H5 5.3 + 5.4

Trias Politica & criminaliteit
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Trias Politica & criminaliteit

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
1. Herhaling par 5.1 + 5.2 
2. Par 5.3 
3. Par 5.4 
4. Werken in het boek 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De scheiding van de politieke
macht over de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.
A
rechtstaat
B
wetgevende macht
C
legaliteitsbeginsel
D
trias politica

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

5.3 Trias politica 

Slide 4 - Tekstslide

Om te voorkomen dat de overheid haar macht onbeperkt kan
gebruiken, is de macht in drie onderdelen opgedeeld:
• wetten aannemen
• wetten uitvoeren
• beoordelen of iedereen zich aan de wet houdt
We noemen dat de trias politica. 

De wetgevende macht
Neemt de wetten aan waaraan burgers en de overheid zich moeten houden.

Slide 5 - Tekstslide

Het parlement en de ministers mogen beide wetsvoorstellen doen, maar het parlement neemt zo’n wetsvoorstel aan of wijst het af.

De uitvoerende macht
Zorgt ervoor dat eenmaal aangenomen wetten worden uitgevoerd.

Slide 6 - Tekstslide

In ons land is dat de regering. Ministers zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. Zij vertellen aan ambtenaren wat ze moeten doen.

De rechtelijke macht
Beoordeelt of de overheid en burgers zich aan de wet houden.

Slide 7 - Tekstslide

Een belangrijk kenmerk van de rechterlijke macht is dat rechters onafhankelijk en onpartijdig zijn. Ministers kunnen rechters niet ontslaan. 

De wetgevende macht is het:
A
parlement
B
kabinet
C
regering
D
politiek

Slide 8 - Quizvraag

Het parlement en de ministers mogen beide wetsvoorstellen doen, maar het parlement neemt zo’n wetsvoorstel aan of wijst het af.

Een voorbeeld van de rechtelijke macht:
A
politie
B
ministers
C
rechters
D
burgers

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een voorbeeld van de uitvoerende macht is:
A
ambtenaren
B
ministers
C
leraren
D
college van B&W

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Legaliteitsbeginsel
Iedere handeling van de overheid moet gebaseerd zijn op een wet.


Slide 11 - Tekstslide

De uitvoerende macht mag pas iets doen als het in een wet staat
die door de wetgevende macht is goedgekeurd.

En de rechterlijke macht kan iemand pas veroordelen als in een wet staat dat iets niet mag.

Autoritaire staten & trias politica

Slide 12 - Tekstslide

Bijvoorbeeld: rechters worden alleen benoemd als ze beloven de regering te steunen.

En meestal heeft de partij van de machthebbers een grote meerderheid in het parlement. Wetten die de regering indient, worden meestal zonder veel discussie aangenomen.

5.4 Criminaliteit 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor conflicten:
- Burgerlijk recht 
- Bestuursrecht 

Slide 14 - Tekstslide

In een rechtsstaat worden wetten ook echt gehandhaafd. Iedereen
kan naar de rechter stappen.

Voor conflicten tussen mensen is er het burgerlijk recht. (burenruzie)

Voor conflicten met de overheid is er het bestuursrecht. (uitkering niet toekennen) 

De aanpak van gedrag
dat volgens de wet verboden is.

A
strafrecht
B
halt
C
bestuursrecht
D
burgerlijk recht

Slide 15 - Quizvraag

Verschil tussen ongeschreven en geschreven regels. Diefstal en mishandeling zijn verboden -> dat staat in de wet. 
Voordringen bij de kassa is aso -> maar staat niet als verboden in de wet. 
Wetboek van Strafrecht 

Slide 16 - Tekstslide

Strafbare zaken staan in het Wetboek van Strafrecht. 

In het strafrecht kijkt een rechter of er sprake is van een strafbaar
feit en welke straf daarbij hoort. Een strafbaar feit noemen we ook
wel een delict.

Wat is het verschil tussen een overtreding en een misdrijf?

Slide 17 - Open vraag

Overtreding: scooterrijden zonder helm. 

Misdrijf: vernieling, drugshandel, inbraak. 
Vervolg na misdrijf 
Bij misdrijven:

• word je verhoord door de politie
• als het ernstig is, volgt altijd een
rechtszaak
• gelden zwaardere straffen
• krijg je een strafblad

Slide 18 - Tekstslide

Bij ouder dan 12 krijg je een strafblad. 
Alle misdrijven zoals die in de wet staan.
A
overtredingen
B
misdrijven
C
criminaliteit
D
strafrecht

Slide 19 - Quizvraag

Eigenlijk valt alles wat wettelijk verboden is onder criminaliteit.
Maar iemand die een overtreding is geen crimineel.

Criminaliteit is tijdsgebonden en plaatsgebonden. 

Slide 20 - Tekstslide

Ook wetten gaan met de tijd mee en worden daarom herzien. 

Een vuurwapen bijdragen mag in bepaalde staten in Amerika, niet in Nederland. Zoenen in het openbaar mag niet in India. 


Wat is toegestaan in
Nederland, kan in een ander land strafbaar zijn.
A
plaatsgebonden
B
tijdsgebonden

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onze ideeën over wat strafbaar zou
moeten zijn, veranderen.
A
plaatsgebonden
B
tijdsgebonden

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Risicofactoren

Slide 23 - Tekstslide

Risicofactoren geven niet aan dát iemand crimineel wordt.

De meeste spijbelaars en mensen die alcohol drinken, plegen geen misdrijven.

Crimineel gedrag is dan ook heel lastig te voorspellen.

Voorbeelden
• onveilige opvoeding
• groepsgedrag
• alcohol of drugs
• spijbelen en schooluitval
• biologische factoren

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werken in het boek
Maak paragraaf 5.3 en 5.4. 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies