La hora

H4  hoy es martes, 5 de diciembre de 2023
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2,4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H4  hoy es martes, 5 de diciembre de 2023

Slide 1 - Tekstslide

Objetivo
EL OBJETIVO ES: Het uiteindelijke doel is:

 Hacer tu propia  agenda.
Je eigen agenda beheren.


Slide 2 - Tekstslide

WAAROM IS DIT BELANGRIJK DENKEN JULLIE?
Overleg 1 minuut met je buurman.
timer
1:00

Slide 3 - Tekstslide

Welke voca heb je nodig om je eigen agenda te beheren.

Slide 4 - Woordweb

Programa de hoy 
Instrucción-Instructie
Tareas-Opdrachten
Evaluación-Evaluatie
Deberes-Huiswerk

Slide 5 - Tekstslide

maandag
woensdag
dinsdag
vrijdag
zaterdag
donderdag
zondag
Lunes
Miércoles
Martes
Jueves
Sábado
Viernes
Domingo

Slide 6 - Sleepvraag

Welke getallen tot 30 ken je in het Spaans?

Slide 7 - Open vraag

Los números
Los números
Luisteroefening :
Schrijf de getallen die je hoort in je schrift.
Rellena lista de vocabulario..

Slide 8 - Tekstslide

ik ken de getallen en de dagen van de week in het spaans
😒🙁😐🙂😃

Slide 9 - Poll

het rijtje van SER

Slide 10 - Woordweb

het rijtje van TENER

Slide 11 - Woordweb

La hora 
Apunta (=noteer) en tu cuaderno información importante sobre la hora en español (de perfecte aantekening)

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Compara y controla
Compara (=vergelijk) tus apuntes con tu vecino/a y añade (voeg tu) información nueva

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Escribe
Schrijf op
A la ..       --> om ...
A las ..     --> om ...

Es la ..     --> het is ...
Son las.. --> het is ...



Slide 16 - Tekstslide

¿Qué hora es?
Son las cinco y media. 
Son las tres (en punto).
Son las seis y diez. 
Son las ocho menos veinticinco.

Slide 17 - Sleepvraag

¿Qué hora es?
A
Son las nueve y cuarto.
B
Son las tres y media.
C
Son las dos y cuarto
D
Son las seis y media.

Slide 18 - Quizvraag

¿Qué hora es?
A
Son las once y treinta
B
Son las diez y veintisiete
C
Son las once menos media
D
Son las once y media

Slide 19 - Quizvraag

timer
5:00

Slide 20 - Tekstslide

Ahora comprendo como se dice en español la hora.
Ik weet nu hoe je moet klokkijken in het Spaans.
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll

Repaso objetivos
De lesdoelen waren?
1. Saber la hora

2. Hacer tu propia agenda




Objetivo:
Saber la hora para hacer actividades.

Slide 22 - Tekstslide

DEBERES
Repasar la clase de hoy mañana continuamos con la hora y  mantener tu propia agenda.

Slide 23 - Tekstslide

H4 - español
La hora en español

Hoy es miércoles, 6 de diciembre y son las doce en punto.

Slide 24 - Tekstslide

¿Qué haces?
A las 8.00 voy al cine
El lunes a las 17,30 voy al la piscina.
Normalmente voy de compras todos los fines de semanas a las 9
Monto en bicicleta dos veces a la semana, a als 7
¿A qué hora ves tele?
A las 19.30
 Puedo navegar por internet 

Slide 25 - Sleepvraag

Slide 26 - Video

¿Qué pasa a las ocho menos diez?
A
Hij draait zich nog een keer om.
B
Hij ontbijt.
C
Hij staat op.
D
Hij gaat slapen

Slide 27 - Quizvraag

Hoe lang doet hij over zijn ontbijt?
A
5 minuten
B
10 minuten
C
15 minuten
D
20 minuten

Slide 28 - Quizvraag

Hoe laat komt hij aan op school?
A
A las ocho y cuarto.
B
A las ocho y veinte.
C
A las ocho y veinticinco.
D
A las ocho y media.

Slide 29 - Quizvraag

¿A qué hora vuelve a casa?
A
A la una.
B
A la una y media.
C
A las ocho.
D
A las ocho y media.

Slide 30 - Quizvraag

¿Cuánto tiempo duerme una siesta?
A
5 minutos
B
10 minutos
C
15 minutos
D
media hora

Slide 31 - Quizvraag

Fútbol - voetbal
Ver netflix - netflixen
clase de guitarra
Andere hobby? --> mijnwoordenboek.nl

Vul  de agenda in met de activiteiten die jij in de week hebt
timer
3:00

Slide 32 - Tekstslide

tengo (zeg je activiteit) a la(s) (zeg tijd)

Opdracht in je groep
Zoek een moment dat iedereen uit je groepje kan afspreken en zet dat in de agenda. Gebruik daarbij alles wat je hiervoor  geleerd hebt
Je mag alleen Spaans praten en niet in elkaars agenda kijken.

¿Quedamos + para + activiteit + el + dag vd week + a la(s) +  kloktijd ? 
bijv:
¿Quedamos para jugar al fútbol el domingo a las dos?
timer
8:00

Slide 33 - Tekstslide