A
Het wordt aan iedereen persoonlijk geleverd, dus ook aan jou
B
Je hebt voldoende geld om het product te betalen
C
Collectieve goederen worden tegen kostprijs geleverd en zijn dus goedkoop
D
je kunt niet uitgesloten worden van het gebruik, ook wanneer je er niet voor betaalt.

Slide 21 - Quizvraag

Wat is een voordeel van privatiseren
A
Er moet winst gemaakt worden dus het kan duurder worden
B
Het aanbod kan afnemen.
C
Niet meer voor iedereen beschikbaar.
D
Het kan goedkoper worden. De kwaliteit kan beter worden. De overheid bespaart geld

Slide 22 - Quizvraag

privatisering
A
een gebied beschermen door plaatsing van een hek
B
afstoten van overheidstaken naar de particuliere sector
C
als een ontwikkeling goed verloopt
D
afstoten van particuliere sector naar overheid.

Slide 23 - Quizvraag

Een aantal jaren kocht de overheid
alle aandelen van de NS.
Daarna had de overheid de hele treinsector in handen.

Dit is een voorbeeld van...
A
Privatisatie
B
Collectivisatie
C
Regulering
D
Deregulering

Slide 24 - Quizvraag

Wat is geen voorbeeld van een extern effect?
A
Rommel na het concert in de ZiggoDome
B
Bouw van een nieuw stadsplein
C
Rommel na een wedstrijd van FCT buiten het stadion
D
Uitstoot van de fabriek van Tata-steel

Slide 25 - Quizvraag

Aan de slag
6.1: Overheidsingrijpen lezen
Deze les:6.2, 6.3, 6.4 + 6.5maken

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video