H4 les 13 día de los muertos

Stefan
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Stefan

Slide 1 - Tekstslide

La preparación para hoy
Leren regelmatige werkwoorden -er, -ir, -ar.

Leren vocabulaire uiterlijk spa-ned, ned-spa uit je vocabulairereader.
Meenemen je reader, je Spaanse schrift en 2 pennen.



Slide 2 - Tekstslide

La clase anterior
1. Welke vraagwoorden ken je allemaal in het Spaans? Noem ze op.
2. Noem eens 2 activiteiten die je leuk vindt om te doen in je vrije tijd in het Spaans.
3. Wat vieren ze met el día de los muertos?
4. Wat is je bijgebleven van de les van el día de los muertos?
5. Maak 3 vragen met de verschillende vraagwoorden in het Spaans.
timer
2:00

Slide 3 - Tekstslide

Un trailer
Je gaat zo dadelijk een trailer van een film zien in het Spaans.
Na de trailer bespreek je met je klasgenoot wat we vandaag in de les gaan doen wat te maken heeft met de trailer.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Un trailer
Bespreek met je klasgenoot wat we vandaag in de les gaan doen wat te maken heeft met de trailer.
timer
0:10

Slide 6 - Tekstslide

Los objetivos de hoy en clase son
je leert 2 tradities van de día de los muertos
je leert de traditie van dodenherdenking in Spanje
je herhaalt het uiterlijk in het Spaans en de regelmatige werkwoorden


Slide 7 - Tekstslide

Otra tradición en los días de los muertos
Je gaat zo kijken naar een informatie filmpje over el día de los muertos in het Engels.
Daarna krijg je een verdad/falso oefening over het filmpje.
Dus goed opletten!

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Verdad o falso sobre el vídeo de la Catrina
  1. La Catrina is een skeletfiguur die symbool staat voor de Mexicaanse Dag van de Doden (Día de los Muertos).
  2. De oorspronkelijke La Catrina werd geschilderd door de kunstenaar Frida Kahlo.
  3. De naam Catrina verwijst naar een arme, slordige vrouw uit de Mexicaanse samenleving.
  4. La Catrina werd voor het eerst gecreëerd aan het begin van de 20e eeuw.
  5. De figuur is bedoeld om de ongelijkheid tussen arm en rijk te bekritiseren.
  6. La Catrina wordt vaak afgebeeld met een grote, versierde hoed.

timer
1:00

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

1
3
5
4
6
2
Zeg ze tegen je klasgenoot, lukt het ook in het Spaans en alle zes?
timer
1:00

Slide 13 - Tekstslide

sopa de letras
Vind de Spaanse woorden die te maken hebben met el día de los muertos in de woordzoeker.
¿Quién es el número uno?
timer
2:00

Slide 14 - Tekstslide

El vocabulario sobre el físico
Escribe en la pizarra blanca con tu compañero/a de clase palabras del físico
bedenk daarbij ook wat de woorden zijn voor neus, mond, etc.
timer
1:00

Slide 15 - Tekstslide

Los ojos de la Calavera son flores amarillas.
La calavera es blanca y negra. Está sobre flores.
La Catrina tiene los ojos grandes y tiene el pelo negro.
La calavera no tiene boca y tiene ojos negros.
La Catrina es delgada, es bajita y lleva un sombrero.

Slide 16 - Sleepvraag

Describir a los profesores
Bekijk de foto en schrijf de naam van een docent op de post it plak het op het voorhoofd van je klasgenoot.
Je klasgenoot moet vragen stellen in het Spaans over het uiterlijk waarop je alleen sí of no moet antwoorden.
Beschrijf minstens 4 docenten
Raden mag pas na 4 Spaanse vragen.
timer
4:00

Slide 17 - Tekstslide

Mira la siguiente foto
Wat zijn de mensen aan het doen?
Waar zijn ze?
Waarom doen ze dit?

Habla con tu compañero/a de clase
timer
1:00

Slide 18 - Tekstslide

El día de Todos los Santos
Je gaat zo naar een vídeo kijken over een Spaanse feestdag die ook de doden herdenkt.
Zet de temas waarover ze praten in chronologische volgorde:


Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

El día de Todos los Santos
Beantwoord de volgende vragen met je klasgenoot.
1. ¿Cuándo se celebra el día de Todos los Santos?
2. ¿Qué hacen (= doen ze) los españoles en el día de Todos los Santos?
3. ¿En qué parte (= deel) de España es la fiesta?
4. ¿Qué comen los españoles?
5. ¿Qué fiesta te gusta día de los muertos o todos los santos? ¿Por qué?
timer
2:00

Slide 21 - Tekstslide

Repasar los verbos irregulares
Zeg tegen je klasgenoot uit je hoofd (als je het even niet weet, mag je kijken in je aantekeningenschrift)
wat de uitgangen zijn van 
-ar werkwoorden
-er werkwoorden
-ir werkwoorden.
timer
1:00

Slide 22 - Tekstslide

Los verbos regulares

Slide 23 - Tekstslide

Las actividades en tu tiempo libre
Habla con tu compañero/a de clase qué actividades haces (doe je) en tu tiempo libre en español.
timer
0:20

Slide 24 - Tekstslide

Las actividades en tu tiempo libre
En grupos de 3:
Pictionary

Per groep gaat een persoon eerst een woord tekenen
De andere moeten het woord raden per groepje.
Diegene die het woord raadt, krijgt 1 punt.

Slide 25 - Tekstslide

Post it
Escribe tu nombre el el post it en schrijf op over welk onderwerp of welk grammatica jij wilt dat we de volgende les aandacht aan besteden.
timer
1:00

Slide 26 - Tekstslide

La preparación para la siguiente clase
Leer de vocabulaire spa-ned, ned-spa over vrije tijd uit je woordenlijstboekje.
Leer het gebruik van het bijvoeglijk naamwoord in het Spaans en de bezittelijke voornaamwoorden (aantekeningen of achter in je reader).

Slide 27 - Tekstslide