§ 2.2 Collectieve goederen en het gevangenendilemma

Collectieve goederen
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Collectieve goederen

Slide 1 - Tekstslide

In deze les leer je:
-Collectieve goederen en het gevangenendilemma
-Positieve externe effecten
-Meeliftgedrag


     
GOAL!

Slide 2 - Tekstslide

Collectieve goederen
Worden door de overheid geproduceerd. Er is geen andere aanbieder te vinden die het collectieve goed wil produceren.

consumenten kunnen niet worden uitgesloten.
Er wordt geen winst gemaakt 

Slide 3 - Tekstslide

Positieve externe effecten
Onbedoelde positieve invloed op de welvaart

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Externe effecten klimaatakkoord
Doel: Het verminderen van de verandering van klimaat.
Bijkomende effecten: 
- Veiligheid: 
Verminderen arbeidsrisico’s die volgen uit het ongecontroleerd vrijkomen van
fossiele brandstoffen met gevaar voor brand, explosie of
blootstelling aan giftige of schadelijke stoffen.
Minder aardbevingen
Minder bosbranden
-Gezondheid
Schone lucht,  minder ziekte en geluidshinder


Slide 6 - Tekstslide

§ 2.3 Collectieve goederen en het gevangendilemma
In welke economische situaties ontstaat het gevangendilemma?


Kernwoorden:
- dominante actie
- collectieve goederen

Slide 7 - Tekstslide

In de volgende matrix is er ................... sprake van een dominante keuze van beide spelers.


Slide 8 - Tekstslide

In de volgende matrix is er geen sprake van een dominante keuze van beide spelers.


Slide 9 - Tekstslide

In de volgende matrix is er sprake van een dominante keuze van beide spelers:





Speler A kiest altijd voor keuze 1 en speler B kiest altijd voor keuze 2.
Dit is tevens het marktevenwicht.

Slide 10 - Tekstslide

Dominante keuze

Bij het gevangenendilemma is er altijd sprake van een dominante keuze.


Als een speler, ongeacht de keuze van de andere speler, altijd dezelfde keuze maakt, spreken we van een dominante keuze.

Slide 11 - Tekstslide

Collectieve goederen

De kenmerken van collectieve goederen zijn:

-Niet uitsluitbaar

-Niet rivaliserend (dat door de consumptie van het goed door één persoon er niet minder overblijft voor een ander).


Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Voorbeeld

Twee mensen, Leslie en Gerda, wonen aan de rand van een meertje. Dit meertje stroomt vaak over. Dit brengt bij beide personen schade aan tuin en huis van €1000,-. Ophoging van de oever kan dit probleem verhelpen. 

Ophoging kost € 1500,-.

Wordt de oever opgehoogd?

Maak de matrix wel/niet meebetalen

Slide 14 - Tekstslide





De oever wordt ........................... opgehoogd.
Als één van de twee betaalt, heeft de ander daar ook profijt van, zonder dat zij daarvoor hoeft te betalen.

Dit is het meeliftgedrag. Dit zorgt ervoor dat mensen nooit zelf voor collectieve goederen zullen zorgen.

Slide 15 - Tekstslide






De oever wordt niet opgehoogd.
Als één van de twee betaalt, heeft de ander daar ook profijt van, zonder dat zij daarvoor hoeft te betalen.

Dit is het meeliftgedrag. Dit zorgt ervoor dat mensen nooit zelf voor collectieve goederen zullen zorgen.

Slide 16 - Tekstslide

Prisoners’ dilemma
Als het Nash-evenwicht is gevonden, hoeft dat niet altijd het meest optimale uitkomst voor beide partijen te zijn. Kortom, er kan een cel zijn waarbij ze beide beter af zijn. Als dat het gevel is, spreken we van een gevangenendilemma of prisoners’ dilemma. Je komt niet op dit meest optimale uitkomst, omdat elke speler een dominante keuze heeft voor de andere actie.

Slide 17 - Tekstslide