donderdag lesson up 9 maart

Inkomstenbelasting
  • We hebben als laatste onderwerp in op3 de inkomstenbelasting besproken en alvast gekeken naar de theorie bij de 3 boxen.
  • Dit gaan we nog even herhalen en vervolgens gaan we daar verder naar kijken, te beginnen met box 1
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
rechtenMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Inkomstenbelasting
  • We hebben als laatste onderwerp in op3 de inkomstenbelasting besproken en alvast gekeken naar de theorie bij de 3 boxen.
  • Dit gaan we nog even herhalen en vervolgens gaan we daar verder naar kijken, te beginnen met box 1

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Hoeveel boxen heeft de inkomstenbelasting?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 4 - Quizvraag

In welke box vinden we de "inkomen uit aanmerkelijk belang"
A
1
B
2
C
3

Slide 5 - Quizvraag

In welke box valt de winst die Michel heeft gemaakt met zijn eenmanszaak?
A
1
B
2
C
3

Slide 6 - Quizvraag

In welke box valt de de 2e baan die Harold heef genomen om zo straks zijn droomauto mee te kunnen betalen?
A
1
B
2
C
3

Slide 7 - Quizvraag

In welke box valt je vermogen?
A
1
B
2
C
3

Slide 8 - Quizvraag

in welke box of boxen hebben we te maken met belastingschijven?
A
1
B
2
C
3
D
1 en 3

Slide 9 - Quizvraag

Bij welk beginsel is er sprake van de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten?
A
Beginsel van de minste pijn
B
Draagkrachtbeginsel
C
Profijtbeginsel
D
Out of the box beginsel

Slide 10 - Quizvraag

Inkomstenbelasting is een directe belasting
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Waarom is een verkeersboete geen belasting?
A
Omdat je het in termijnen mag betalen
B
het is een gedwongen betaling aan de overheid
C
Omdat het een bestraffend karakter heeft
D
Omdat het gebaseerd is op wetgeving

Slide 12 - Quizvraag

Loon is een typisch voorbeeld van een belastingobject!
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Welk soort belasting behoort niet tot de inkomstenbelasting?
A
Winst van een natuurlijke persoon ondernemer
B
Bezit van een eigen woning
C
Werkzaamheden 1 dag per week van een huishoudster
D
Winst van de B.V.

Slide 14 - Quizvraag

welke kostenpost is niet aftrekbaar in box 1 v.w.b. je eigen woning.
A
Taxatiekosten aankoopwoning voor verkrijging van een hypotheek
B
Betaalde rente van een hypotheek lening
C
Leveringsakte na aankoop van een nieuwe woning
D
Bemiddelingskosten van een hyptheekadviseur

Slide 15 - Quizvraag

Welk onderdeel valt NIET onder het begrip LOON
A
vakantiegeld
B
Dividendinkomsten op aanmerkelijk belang
C
loon in natura
D
Vergoeding voor overwerkuren

Slide 16 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een heffingskorting
A
arbeidskorting
B
aftrekpost hypotheekrente
C
geld betaald aan Anbi goede doelen
D
Leaseauto kosten

Slide 17 - Quizvraag

Marcel werkt bij de Mediamarkt. Hij ontvangt Euro 1100 netto per maand. Wie is inhoudsplichtige voor de loonbelasting voor Marcel
A
Marcel
B
De gemeente
C
De werkgever, Mediamarkt
D
De Belastingdienst

Slide 18 - Quizvraag

Heffingskortingen verminderen het belastbaar inkomen in box 1
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

De daadwerkelijke rendementen worden berekend in box 3 over sparen en belegen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 20 - Quizvraag

Loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Welk onderdeel behoort niet tot het begrip LOON
A
Dividend op je aandelenbezit
B
Vakantiegeld
C
Privégebruik leasauto
D
Vergoedingen voor overwerk

Slide 22 - Quizvraag

Alle reiskosten die je ontvangt van je werkgever wordt altijd belast
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Box 1
inkomen uit werk en wonen:
  • we gaan weer even kijken welke inkomens eronder vallen
  • hoe inkomen uit de woning wordt vastgesteld
  • we kijken naar aftrekposten op het inkomen
  • we kijken naar de schijven met hun tarief
  • we kijken naar de AH-bonuskorting oftewel heffingskorting 
  • we gaan leren hoe we de belasting in box 1 uitrekenen

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Voorbeeld berekenen inkomsten uit woning
Leo heeft een jaarsalaris van € 40.000. Hij heeft een huis waarop een hypotheek gevestigd is van € 200.000 tegen een rentepercentage van 2%. De WOZ-waarde is ook vastgesteld op € 200.000. Wat is het belastbaar inkomen van Leo?

Inkomen uit werk:                                                            € 40.000
Inkomen uit woning (eigenwoningforfait):          €    1.200               (200.000:100*0,60)
                                                                                                 ---------- +
                                                                                                  € 41.200
Hypotheekrenteaftrek:                                                  €   4.000
                                                                                                  ---------- - 
INKOMEN BOX 1:                                                                € 37.200

Slide 27 - Tekstslide

Wie bepaalt de WOZ-waarde van een woning?
A
de verkoper van een woning
B
het Rijk
C
de hypotheekverstrekker
D
de gemeente

Slide 28 - Quizvraag

Is het inkomen uit een woning dat wordt belast in box 1 een echt inkomen of een fictief inkomen?
A
echt
B
fictief

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Geef aan wat Frits betaalt aan belasting met een inkomen van 100.000 in:
schijf I:
schijf II:
Totaal:

Slide 33 - Open vraag

Slide 34 - Tekstslide

Tim verdient €3.000 bruto per jaar. Wat betaalt hij?

Schijf I €_____
Schijf II €
Totaal €_____

Slide 35 - Open vraag

Slide 36 - Tekstslide

Tom verdient €9.000 bruto per jaar. Wat betaalt hij?

Schijf I €_____
Schijf II €_____
Korting €3.000 -
Totaal €_____

Slide 37 - Open vraag

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Belastbaar inkomen 
Leontine heeft een jaarsalaris van 80.000. Zij heeft een huis waarop een hypotheek gevestigd is van 300.000 tegen een rentepercentage van 4%. De WOZ-waarde is vastgesteld op 280.000. Wat is het belastbaar inkomen van Leontine?

Inkomen uit werk:                                                80.000
Inkomen uit woning: 0,006%*280.000 =      1.680 +
                                                                                     81.680
Hypotheekrenteaftrek: 0,004*300.000 = 12.000 -
Belastbaar inkomen:                                         69.680

Slide 40 - Tekstslide

Hoeveel inkomstenbelasting betaalt Leontine nu? Haar belastbaar inkomen is dus 69.680.

Schijf 1:
+ Schijf 2:
-/- Heffingskorting:
= Totaal:

Slide 41 - Open vraag

Te betalen belasting box 1
Haar belastbaar inkomen, dus het inkomen uit werk en wonen en minus de aftrekpost hypotheekrenteaftrek was:          69.680
2) Hoeveel inkomstenbelasting betaalt Leontine?
Schijf 1: (37,10%*68.508) =                                 € 25.416,47 
Schijf 2: (69.680-68.508) =1.172)*49,50% =         580       +
                                                       Heffingskorting: 3.000         -
                                                      25.996,47-/-3.000=       22.996,47

Slide 42 - Tekstslide