7.3 t/m 7.5 Relaties en voedselketen

Nectar H7 Soorten en populaties
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Nectar H7 Soorten en populaties

Slide 1 - Tekstslide

Deze les:
- Startvraag
- 7.3 + 7.4
- Artikel Hyperparasiet
- 7.5
- BINAS en opdrachten

Slide 2 - Tekstslide

a. Wat is een monocultuur?
b. Noem drie nadelen van een monocultuur.

Slide 3 - Open vraag

Leerdoelden 7.3  en 7.4 Relaties
7.3 Samen leven
- Je kan uitleggen wat een symbiotische relatie is
- Je kan drie vormen van symbiose omschrijven met voorbeelden.
 
7.4 Relaties
- Je kan uitleggen hoe dieren zich door middel van camouflage en mimicry beschermen tegen predatoren. 
- Je kan uitleggen hoe abiotische en biotische factoren en de specifieke eisen die een organisme aan zijn omgeving stel het habitat bepalen. 
Je kan uitleggen wat een predator-prooi relatie is. 
Je kan uitleggen wat een ecosysteem is en hoe ecosystemen met elkaar verbonden zijn. 

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen 7.5 Voedselketens
- Je legt het verschil uit tussen autotrofe en heterotrofe organismen.
- Je legt het verschil uit tussen een voedselketen en een voedselweb.
- Je herkent de trofische niveaus in een voedselweb.
- Je beschrijft de stroom van energie en organische stoffen door de verschillende trofische niveaus in een voedselweb.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Ecosystemen
  • Alle ecosystemen zijn met elkaar verbonden, ze vormen samen het systeem aarde
  • In een natuurlijk ecosysteem zijn veel onderlinge relaties tussen soorten die elkaar eten en gegeten worden = een stabiel evenwicht
  • In een kunstmatig ecosysteem (zoals een productiebos) leven veel minder soorten en zijn er ook minder onderlinge relaties, het evenwicht is onstabiel
--> Hier is het risico op een plaag groter door het ontbreken van bijvoorbeeld een predator of concurrentie.

Slide 7 - Tekstslide

Symbiose
Langdurige relaties tussen organismen van verschillende soorten

Slide 8 - Tekstslide

Mutualisme
''Vorm van symbiose waar beide soorten voordeel hebben''

Slide 9 - Tekstslide

Commensalisme
''Vorm van symbiose waar de ene soort een voordeel heeft en de andere soort geen nadeel of voordeel''

Slide 10 - Tekstslide

Parasitisme
''Vorm van symbiose waar ene soort voordeel en andere soort nadeel heeft''

Slide 11 - Tekstslide

Symbiose
  • Mutualisme: + / +
  • Commensalisme: + / 0
  • Parasitisme: - / +

    Geen symbiose:
  • Competitie - / -
  • Predatie - / +

Slide 12 - Tekstslide

Competitie
''Tussen de individuen van een populatie vindt competitie plaats om hulpbronnen uit de natuur als voedsel, licht, nestgelegenheid, water, enz''

Slide 13 - Tekstslide

Predatie
''Predatie is het vangen, doden en opeten door een organisme, (meestal een dier) van een ander dier, het prooidier.''

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 16 - Quizvraag

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 17 - Quizvraag

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 18 - Quizvraag


A
predator-prooi
B
mutualisme
C
commensalisme
D
parasitisme

Slide 19 - Quizvraag

Een wezel vangt een konijn en doodt het. Is hier sprake van symbiose? Licht toe!

Slide 20 - Open vraag

In een jong ecosysteem zijn nog veel niches vrij. Soort X vestigt zich in een jong ecosysteem in een vrije niche. Er is geen sprake van concurrentie, predatie en ziektes.

Volgens welke curve zal deze groei van deze soort waarschijnlijk verlopen?
A
B

Slide 21 - Quizvraag

Wanneer spreken we van een biologisch evenwicht?
A
Als de populatiegrootte altijd hetzelfde is
B
Als de populatiegrootte een populatiegrootte is
C
Als de populatiegrootte rond een gelijke waarde schommelt
D
Als de dieren in een populatie even zwaar zijn

Slide 22 - Quizvraag

Artikel Hyperparasiet
Lees artikel hyperparasiet en maak de bijbehorende vragen in de LessonUp
timer
15:00
Klaar?
Maken 7.4 opdr. 36, 39 t/m 40 + 46 t/m 49

Slide 23 - Tekstslide

Producenten: basis van een ecosysteem
Producenten: basis van een ecosysteem

Slide 24 - Tekstslide

Het verschil uit tussen autotrofe en heterotrofe organismen. 

Slide 25 - Tekstslide

3 Groepen eters

  • Planteneters (herbivoren) eten plantaardig voedsel.

  • Vleeseters (carnivoren) eten dierlijk voedsel.

  • Alleseters (omnivoren)eten plantaardig en dierlijk voedsel.

Slide 26 - Tekstslide

Voedselketen

Slide 27 - Tekstslide

Voedselweb
Koolmees is een zwakke schakel. 
Afhankelijk van één voedselbron.
Kikker heeft sterke positie.
Veel keus in prooidieren.
Buizerd en vos zijn de toppredatoren.
Zij worden niet door anderen gegeten.
Welk gevolg heeft het voor de sprinkhaan als het lievenheersbeest een slecht jaar heeft en weinig nakomelingen krijgt? 

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Zet de volgende organismen in de juiste volgorde om een voedselketen te vormen.
-->

Slide 31 - Sleepvraag

Een boom is een voorbeeld van een autotroof organisme, omdat..
A
Hij zuurstof maakt
B
Hij zichzelf voedt
C
Hij CO2 maakt
D
Hij anderen voedt

Slide 32 - Quizvraag

De basis van dit voedselweb staan:
A
opgeloste voedingsstoffen
B
zee-eenden
C
algen
D
bacteriën

Slide 33 - Quizvraag

Wie staan er aan de top van dit voedselweb?
A
opgelost organisch materiaal
B
krabben
C
organisch materiaal in sediment
D
bruinvissen

Slide 34 - Quizvraag

In welke richting teken je de pijl in een voedselketen?
A
Naar de prooi
B
Naar de predator

Slide 35 - Quizvraag

Bekijk het voedselweb hiernaast. Leg aan de hand van een voorbeeld uit dat er tussen sommige soorten sprake is van concurrentie

Slide 36 - Open vraag

T3
kringloop
voedselketen
voedselweb

Slide 37 - Sleepvraag

Pak BINAS tabel 93E1 erbij en beantwoord de volgende vragen:
  1. Wat zijn de producenten? Hoe noem je deze organismen ook?
  2. Noem een voorbeeld van een herbivoor
  3. Noem een voorbeeld van een heterotroof organisme
  4. Geef een voorbeeld van een voedselketen
  5. Noem een consument van de 1e, 2e, 3e en 4e orde

Slide 38 - Tekstslide

Opdrachten
- Maken 7.4 opdr. 36, 39 t/m 40 + 46 t/m 49
- Maken 7.5 opdr. 52, 55, 57 en 60


Maandag: SO H7 Soorten en relaties

Slide 39 - Tekstslide