Hoe sta je ervoor met ww-spelling? (1)

1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 3-6

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen


-Lessonup spelling; hoe sta je ervoor?

-Grammatica zelfstandig werkwoord, koppelwerkwoord en hulpwerkwoord


Slide 2 - Tekstslide

 
Hoe sta jij ervoor met  
ww-
spelling?

Slide 3 - Tekstslide

Vooraf: vind je werkwoordspelling:
A
heel gemakkelijk
B
gemakkelijk
C
moeilijk
D
heel moeilijk

Slide 4 - Quizvraag

Wat is je inschatting, van de 10 werkwoorden heb ik er
A
geen fout
B
één of twee fout
C
drie tot zes fout
D
meer dan zes fout

Slide 5 - Quizvraag

Toelichting
  • Kies uit: dd-d-dt-t-tt
  • Kies voor tegenwoordige tijd als je niet uit de rest van de zin kunt afleiden of het tegenwoordige tijd of verleden tijd moet zijn
  • Aan het eind van elke zin vind je tussen haakjes de infinitief (hele werkwoord) van het werkwoord waarom het gaat

Slide 6 - Tekstslide

Het is leuk zoals dat hondje tijdens die puppycursus gehoorzaam... (gehoorzamen)
A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 7 - Quizvraag

Laat hem maar even rustig zitten; over een half uurtje zal hij wel bedaar... zijn. (bedaren)
A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 8 - Quizvraag

De dief was op de gestolen fiets gevlucht, maar hij werd door een agent ingehaal... (inhalen)

A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 9 - Quizvraag

Het bedroef... me zeer dat anderen goede sier willen maken met mijn verdiensten. (bedroeven)

A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 10 - Quizvraag

Aan de horizon onderschei ... de stuurman duidelijk twee boortorens. (onderscheiden)

A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 11 - Quizvraag

Het is voor de veiligheid noodzakelijk dat je die contactdoos in de badkamer aar... (aarden).

A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 12 - Quizvraag

De glassplinter moest zo snel mogelijk uit het oog van het slachtoffer verwijder... worden. (verwijderen)
A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 13 - Quizvraag

Ik heb je wel wat lang laten wachten, maar ik hoop dat je je niet verveel... hebt. (vervelen)
A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 14 - Quizvraag

Op mijn vorige school pes...en de kinderen elkaar vroeger vaak. (pesten)
A
d
B
t
C
tt
D
dd

Slide 15 - Quizvraag

Als een huis in de weg staat, gebeurt het soms dat de gemeente het onteigen...(onteigenen)
A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 16 - Quizvraag

De vorige zin was de laatste. Hoe tevreden ben je met je resultaat?
A
heel tevreden
B
een beetje tevreden
C
niet zo tevreden
D
heel erg ontevreden

Slide 17 - Quizvraag

Grammatica

- zelfstandig werkwoord
- hulpwerkwoord
- koppelwerkwoord

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

ZWW
Wanneer een werkwoord de handeling / actie aangeeft, 
spreek je van een zelfstandig werkwoord. (zww)


Er staat altijd maar één zelfstandig werkwoord in een zin.

Slide 20 - Tekstslide

Mijn vader heeft het hek geschilderd

Welke werkwoorden zie je hier?


-

-

Slide 21 - Tekstslide

Mijn vader heeft het hek geschilderd

- heeft

- geschilderd


Welke is het belangrijkst? Oftewel: Welke geeft de actie/handeling weer?

Slide 22 - Tekstslide

HWW
Wanneer een werkwoord geen handeling aangeeft, spreek je van een hulpwerkwoord.

Je kunt de verdwijnproef toepassen en het werkwoord dat overblijft, is het zelfstandig werkwoord. De verdwenen werkwoorden zijn hulpwerkwoorden.

Slide 23 - Tekstslide

Ik zou naar huis moeten lopen

Werkwoorden?

-

-

-

-

-

Slide 24 - Tekstslide

Ik zou naar huis moeten lopen

- zou

- moeten

- lopen


Belangrijkste? Welk werkwoord geeft de handeling weer?

Slide 25 - Tekstslide

Ik zou naar huis moeten lopen

- zou

- moeten

- lopen


zww = lopen (geeft actie/handeling weer)

hww = zou, moeten

Slide 26 - Tekstslide

Voorbeeld verdwijntruc
Ik zou naar huis moeten lopen.

Ik zou naar huis lopen

Ik loop naar huis--> dit is de actie, dus het zww!

Slide 27 - Tekstslide

Koppelwerkwoord (kww)
- geeft geen handeling aan.
- koppelt het onderwerp aan een kenmerk of eigenschap verderop in de zin. 
- kan er maar 1 van in de zin staan.

het onderwerp doet niets, maar is iets.

Slide 28 - Tekstslide

Kww
9 koppelwerkwoorden; 

zijn                            schijnen                           (de rechter komen in het
worden                   heten                                   dagelijks taalgebruik 
blijven                     dunken                                weinig voor)
blijken                     voorkomen
lijken

Slide 29 - Tekstslide

Zij is voorzitter
Werkwoorden?
-
-
-

Slide 30 - Tekstslide

Zij is voorzitter
Zij = onderwerp
is = koppelwerkwoord (vorm van "zijn")

Want het koppelt voorzitter aan zij
 

Slide 31 - Tekstslide

Een zww zit nooit samen in een zin met een kww.

Slide 32 - Tekstslide

Dus
In een zin zit altijd een zww of een kww.

Alle andere werkwoorden in de zin zijn dan --> hww

Slide 33 - Tekstslide

Even oefenen

Slide 34 - Tekstslide

Wat is het koppelwerkwoord?
Karel schijnt jarig te zijn.

Slide 35 - Open vraag

Ik ben naar huis gelopen.
Het laatste werkwoord is een:
A
koppelwerkwoord
B
zelfstandig werkwoord
C
hulpwerkwoord

Slide 36 - Quizvraag

zelfstandig werkwoord of hulpwerkwoord?

Ik heb gegeten
heb = .....
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord

Slide 37 - Quizvraag

Dat boek van jou lijkt me erg goed.
lijkt = ...

A
hulpwerkwoord
B
koppelwerkwoord
C
zelfstandig werkwoord

Slide 38 - Quizvraag

Meneer Reitsma blijft altijd geduldig.

blijft = ...
A
hulpwerkwoord
B
koppelwerkwoord
C
zelfstandig werkwoord

Slide 39 - Quizvraag

Jacob is een oplettende leerling.

is =
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord
C
koppelwerkwoord

Slide 40 - Quizvraag

Ineke gaat naar de stad.
gaat =
A
zelfstandig werkwoord
B
hulpwerkwoord

Slide 41 - Quizvraag

Hij is altijd al een opschepper geweest.
A
is = kww geweest = kww
B
is = kww geweest = hww
C
is = hww geweest = kww
D
is = hww geweest = hww

Slide 42 - Quizvraag

Zelf aan de slag

Blz 118 =  theorie en opdracht 1 en 2 

 

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Link

Slide 46 - Link

Slide 47 - Link