Digitale geletterdheid - les 1

Digitale geletterdheid
Remon Kragtwijk
ICT medewerker
OOP
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Digitale GeletterdheidHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Digitale geletterdheid
Remon Kragtwijk
ICT medewerker
OOP

Slide 1 - Tekstslide

Waarom is digitale geletterdheid nodig?
timer
2:00

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

4 domeinen Digitaal geletterdheid
Mediawijsheid
Practische ICT-Basisvaardigheden
Computational thinking
Digitale informatievaardigheden


Slide 4 - Tekstslide

Digitale geletterdheid


kennis verwerven over digitale technologie
omgaan met digitale technologie
kritisch en (zelf)bewust gebruiken van de mogelijkheden van digitale technologie
inschatten van kansen en risico’s die het gebruik van digitale technologie met zich meebrengt

Slide 5 - Tekstslide

Voorbeeld 
Een normale dag in de stad

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Bij welk onderdeel van digitale geletterdheid hoort dit filmpje?
A
Mediawijsheid
B
Informatie-vaardigheden
C
ICT-basisvaardigheden
D
Computational Thinking

Slide 8 - Quizvraag

Waarom?
Mediawijsheid gaat over hoe je bewust, kritisch en actief omgaat met media. Het delen van informatie online — zoals berichten, foto's, video's of nieuws — vraagt om inzicht in:
Privacy en veiligheid (wat deel je wel of niet?)
Doelgroep en impact (wie ziet het en wat doet het met anderen?)
Betrouwbaarheid van informatie (is het waar wat je deelt?)
Digitale etiquette (hoe communiceer je respectvol online?)

Slide 9 - Tekstslide

Mediawijsheid
Bij mediawijsheid gaat het om het kritisch én bewust omgaan met digitale media in de samenleving. Ook hier hebben leerlingen een basis van kennis en vaardigheden nodig waardoor ze op een passende en veilige wijze met media kunnen omgaan en weten wat ze wel of beter niet kunnen doen.

Slide 10 - Tekstslide

Wat is een belangrijk kenmerk van nepnieuws?

A
Het is altijd grappig bedoeld
B
Het bevat vaak emotionele of schokkende titels
C
Het komt alleen voor op sociale media
D
Het is altijd makkelijk te herkennen

Slide 11 - Quizvraag

Toelichting
Nepnieuws gebruikt vaak sensationele koppen om aandacht te trekken en gedeeld te worden.

Slide 12 - Tekstslide

praktische ict-vaardigheden
Bij praktische ICT-vaardigheden gaat het om het benutten van de mogelijkheden van digitale technologie en inzicht hebben in de werking van digitale apparaten. Op allerlei momenten binnen en buiten school komen leerlingen in aanraking met digitale technologie en digitale apparaten. Om hier op een passende manier gebruik van te kunnen maken én over dit gebruik ook na te kunnen denken, moeten leerlingen over basiskennis en - vaardigheden beschikken op dit gebied. Praktische ICT-vaardigheden zijn de basis voor de andere domeinen van digitale geletterdheid.

Slide 13 - Tekstslide

Wat is een veilig wachtwoord?
A
123456
B
MijnNaam2020
C
!Q2w#E4r%T6y
D
Wachtwoord!

Slide 14 - Quizvraag

Toelichting
Correct antwoord: C) !Q2w#E4r%T6y
Toelichting:
Een sterk wachtwoord is:
Lang genoeg (minimaal 12 tekens is aanbevolen)
Complex (combinatie van hoofdletters, kleine letters, cijfers en speciale tekens)
Onvoorspelbaar (geen persoonlijke gegevens of veelvoorkomende woorden)

Slide 15 - Tekstslide

Welke van de volgende tools is het meest geschikt voor online samenwerking?
A
Photoshop
B
Microsoft Teams
C
VLC Media Player
D
WinRAR

Slide 16 - Quizvraag

Toelichting:
Correct antwoord: B) Microsoft Teams
Microsoft Teams is speciaal ontworpen voor online samenwerking. 
Het biedt functies zoals: Chatten en videobellen
Bestanden delen en gezamenlijk bewerken
Werken in kanalen en teams
Integratie met andere Microsoft 365-tools zoals Word, Excel en OneNote

Slide 17 - Tekstslide

computational thinking
Bij computational thinking gaat het om denkvaardigheden en strategieën die leerlingen helpen om complexe problemen te (her)formuleren zodat computertechnologie kan bijdragen aan het oplossen hiervan.

Slide 18 - Tekstslide

Je wilt een robot leren hoe hij een kamer moet stofzuigen. Welke van de volgende stappen hoort NIET thuis in het proces van algoritmisch denken?
A
De kamer opdelen in kleinere vakken
B
Een patroon herkennen in hoe vuil zich verspreidt
C
De robot willekeurig laten rondrijden tot de kamer schoon is
D
Een reeks instructies maken die de robot stap voor stap volgt

Slide 19 - Quizvraag

Toelichting
Computational thinking draait om gestructureerd en logisch denken. Willekeurig gedrag hoort daar niet bij.

Slide 20 - Tekstslide

Digitale informatievaardigheden 
Bij digitale informatievaardigheden gaat het om het gebruik van digitale technologie om informatie op te zoeken en op een passende manier om te gaan met digitale informatie. Veel van de informatieverwerving van leerlingen gaat via digitale weg en basisvaardigheden helpen daarin bij het verzamelen, evalueren, verwerken en delen van digitale informatie.

Slide 21 - Tekstslide

Wat is een betrouwbare bron van informatie?
A
Een blog zonder auteur
B
Wikipedia zonder bronvermelding
C
Een wetenschappelijk artikel met referenties
D
Een TikTok-video met veel likes

Slide 22 - Quizvraag

Toelichting
Correct antwoord: C) Een wetenschappelijk artikel met referenties

Een betrouwbare bron is een bron die:
controleerbaar is (je kunt nagaan waar de informatie vandaan komt),
objectief is (gebaseerd op feiten, niet op meningen),
en onderbouwd is met referenties of bewijs.

Slide 23 - Tekstslide

Waar wil je het de volgende keer meer over leren?
Praktische ict vaardigheden Teams, Powerpoint etc
MediawijsheidVeilig online zijn. Gebruik social media
Computational thinkingGegevens verzamelen, Programmeren
Digitale informatievaardighedenInformatie zoeken, beoordelen en gebruiken

Slide 24 - Poll

Slide 25 - Tekstslide