3. De trein Alfa A

3. De trein
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3. De trein

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Bekijk samen de praatplaat op de volgende dia.

Wat zie je?
De docent schrijft de woorden bij de plaat (op het bord).

Stel vragen: Ga jij wel eens met de bus? Of met de trein?...

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Wat zie je op de volgende dia's?

(Tip: je kunt de leerlingen de woorden op laten schrijven.)

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

de trein

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

het station

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

de klok

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

het spoor

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

het kaartje

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

de ov-kaart

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

het bord

Slide 19 - Tekstslide

Wat zie je?
A
de trein
B
het spoor
C
de klok
D
het kaartje

Slide 20 - Quizvraag

Wat zie je?
A
het spoor
B
de ov-kaart
C
de klok
D
de trein

Slide 21 - Quizvraag

Wat zie je?
A
het bord
B
de trein
C
het kaartje
D
de klok

Slide 22 - Quizvraag

Wat zie je?
A
de klok
B
de trein
C
het station
D
het bord

Slide 23 - Quizvraag

Wat zie je?
A
de trein
B
de ov-kaart
C
het kaartje
D
het bord

Slide 24 - Quizvraag

Wat zie je?
A
het station
B
het spoor
C
het kaartje
D
het bord

Slide 25 - Quizvraag

Wat zie je?
(laatste)
A
het kaartje
B
het spoor
C
het bord
D
de ov-kaart

Slide 26 - Quizvraag

1. - Bekijk samen de tekst.
   - Vraag of de leerlingen weten wat het is.
   - Leg uit dat je deze tekst niet helemaal hoeft te                lezen.

2. - Beantwoord samen de vraag.

3. - Beantwoord samen de vraag.

4. - Beantwoord samen de vraag.

Besteed extra aandacht aan de instructiewoorden: kruis aan/omcirkel/onderstreep.

Kijk ook goed of de leerlingen dit op de juiste manier doen.

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

5. - Beantwoord samen de vraag.

6. - Beantwoord samen de vraag.

Besteed extra aandacht aan de instructiewoorden: schrijf/kruis aan.

7. - Lees de tekst voor.
   - Bespreek de tekst.
   - Laat een paar leerlingen lezen.

8. - Beantwoord samen de vraag.

9. - Beantwoord samen de vraag.

Besteed extra aandacht aan de instructiewoorden: omcirkel/onderstreep.

Slide 29 - Tekstslide

10.  - Bekijk samen de tekst.
       - Vraag of de leerlingen weten wat het is.
       - Leg uit dat je deze tekst niet helemaal hoeft te               lezen.

11. - Beantwoord samen de vraag.

12. - Beantwoord samen de vraag.

Besteed extra aandacht aan de instructiewoorden: omcirkel/onderstreep.




Slide 30 - Tekstslide

13. - Bekijk samen de tekst.
      - Vraag of de leerlingen weten wat het is.
      - Leg uit dat je deze tekst niet helemaal hoeft te              lezen.

14. - Beantwoord samen de vraag.

15. - Beantwoord samen de vraag.

Besteed extra aandacht aan de instructiewoorden: omcirkel/onderstreep.




Slide 31 - Tekstslide

16.  - Lees de tekst voor.
       - Bespreek de tekst.
       - Laat een paar leerlingen de tekst lezen.

17. - Beantwoord samen de vraag.

Besteed extra aandacht aan de instructiewoorden: lees en schrijf.




Slide 32 - Tekstslide

de trein
het kaartje
het spoor
het bord
de klok

Slide 33 - Sleepvraag

Hakken - plakken

Welke woorden hoor je?

Slide 34 - Tekstslide

bus
kaart
bord
trein
raam
fluit
spoor
klok
tijd

Slide 35 - Sleepvraag

Luister goed en zeg na:

Slide 36 - Tekstslide

(laatste)
Ik ga op reis.
Ik ga met de trein.
Ik koop een kaart.
Ik wacht op de trein.
Ik zoek een stoel.
Ik kijk uit het raam.
Ik lees in een boek.
Het is fijn in de trein.

Slide 37 - Sleepvraag

Huiswerk:

Bij de bus of de trein vind je borden met de tijden.








Ga naar de bus of de trein en maak een foto van het bord met de tijden.

Slide 38 - Tekstslide