4.1 De pruikentijd

Hoofdstuk 4
Pruiken en revoluties 1700-1800


Par. 4.1 De Pruikentijd

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4
Pruiken en revoluties 1700-1800


Par. 4.1 De Pruikentijd

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen:
  • Je kunt uitleggen hoe het ging met de Nederlandse economie in de 18de eeuw
  • welke sociale verhoudingen er waren in Frankrijk
  • welke nieuwe ideeën ontstonden in de tijd van de Verlichting

Slide 2 - Tekstslide

Nederland
  • Nederland was niet meer het rijkste land van Europa, zoals dit in de Gouden Eeuw het geval was

  • In de steden was het vaak armoedig, daarom bouwden rijke Amsterdammers dure huizen aan de rivieren

  • In Nederland was er geen koning, de adel had weinig macht en de geestelijkheid bestond niet in de protestante kerk

Slide 3 - Tekstslide

Pruiken voor de rijken
  • In de 18e eeuw was het in de mode om pruiken te dragen

  • Daarom wordt de 18e eeuw de pruikentijd genoemd

  • Met een pruik konden mannen laten zien hoe rijk of belangrijk ze waren

Slide 4 - Tekstslide

Standenmaatschappij
De mensen waren verdeeld in drie standen:
1. Geestelijkheid
2. Adel
3. Boeren en burgers

Slide 5 - Tekstslide

De standenmaatschappij
De bevolking was verdeeld in standen (met name in Frankrijk)
Eerste stand
Geestelijkheid
Tweede stand
Adel
Derde stand
De rest (handelaren, boeren, arbeiders)

Slide 6 - Tekstslide

De standenmaatschappij
De standenmaatschappij was oneerlijk. Eerste twee standen hadden privileges (voorrechten)

Slide 7 - Tekstslide

De standenmaatschappij
De standenmaatschappij was oneerlijk. Eerste twee standen hadden privileges (voorrechten)

Slide 8 - Tekstslide

Bij welke stand horen kooplieden?
A
Eerste
B
Tweede
C
Derde

Slide 9 - Quizvraag

Bij welke stand hoort koning Willem-Alexander?
A
Eerste
B
Tweede
C
Derde

Slide 10 - Quizvraag

Zet bovenstaande titels met de juiste gezichten bij de juiste stand.
De eerste stand
De tweede stand
De derde stand
Boeren
Adel
Geestelijken

Slide 11 - Sleepvraag

Slide 12 - Link

Verlichting
In de 18de eeuw gingen mensen anders nadenken
--> (het lichtje ging aan)
  • Wie heeft de macht en waarom?
  • Hoe gaan we met elkaar om?

  • Deze periode wordt de Verlichting genoemd


Slide 13 - Tekstslide

Kritiek op de standenmaatschappij
Volgens verlichte denkers waren alle mensen van nature gelijk
Daarom moesten er mensenrechten komen
En een rechtstaat
Rechten die voor alle mensen golden, zoals vrijheid van godsdienst en meningsuiting
Staat waarin iedereen zich aan de wet moet houden

Slide 14 - Tekstslide

Waren de verlichters hier voor of tegen?
Verlichters zijn voor
Verlichters zijn tegen
Vrijheid van meningsuiting
Gelijke rechten voor iedereen
Vrijheid van godsdienst
Ongelijkheid
Standensamenleving

Slide 15 - Sleepvraag

Problemen in Frankrijk eind 18de eeuw
  • Economische problemen door oorlogvoering
  • Honger door misoogsten
  • Grote armoede voor het volk
  • Weinig inspraak voor de bourgeoisie (rijke  burgers)

Slide 16 - Tekstslide

Wat werd er anders?

Slide 17 - Tekstslide

Wat wilden de 'verlichte' denkers
  • Geloof, standen en absolute macht moesten weg!
  • Gebruik van verstand, vrijheid en gelijkheid voor iedereen
  • --> zorgt voor veel onrust bij alle groepen van de samenleving  

Slide 18 - Tekstslide

In Frankrijk kan iemand heel rijk zijn, maar toch niets te vertellen hebben. Hoe kan dat?

Slide 19 - Open vraag

Wat is de beste omschrijving van 'De Verlichting'?
A
Er ging bij mensen een lichtje branden
B
Mensen begonnen weer zelf na te denken
C
De TL- verlichting werd uitgevonden
D
Huh? Wat is de Verlichting?

Slide 20 - Quizvraag