Hoe kies je wat ‘goed’ is?
Hoe kies je wat ‘goed’ is?
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoel
Ik kan uitleggen hoe je morele keuzes beoordeelt met gevolgenethiek, plichtethiek en het idee van rechten en plichten.
De gebruiker gaf veel doelen voor het hele hoofdstuk, maar de subtopics in deze les draaien inhoudelijk om ethische keuzevorming. Daarom is dit het best passende lesdoel voor deze lesreeks.
Welke woorden koppel jij aan goed of fout kiezen?
Gebruik deze woordwolk als voorkennisactivatie bij het lesdoel. Verwachte woorden: eerlijkheid, regels, gevolgen, twijfelen, schuld, helpen, liegen, respect.
Wat is een moreel dilemma?
Een moreel dilemma is een situatie waarin je moet kiezen, maar niet meteen weet wat juist is.
Je weegt dan verschillende mogelijkheden tegen elkaar af.
Deze slide heeft geen instructies
Waarom is kiezen soms moeilijk?
Bij een moreel dilemma botsen vaak meerdere dingen:
gevolgen: wat gebeurt er daarna?
intentie: wat was je bedoeling?
waarde: wat vind je belangrijk, zoals eerlijkheid of vriendschap?
Daardoor is er niet altijd één antwoord dat vanzelf spreekt.
Deze slide heeft geen instructies
Een eenvoudig voorbeeld
Een meisje wil naar een pretpark, maar haar vader heeft te weinig geld bij.
Als ze liegt over haar leeftijd, krijgt ze korting. Dan rijst de vraag: liegen of eerlijk zijn?
Gebruik dit voorbeeld om te tonen dat een moreel dilemma niet groot of spectaculair hoeft te zijn. Ook alledaagse keuzes kunnen ethisch zijn.
Drie manieren van afwegen
Bij morele keuzes kun je letten op verschillende accenten:
wat een handeling oplevert
met welke bedoeling iemand handelt
welke waarde voorrang krijgt
Deze accenten keren terug in verschillende ethische denkwijzen.
Bereid hier de overgang voor naar gevolgenethiek en plichtethiek. Nog niet alles uitwerken; enkel het denkkader openen.
Wat maakt een situatie tot een moreel dilemma?
Je moet kiezen
Je kent de regel
Juist is onduidelijk
Iedereen is akkoord
Toetst de kern van slides 2-5: niet gewoon kiezen, maar kiezen zonder dat meteen duidelijk is wat juist is.
Aanvullen
Bij een moreel dilemma moet je kiezen zonder dat meteen duidelijk is wat juist is. Je kunt dan letten op de gevolgen, de bedoeling van iemand en de waarde die voorrang krijgt.
De drie kernbegrippen uit het eerste blok zijn hier load-bearing: moreel dilemma, gevolgen, waarde.
Wat weegt voor jou het zwaarst in het pretparkvoorbeeld?
Bespreek welke elementen leerlingen afwegen: eerlijkheid, geldgebrek, hulp aan vader, liegen, gevolgen achteraf, intentie. Er is niet één juist antwoord; het gaat om het afwegen.
Gevolgenethiek
Bij gevolgenethiek beoordeel je een handeling op basis van het resultaat.
Een handeling is goed als de gevolgen goed zijn.
Deze slide heeft geen instructies
Het utilitarisme
De bekendste vorm van gevolgenethiek is het utilitarisme.
De hoofdregel is:
zorg voor het grootste geluk voor de grootste groep mensen.
Benadruk dat het hier niet gaat om wat prettig is voor één persoon, maar om de totale balans voor een grotere groep.
Jeremy Bentham
Jeremy Bentham dacht dat geluk bijna als een rekensom bekeken kan worden.
Je vergelijkt:
genot
pijn
Daarbij let je bijvoorbeeld op hoe sterk, hoe lang en voor hoeveel mensen het gevolg telt.
De brontekst noemt 7 factoren. Je hoeft ze niet allemaal op de slide te zetten; noem mondeling dat Bentham een systematische afweging wilde maken.
John Stuart Mill
John Stuart Mill vond dat niet alle vormen van genot even waardevol zijn.
Hij maakt een verschil tussen:
hogere vormen van genot: nadenken, kunst, filosoferen
lagere vormen van genot: eenvoudige, directe ontspanning
Leg uit dat Mill niet zegt dat lager genot waardeloos is, maar wel dat sommige vormen van geluk volgens hem meer bijdragen aan een goed menselijk leven.
Voorbeeld: de dam in China
Een grote waterkrachtcentrale levert stroom aan heel veel mensen en kan vervuiling door steenkool verminderen.
Maar de bouw heeft ook nadelen voor natuur en omwonenden.
Hou het voorbeeld concreet: stroom voor ongeveer een half miljoen mensen, ecologische schade, en ongeveer 100.000 mensen die moesten verhuizen.
De utilitaristische afweging
Bij dit voorbeeld botsen positieve en negatieve gevolgen:
positief: elektriciteit voor veel mensen, minder vervuiling
negatief: verhuis van bewoners, schade aan visbestand
Een utilitarist zal vragen welke keuze in totaal het meeste welzijn oplevert.
Maak duidelijk dat dit niet betekent dat de nadelen onbelangrijk zijn; ze worden meegewogen, maar kunnen volgens deze visie toch minder zwaar doorwegen dan het voordeel voor velen.
Welke zin past het best bij utilitarisme?
Volg altijd je plicht
Respecteer elke traditie
Zoek grootste geluk
Kies je eigen belang
De distractors spelen in op verwarring met plichtethiek, cultuur en egoïsme.
Aanvullen
Bij gevolgenethiek beoordeel je een handeling op basis van het resultaat. In het utilitarisme streef je naar het grootste geluk voor de grootste groep. Bentham vergelijkt genot met pijn, terwijl Mill ook let op hogere en lagere vormen van genot.
Echoot de formuleringen van slides 6-11 en onderscheidt Bentham van de bredere stroming.
Wat zou een utilitarist bij de dam vooral benadrukken?
Stroom voor velen
Verhuizen is fout
De regel volgen
De intentie telt
Deze slide heeft geen instructies
Plichtethiek
Bij plichtethiek kijk je niet eerst naar de gevolgen.
Je vraagt vooral:
volg ik een juiste regel?
handel ik vanuit de juiste bedoeling?
Deze slide heeft geen instructies
De Gulden Regel
De Gulden Regel luidt:
Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.
Deze regel komt in veel culturen en godsdiensten voor en benadrukt wederzijds respect.
Verbind dit met alledaagse voorbeelden zoals eerlijk zijn, niet schelden en rekening houden met anderen.
Immanuel Kant
Immanuel Kant zegt dat je je verstand moet gebruiken om te bepalen wat goed is.
Volgens hem moet een morele regel niet alleen voor jou gelden, maar voor iedereen.
Deze slide heeft geen instructies
De categorische imperatief
Kants regel is:
Doe alleen dingen waarvan jij zou willen dat iedereen ze altijd zou doen.
Een keuze is pas moreel als je ze kunt willen als algemene regel.
Gebruik consequent de term 'categorische imperatief'. Vermijd extra Kant-begrippen die niet in de bron staan.
Voorbeeld: liegen
Stel dat je wilt liegen tegen je vrienden.
Kant vraagt dan: zou ik willen dat iedereen altijd liegt?
Als het antwoord nee is, dan mag jij het ook niet doen.
Leg uit dat voor Kant de regel belangrijker is dan een handig of prettig gevolg in één concrete situatie.
Welke vraag hoort het meest bij Kant?
Wie wordt blijer?
Wat levert dit op?
Wil ik dit altijd?
Wat vindt de groep?
Toetst begrip van de categorische imperatief zonder de definitie letterlijk te laten reproduceren.
Waarom mag spieken volgens Kant niet?
Verwachte elementen: als iedereen spiekt, verliezen toetsen en diploma's hun waarde; we weten niet meer wie iets echt kan; dus kan het geen algemene regel zijn.
Rechten en plichten
In een samenleving horen rechten en plichten bij elkaar.
Als jij rechten hebt, verwacht dat ook iets van jouw houding en gedrag tegenover anderen.
Deze slide heeft geen instructies
Voorbeelden uit het dagelijks leven
naam van anderen respecteren
niets verspillen en anderen helpen
je best doen en anderen helpen leren
meningen van anderen respecteren
recht op een naam
recht op voeding
recht op onderwijs
recht op vrije meningsuiting
Rechten
Bijhorende plichten
De tabel uit de bron is hier omgezet naar twee kolommen voor projectie. Houd de koppeling tussen elk recht en de bijhorende plicht mondeling scherp.
Mensenrechten als afspraak
Deze koppeling tussen rechten en plichten staat niet los van de samenleving.
Ze sluit aan bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, waarin fundamentele rechten wereldwijd zijn opgeschreven.
Je hoeft de verklaring hier niet historisch uit te diepen. Het doel is dat leerlingen zien dat rechten niet alleen persoonlijke wensen zijn, maar deel van een gedeeld moreel kader.
Welke plicht past bij vrije meningsuiting?
Anderen tegenspreken
Meningen respecteren
Altijd zwijgen
Iedereen overtuigen
Sluit aan bij de tabel op slide 18.
Aanvullen
In een samenleving horen rechten en plichten bij elkaar. Het recht op onderwijs betekent ook dat je je best doet en anderen helpt leren. Deze koppeling sluit aan bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Gebruik dit om de koppeling tussen rechten en verantwoordelijkheden scherp te krijgen.
Kritiek op gevolgenethiek
Gevolgenethiek heeft zwakke punten:
je kunt de toekomst nooit volledig voorspellen
goede bedoelingen tellen minder mee
een kleine groep kan opgeofferd worden voor een grotere groep
Verbind dit eventueel terug met de dam in China: juist daar zie je hoe moeilijk het is om alle gevolgen volledig te kennen en eerlijk te wegen.
Kritiek op plichtethiek
Plichtethiek roept ook problemen op:
welke regel is het belangrijkst?
regels kunnen met elkaar botsen
geen rekening houden met gevolgen kan onredelijk uitpakken
Benadruk dat 'domme keuzes' uit de bron hier filosofisch wordt hernomen als 'onredelijk uitpakken'. Het gaat om kritiek op star vasthouden aan regels.
Waarom deze kritiek belangrijk is
Geen enkele benadering lost elk moreel probleem perfect op.
Daarom vergelijken filosofen verschillende manieren van denken:
gevolgen
regels en intenties
rechten en plichten
Laat hier de les landen: moreel denken is afwegen, niet zomaar een trucje toepassen.
Wat is een kritiek op gevolgenethiek?
Te weinig regels
Gevolgen onzeker
Geen waarden meer
Te veel tradities
Correct omdat de toekomst nooit volledig voorspelbaar is. 'Te weinig regels' hoort eerder bij een oppervlakkige mislezing.
Wat is een kritiek op plichtethiek?
Te veel gevolgen
Te weinig geluk
Regels botsen soms
Geen keuzes nodig
Verwijst naar slide 21: welke regel is het belangrijkst en wat als regels botsen?
Waarom lost één ethische regel niet elk dilemma op?
Laat leerlingen verwoorden dat geen enkele benadering alles oplost. Mogelijke elementen: gevolgen zijn moeilijk te voorspellen, regels kunnen botsen, rechten en plichten helpen maar lossen niet elk dilemma op.
Wat is één inzicht uit deze les dat jij onthoudt?
Exit ticket zonder juiste antwoorden. Laat leerlingen één helder inzicht formuleren uit de les.
Wat hielp jou het meest om dit onderwerp te begrijpen?
Exit ticket zonder juiste antwoorden. Gebruik de antwoorden om te zien welke didactische aanpak werkte: voorbeelden, vergelijkingen, schema's, klassengesprek.
Begrippen
moreel dilemma - situatie waarin je moet kiezen zonder dat meteen duidelijk is wat juist is
gevolgenethiek - ethiek die een handeling beoordeelt op basis van de gevolgen
utilitarisme - vorm van gevolgenethiek die mikt op het grootste geluk voor de grootste groep
plichtethiek - ethiek die kijkt naar regels, plicht en bedoeling
Gulden Regel - behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden
categorische imperatief - regel van Kant: doe alleen wat je als algemene regel voor iedereen kunt willen
rechten - aanspraken die mensen hebben en die beschermd moeten worden
Deze slide heeft geen instructies
Begrippen
plichten - verantwoordelijkheden die samengaan met rechten
Jeremy Bentham - filosoof die geluk en pijn wilde afwegen in een soort morele rekensom
John Stuart Mill - filosoof die onderscheid maakt tussen hogere en lagere vormen van genot
Immanuel Kant - filosoof van de plichtethiek en de categorische imperatief
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens - document waarin fundamentele rechten van mensen zijn vastgelegd
Deze slide heeft geen instructies