13-01 taal

Na deze les:
weet ik het verschil tussen een bedrijvende zin en lijdende zin
1 / 8
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 8 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Na deze les:
weet ik het verschil tussen een bedrijvende zin en lijdende zin

Slide 1 - Tekstslide

Bedrijvende zin

Het onderwerp in de zin voert de actie uit


De jongen trapt de voetbal weg.
Lijdende zin

Het onderwerp in de zin voert de actie niet uit


De voetbal wordt door de jongen weggetrapt.

Slide 2 - Tekstslide


Bedrijvende zin = zitten

Lijdende zin = staan
De moeilijke rekensom wordt gemaakt door Hugo.

Slide 3 - Tekstslide


Bedrijvende zin = zitten

Lijdende zin = staan
Jody heeft een nieuwe telefoon gekocht.

Slide 4 - Tekstslide


Bedrijvende zin = zitten

Lijdende zin = staan
Worden de beste broodjes gebakken door jullie bakker?

Slide 5 - Tekstslide


Bedrijvende zin = zitten

Lijdende zin = staan
De kinderen op het schoolplein gooien de bal naar elkaar. 

Slide 6 - Tekstslide

Bedrijvende zin naar lijdende zin
bedrijvende zin: Ibrahim kopt de bal 
1. de persoonsvorm wordt een voltooid deelwoord met het hulpwerkwoord worden: wordt gekopt
2. het lijdend voorwerp van de bedrijvende zin wordt onderwerp in de lijdende zin: de bal
3. het onderwerp van de bedrijvende zin komt achter door te staan in de lijdende zin: door Ibrahim
Lijdende zin: De bal wordt gekopt door Ibrahim

Slide 7 - Tekstslide

1. schrijf een bedrijvende zin op je wisbordje.

2. wissel je wisbordje met degene naast je.

3. schrijf de lijdende zin op van de zin die je hebt gekregen.

Klaar? Maak opdracht 2 & 3 in je boek

Slide 8 - Tekstslide