les 5: dag en nacht OB2

In de ruimte: dag en nacht

1 / 11
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTechniekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 35 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

In de ruimte: dag en nacht

Open rustig en herkenbaar. Koppel aan wat leerlingen al kennen: overdag is het licht, 's nachts is het donker.

Wat zagen we al eerder?

  • Overdag zien we de zon.

  • In de nacht zien we de maan en de sterren.

  • Dat hoort bij het heelal.


  • De aarde beweegt ook door het heelal.

Herhaal kort de woorden maan, sterren en heelal. Houd het concreet en wijs eventueel naar een eenvoudige afbeelding of uit het raam als het schemert.

Wat zagen we al eerder?

De maan ziet er niet altijd hetzelfde uit:

  • Soms zien we een volle maan.

  • Soms zien we een halve maan.

  • Soms zien we maar een klein stukje.

Noem alleen dat de maan verschillende vormen lijkt te hebben. Geen uitgebreide uitleg nodig; dit is een korte terugblik.

Dit gaan we leren

Ik kan onderzoeken hoe dag en nacht ontstaan

door te kijken naar de stand van de zon en naar schaduw.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden passen bij dag en nacht?

Nacht

Dag

Gebruik de woordenwolk als korte start. Laat leerlingen losse woorden noemen, zoals zon, maan, donker, licht, sterren, slapen.

Dag, nacht en seizoenen

De zon is belangrijk voor dag en nacht.


De aarde beweegt om de zon.


Daardoor is het soms dag en soms nacht.


Ook de seizoenen hebben met de zon te maken.

Houd seizoenen echt kort als herhaling, omdat het hoofddoel van deze les dag en nacht is. Gebruik eenvoudige taal en veel herhaling van zon en aarde.

Vraag of onderwerp

Deze slide heeft geen instructies

Vervolgonderzoek: dag en nacht

Doe de lamp aan. Deze lamp is de zon.

Schijn op de wereldbol.

  • Welke kant is licht?

  • Welke kant is donker?


Plak een sticker op Nederland.

Laat de wereldbol langzaam draaien.

  • Heeft Nederland nu licht?

  • Is het in Nederland nu dag of nacht?


Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke conclusie: hoe ontstaat dag en nacht?


De aarde draait.


De kant van de aarde die naar de zon toe is, heeft dag.


De kant van de aarde die van de zon af is, heeft nacht.

Dit is de kernuitleg van de les. Spreek langzaam en gebruik gebaren: naar de lamp toe = dag, van de lamp af = nacht.

Belangrijke conclusie: schaduw

  • Ochtend --> zon laag --> schaduw lang

  • Middag --> zon hoger --> schaduw kort

  • Avond --> zon weer lager --> schaduw lang


  • De schaduw wijst niet de hele dag dezelfde kant op


Dus: de schaduw verandert gedurende de dag van plek en van grootte.

Gebruik liever ochtend, midden op de dag en later op de dag dan precieze tijden. Dat sluit beter aan bij het niveau van de groep.

Opdracht

Klaar?


vraag de juf om knip/plak werkblad.

Deze slide heeft geen instructies