SOA's

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieSecundair onderwijs

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide


Slide 2 - Open vraag

SOA betekent
A
seksuele onvermijdelijke aandoening
B
seksuele ontrouwe aandoening
C
seksueel overdraagbare aandoening
D
sensuele onwaarstaanbare aanrakingen

Slide 3 - Quizvraag

Veilig vrijen betekent onder andere dat je...
A
vermijdt om te kussen
B
Een condoom gebruikt
C
Om het even welk voorbehoedsmiddel gebruikt
D
Met een fluo vestje in bed duikt

Slide 4 - Quizvraag

Welke SOA komt in België het meeste voor?
A
HIV- infectie
B
chlamydia (schimmelinfectie)
C
gonorroe (druiper)
D
genitale wratten

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Gaat een soa vanzelf over?
A
bijna nooit
B
de meeste wel
C
altijd

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Welke van de volgende SOA is niet te genezen?
A
Gonorroe (druiper)
B
Chlamydia (schimmelinfectie)
C
Herpes genitalis (koortsblaasjes down under...)

Slide 9 - Quizvraag

Kun je altijd merken of je een SOA hebt?
A
Ja, je hebt altijd klachten
B
Nee, vaak heb je geen klachten

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Wat weet jij van AIDS/HIV?

Slide 18 - Open vraag

Aids verspreidt zich via een virus, het meest kenmerkende aan dat virus is:
A
het tast het verdedigingsmechanisme van je lichaam aan
B
het verspreidt zich zeer gemakkelijk
C
het komt enkel voor bij mensen die zich slecht verzorgen

Slide 19 - Quizvraag

Als je besmet bent met HIV betekent dat:
A
je onmiddelijk sterft aan aids
B
je het virus levenslang meedraagt, maar niet noodzakelijk ziek wordt
C
je een zware medische behandeling moet krijgen om te kunnen genezen

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Iemand die besmet is met hiv:
A
ziet er heel ziek uit
B
kan er kerngezond uitzien
C
sterkt direct

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide

De verspreiding in België...
A
stijgt voortdurend
B
stagneert
C
daalt

Slide 25 - Quizvraag

Het aids-virus verspreidt zich:
A
Bij iedereen die zich blootstelt aan 'onveilig' gedrag
B
Enkel bij homoseksuelen, prostituees en drugspuiters
C
Over de totale bevolking.

Slide 26 - Quizvraag

Om eventueel besmet te raken met hiv:
A
moet je verschillende relaties achter de rug hebben
B
moet je een zwakke gezondheid hebben
C
kan één seksueel contact voldoende zijn

Slide 27 - Quizvraag

Het aids-virus bevindt zich:
A
in lucht en water
B
in bloed, sperma en vaginaal vocht van een virusdrager
C
op alles dat aangeraakt werd door een besmet persoon

Slide 28 - Quizvraag

Je kunt een hiv-besmetting krijgen door:
A
in de omgeving van een virusdrager te verblijven
B
onhygiënische omstandigheden in toiletten, zwembaden,...
C
contacten tussen jouw bloed en besmet bloed, vaginaal vocht, sperma...

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Als je een SOA hebt, die nog niet behandeld is, ben je extra vatbaar voor:
A
Griep
B
Aids
C
ziekte van Pfeiffer (klierkoorts)

Slide 36 - Quizvraag

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Welke stelling is juist?
A
Als je een beetje oppast met wie je vrijt, is de kans op een SOA erg klein.
B
Je kunt altijd aan de geslachtsdelen zien of iemand een SOA heeft.
C
Iedereen die wel eens onveilig gevreeën heeft kan een SOA hebben.

Slide 39 - Quizvraag

Echt gevaarlijk is het om:
A
gewoon contact te hebben met besmette personen
B
bloed te geven of te krijgen in ons land
C
te vrijen zonder condoom

Slide 40 - Quizvraag

Slide 41 - Video