Les 6 - V4 - terminar párrafo 3 - monumento o naturaleza

Bienvenidos V4
Introduce el código de lessonup
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Bienvenidos V4
Introduce el código de lessonup

Slide 1 - Tekstslide

La clase anterior -
Welk monument/natuurverschijnsel heb je bezocht en wanneer?
Waar ligt het en hoe ligt het ten opzichte van ...
Wat heb je daar gezien en gedaan?
Wat vond je ervan?
timer
3:00

Slide 2 - Open vraag

Los deberes para hoy

Slide 3 - Tekstslide

Muestra que has hecho los textos 1 y 2

Slide 4 - Tekstslide

1 - Escribe la traducción al español en una hoja de la profe
1. het standbeeld
2. de bevolking
3. het landschap
4. de plek
5. de vlinder
6. landelijk
7. de aap 

Slide 5 - Tekstslide

A corregir
1. het standbeeld 
2. de bevolking
3. het landschap
4. de plek
5. de vlinder
6. landelijk
7. de aap 
= la estatua
= la población
= el paisaje
= el lugar
= la mariposa
= rural
= el mono

Slide 6 - Tekstslide

2 - Escribe la forma correcta del indefinido
1. Yo (dormir)
2. nosotros (poder)
3. ellos (estar)
4. Mi amigo y yo ( tener)
5. Yo (levantarse)
6. nosotros (ir)
7. tú (comer)

Slide 7 - Tekstslide

A corregir
1. Yo (dormir)
2. nosotros (poder)
3. ellos (estar)
4. Mi amigo y yo ( tener)
5. Yo (levantarse)
6. nosotros (ir)
7. tú (comer)
= dormí
= pudimos
= estuvieron
= tuvimos
= me levanté
= fuimos
= comiste

Slide 8 - Tekstslide

3 - Traduce las frases al español
Traduce al español:
1. De tweede dag gingen we naar een landgoed.
2. In de stad waren veel gebouwen.
3. Er was veel lawaai.
4. Plotseling (= de repente) zag ik een vogel.
5. De leeuwen waren in de jungle.
6. De natuur was prachtig.

Slide 9 - Tekstslide

3 - Corregir
Traduce al español:
1. El segundo día fuimos a una hacienda.
2. En la ciudad había muchos edificios.
3. Había mucho ruido
4. De repente vi un pájaro.
5. Los leones estaban en la jungla.
6. La naturaleza era preciosa / muy bonita / hermosa.

Slide 10 - Tekstslide

Hay, ser, estar
Escribe en el pasado (imperfecto o indefinido)
El año pasado yo 1._______en Costa Rica de vacaciones. Allí 2.______muchos animales  muy hermosos. También la gente 3. _____muy amable. En Costa Rica la comida ———- muy rica, sobre todo los postres. 
timer
3:00

Slide 11 - Tekstslide

SER of ESTAR
ser
estar
vertellen over de kenmerken van iets of de eigenschappen van iemand

vertellen hoe iets of iemand is / eruit ziet
vertellen waar iets zich bevindt (liggen, staan, zitten, zijn)
veranderlijke situaties, dus bijvoorbeeld hoe iemand zich voelt (moe, ziek, misselijk)
bij eten (hoe iets smaakt)
Schrijf 1 zin met ser en 1 zin met estar die past in je brief

Slide 12 - Tekstslide

HAY of ESTAR
HAY - HABÍA
ESTAR - ESTABA
er is / er zijn
onderwerp is onbepaald:
un, una, unos, unas
muchos / pocos
telwoorden
en als er niets voor het onderwerp staat.
vertellen waar iets zich bevindt 
het onderwerp is bepaald
el, la, los, las
namen
aanwijzende voornaamw.
bezittelijk voornaams.
Schrijf 1 zin met hay en 1 zin met estar die past in je brief

Slide 13 - Tekstslide

Trabajar en las cartas
individuales
con solo diccionarios y el reader y tus apuntes
Eerst feedback verwerken
Veel leerlingen hebben dat nog niet gedaan
Alinea 3 in Spaans moet af
Alinea 4 in Nederlands moet af

Slide 14 - Tekstslide

Feedback 
Aan het begin of aan het einde van de zin



De eerste dag
El primer día
De tweede dag
El segundo día
De volgende dag
Al día siguiente
Op 28 mei 
El 28 de mayo
Na het bezoek aan ..
Después de la visita a ..
Daarna
Luego of después

Slide 15 - Tekstslide

Vocabulario
El vuelo era bien -> rápido, cómodo, divertido, aburrido, duro
Gebruik de lijst bijvoeglijke naamwoorden uit de reader.
El guía = de gids (een man)        La guía = de gids (een vrouw)
El agua -> dit is toch een vrouwelijk woord (dus let op bijvnw)
agradable = aangenaam of prettig (verder niets anders)
Ik ga vertellen / schrijven over = Voy a contar / escribir sobre ..

Slide 16 - Tekstslide

Geografische namen
Altijd met hoofdletter (zelf checken).

De Iguazú watervallen = Las Cataratas de Iguazú
Torres del Paine Park = Parque Nacional Torres del Paine


Slide 17 - Tekstslide

Voorzetsels
Werkwoord zonder beweging + EN

Werkwoord met beweging + A
estar en
llegar a 
volver a 
ir a
venir a
viajar a 

Slide 18 - Tekstslide

Mening / vinden
Ik vond het monument mooi.
Me gustaba el monumento
El monumento me parecía hermoso.
El monumento era hermoso

Vertaal terug naar NL en bepaal wat het mooiste klinkt: tegenwoordige tijd of verleden tijd (welke verleden tijd?)

Slide 19 - Tekstslide

Samenhang
Controleer of je elke alinea met óf een voegwoord óf een inleidende zin begint.

Waarom is dat belangrijk?

Het kan ook een tijdsbepaling zijn: de volgende dag, na het bezoek aan ... etc.

Slide 20 - Tekstslide

Gebruik van de tijden
Controleer telkens of je correct hebt gekozen voor indefinido of imperfecto.
Let op:
in de hele brief 4 á 5 x indefinido en 4 á 5 x imperfecto
steeds een ander werkwoord
Dus niet: 3x fuimos en 2x fui
Ook niet: 3x era en 2x eran

Slide 21 - Tekstslide

Portátiles cerrados

Slide 22 - Tekstslide

Un Monumento o naturaleza - par. 3
Welk monument / natuurverschijnsel heb je bezocht?
Wanneer heb je het bezocht?
Hoe ging je ernaar toe en met wie?
Leg uit wat het monument inhoudt (wat is het, wat was het vroeger, hoe ziet het eruit).
Of leg uit wat het natuurverschijnsel is en waarom het bijzonder is en hoe ziet het eruit.
Waar ligt deze bezienswaardigheid? Vertel ook ten opzichte waarvan
Leg uit wat je van de excursie of van het monument vond.
Korte zinnen.
Gebruik de woorden uit de reader.
GEbruik bijvoeglijke naamwoorden uit de reader.
Gebruik voegwoorden: primero, segundo, luego, después, por último
timer
15:00

Slide 23 - Tekstslide

Párrafo 4 - el viaje de vuelta y fin de la carta
Bedenk een inleidende zin om de laatste alinea goed te laten aansluiten op de rest van de brief.
Vertel kort over de terugreis (wanneer, drukte, vertraging, goed verloop etc)
Vertel wat je van de reis vond en wat veel indruk op je heeft gemaakt.
(impresionar: dit werkwoord werkt hetzelfde als gustar en encantar)
Waarom vond je dat zo speciaal, bijzonder, indrukwekkend.
 Raad je je docent aan er een keer naar toe te reizen, 
(recomendar (ie) + infinitivo)
Wil je zelf een keer teruggaan?

Slide 24 - Tekstslide

Los deberes para miércoles

Slide 25 - Tekstslide