Keuzedeel Internationaal 1 ZwC les1

 Wat is cultuur?
Keuzedeel Internationaal 1:
overbruggen (interculturele) diversiteit
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Keuzedeel INTMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

 Wat is cultuur?
Keuzedeel Internationaal 1:
overbruggen (interculturele) diversiteit

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zit je hier op dit moment?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 2 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel % van de Nederlandse bevolking heeft een migratie-achtergrond?
A
15,8
B
24,7
C
30,1
D
55,3

Slide 3 - Quizvraag

Op 1 maart 2021 had 24,7 procent van de bevolking een migratieachtergrond. Daaronder vallen zowel mensen die in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie), als degenen die in Nederland geboren zijn en van wie ten minste een van hun ouders immigrant was (de tweede generatie). 
Hoeveel % van de bevolking met migratie-achtergrond is Niet-westers?
A
3,3 %
B
10,8 %
C
14,1 %
D
19.6 %

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de top 6 van herkomst van inwoners met een migratie-achtergrond in NL?
Turkijke
1
2
3
4
5
6
Marokko
Suriname
Indonesi√ę
Duitsland
Polen

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 7 - Video

Filmpje over Keuzedeel Internationaal 1: overbruggen van interculturele diversiteit
Inhoud Keuzedeel
  1. Kerntaak D1-K1: Zet interculturele sensitiviteit in 
  2. Kerntaak D1-K2: Verbindt mensen met verschillende culturele achtergronden

Dit keuzedeel gaat over  cultuur en hoe cultuurverschillen van invloed zijn op de communicatie tussen mensen. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktische zaken
- Informatie over het keuzedeel in Canvas (theorie, informatie examinering, deadlines) 
- Licentie kopen www.allyoucanlearn.nl --> coach koppelen
- Opdrachten maken en inleveren via all you can learn
- Examenonderdeel 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  1. Je weet wat cultuur is.
  2. Je kent de kenmerken van je eigen (en de Nederlandse) cultuur.
  3. Je begrijpt de ui-theorie van Hofstede en kunt deze toepassen.Je begrijpt hoe je eigen cultuur je gedachten en je gedrag be√Įnvloeden.
  4. Je weet wat vooroordelen zijn en herkent deze in contact met anderen.
  5. Je begrijpt wat cultuurshock is.
  6. Je herkent verschillen en overeenkomsten tussen culturen.
  7. Je weet wat interculturele sensitiviteit is en in hoeverre je dat zelf bent.
  8. Je kunt je verplaatsen in mensen met een andere culturele achtergrond.
  9. Je kunt in contact met anderen omgaan met cultuurverschillen.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke verschillende culturen zie je terug in jouw wijk/buurt als je over straat loopt of door de straten heen fietst?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waaraan herken je de culturen en de mensen uit de verschillende culturen in jouw wijk/buurt? Plaats achter elke cultuur zoveel mogelijk cultuurelementen.

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Culturele diversiteit verrijkt ons allemaal. 
Dat is het interessante en boeiende aan een samenleving met mensen uit verschillende culturen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cultuur
Aan het eind van de les: 
  • weet je wat cultuur is
  • weet je wat de kenmerken van je eigen cultuur (en de Nederlandse) zijn
  • begrijp je hoe je eigen cultuur je gedachten en je gedrag be√Įnvloeden

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Filmpje over Wat is cultuur?
Wat is cultuur?
Cultuur is een vorm van mentale programmering. Het zijn patronen van gedachtes, gevoelens en gedrag. 
Mentale programmering bestaat op drie niveaus:
  • menselijke natuur
  • cultuur
  • persoonlijkheid

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is cultuur?
Je mentale programmering bepaalt hoe je reageert op alle daagse zaken als groeten, eten, tonen van emoties enzovoort.

Slide 18 - Tekstslide

Mentale programmering bestaat op drie niveaus:
1. menselijke natuur
Deze patronen zijn aangeboren en daarmee universeel, alle mensen hebben dit in zich.
Bijvoorbeeld: Alle mensen kunnen zich wel eens boos, verdrietig of bang voelen.
2. cultuur
Deze patronen zijn aangeleerd en zijn specifiek voor een groep mensen. Het maakt het verschil tussen de ene en de andere groep mensen. Cultuur gaat over van generatie op generatie.
Bijvoorbeeld: In sommige culturen is het niet netjes als een jongere een volwassene recht in de ogen aankijkt tijdens een gesprek. Kinderen leren van hun ouders dat zij dit niet moeten doen en zij leren dat hun kinderen ook weer.
3. persoonlijkheid
Deze patronen zijn zowel aangeboren als aangeleerd en maken een persoon uniek
Normen en waarden
Normen en waarden geven ons richting.
Normen zijn ‚Äėrichtlijnen hoe je sociaal gewenst met elkaar omgaat.'
Waarden zijn ‚Äėde zaken die waardevol gevonden worden door iemand of een groep mensen (een samenleving)‚Äô Denk aan beleefdheid, eerlijkheid.
Het is belangrijk te weten dat de normen en waarden enorm kunnen verschillen per land, cultuur of samenleving. 



Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht lekker multiculti!
Maak een mindmap over de begrippen cultuur en multiculturele samenleving. Je mag de mindmap op papier maken, maar online kan ook.
Schrijf in het midden van je mindmap ‚ÄėCultuur/multiculturele samenleving‚Äô. Schrijf daaromheen ten minste 5 onderwerpen op waar je aan denkt bij deze begrippen. Schrijf onder deze onderwerpen weer woorden op die bij het onderwerp horen.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cultuurverandering
Culturen blijven niet eeuwig en altijd hetzelfde. Ze veranderen omdat mensen veranderen. De basis blijft steeds hetzelfde. Maar doordat we kennismaken met andere culturen kunnen we ook dingen overnemen.



Slide 21 - Tekstslide

Bijvoorbeeld:
- Chinees, Turks of Surinaams eten
- het gebruik van Engelse woorden in onze taal 
- invloeden uit andere culturen in onze samenleving
- enzovoort.
Elke cultuur heeft zijn eigen waarden en normen. 
Ouderen spreek je aan met u.
Als je ergens iets van vindt, mag je dat gewoon zeggen.
Respect
Vrijheid van meningsuiting
NORMEN
WAARDEN

Slide 22 - Sleepvraag

Elke cultuur heeft zijn eigen waarden en normen. 
Waarden zijn de dingen die je belangrijk vindt. Bij iedere waarde horen bepaalde normen. 
De normen zijn de regels waar je je aan moet houden om een bepaalde waarde in praktijk te kunnen brengen.

Voorbeelden:
Waarde: Vrijheid van meningsuiting
Norm: Als je ergens iets van vindt, mag je dat gewoon zeggen.

Waarde: Respect
Norm: Ouderen spreek je aan met u.
Opdrachten maken AYCL
Wat: Opdracht 1 en 2 Wat is cultuur? en lekker multiculti!
Hoe: Individueel
Tijd: 60 minuten
Hulp: Canvas, AYCL, medestudenten
Klaar: Portfolio maken in word 





Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mijn gevoelens over dit keuzedeel
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 24 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Religie
Veel culturen hebben een religie of geloofsovertuiging als basis. 
Een religie bevat veel waarden, normen en gewoontes en helpt het ontstaan en het doel van de mensheid te verklaren. 

Cultuur en religie zijn twee verschillende dingen, maar lopen vaak wel door elkaar.

Slide 25 - Tekstslide

 Het katholieke geloof heeft bijvoorbeeld als basis de bijbel. Dit is wereldwijd zo. Maar een katholiek in Mexico viert bijvoorbeeld Dios de los Muertos, een feestdag waarbij de doden worden herdacht en mensen zich verkleden als skelet. Dit wordt op een katholieke feestdag gevierd, maar in de bijbel staat niets over deze feestdag genoemd. Een katholiek in Europa viert deze feestdag niet. Deze feestdag is dan ook onderdeel van de Mexicaanse cultuur en hoort niet bij religie.
Wat zijn de vijf grootste religies/ geloofsovertuigingen?

Slide 26 - Open vraag

De vijf grootste religies en geloofsovertuigingen zijn: boeddhisme, christendom, islam, hindoe√Įsme en jodendom.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies