H3 - herhaling présent + passé composé + oefenen

Aujourd'hui le 26 janvier
Vorige les via mme Verhalle:
- présent bij regelmatige en onregelmatige ww
-  passé composé bij regelmatige en onregelmatige ww
- schema gemaakt met overzicht 
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Aujourd'hui le 26 janvier
Vorige les via mme Verhalle:
- présent bij regelmatige en onregelmatige ww
-  passé composé bij regelmatige en onregelmatige ww
- schema gemaakt met overzicht 

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
- herhaling présent
- herhaling passé composé
- voorbereiding eindtoets 
Wat verwacht ik van jou?
voldoende kennis over de behandelde werkwoorden en tijden.
- zelfstandig oefenen

Slide 2 - Tekstslide

Présent bij regelmatige werkwoorden
-er
-ir
-re
je
stam + e
stam + is
stam + s
tu
stam + es
stam + is
stam + s
il, elle, on
stam + e
stam + it
stam
nous
stam + ons
stam + issons
stam + ons
vous
stam + ez
stam + issez
stam + ez
ils, elles
stam + ent
stam + issent
stam + ent

Slide 3 - Tekstslide

Présent bij onregelmatige werkwoorden
être
avoir
faire
aller
je suis
j'ai
je fais
je vais
tu es
tu as
tu fais
tu vas
il, elle, on est
il, elle, on a
il, elle, on fait
il, elle, on va
nous sommes
nous avons
nous faisons
nous allons
vous êtes
vous avez
vous faites
vous allez
ils, elles sont
ils, elles ont
ils, elles font
ils, elles vont

Slide 4 - Tekstslide

Je

Elle
Nous
Vous
Ils
choisissons
faites
donnent
perds
est

Slide 5 - Sleepvraag

Slide 6 - Tekstslide

Passé composé heeft er altijd 2.
De voltooide tijd: ik heb gedaan, jij hebt gewerkt

1. Kies het hulpww: avoir of être (êtrehuis/wederk.ww.)
2. Vervoeg het hulpww
3. Vervoeg het voltooid dlw (-er/-ir/-re/onr.ww)

Slide 7 - Tekstslide

1. Kies het hulpww: avoir of être
Stel jezelf de vraag: 
''Staat het werkwoord in het
être-huis?''

Ja:      hulpww = être
Nee:  hulpww = avoir

Slide 8 - Tekstslide

2. Vervoeg het hulpww
J'ai
Je suis
Tu as
Tu es
Il, elle, on a
Il, elle, on est
Nous avons
Nous sommes
Vous avez
Vous êtes
Ils, elles ont
Ils, elles sont
2. Vervoeg het hulpww.

Slide 9 - Tekstslide

3. Vervoeg het voltooid dlw.
Regelmatige ww op -er                    > é
Regelmatige ww op -ir                     > i
Regelmatige ww op -re                    > u


Slide 10 - Tekstslide

3. Vervoeg het voltooid dlw.
Onregelmatige ww (van buiten kennen):
avoir            > eu                         
être              > été
faire             > fait
aller             > allé



Slide 11 - Tekstslide

Maak de passé composé & denk aan de stappen 1, 2 en 3.
voyager - nous
A
nous avons voyager
B
nous avez voyager
C
nous avons voyagé
D
nous avons voyagés

Slide 12 - Quizvraag

Maak de passé composé & denk aan de stappen 1, 2 en 3.
aller - elle
A
elle a allé
B
elle a allée
C
elle est allé
D
elle est allée

Slide 13 - Quizvraag

Maak de passé composé & denk aan de stappen 1, 2 en 3.
choisir - tu
A
tu as choisi
B
tu as choisit
C
tu es choisi
D
tu as choisé

Slide 14 - Quizvraag

Typ jouw uitleg:
waarom is ELLES ONT REGARDÉES fout?

Slide 15 - Open vraag

Typ jouw uitleg:
waarom is IL EST DONNÉ fout?

Slide 16 - Open vraag

Als het werkwoord wordt vervoegd met het hulpww être, krijgt het altijd een extra uitgang.
Oui
Non

Slide 17 - Poll

Oefenen 
Tijden: présent + passé composé

Onregelmatige ww: 
avoir + être + faire + aller

Regelmatige ww: 
aimer + arriver + choisir + descendre 

Taal:
Frans - Nederlands 

Slide 18 - Tekstslide

Volgende week
Imparfait + oefentoets over présent en passé composé

Er is geen huis- of leerwerk. 
Houd zelf de werkwoorden bij middels 10 min verbuga per dag, per tijd/werkwoord.

Slide 19 - Tekstslide