Bouwkunst en utopieen in de 1e helft v.d. 20e eeuw

Architectuur 1e helft 20e eeuw
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Architectuur 1e helft 20e eeuw

Slide 1 - Tekstslide

Jugendstil
Laat 19e eeuw  / begin 20e eeuw. 
Dit was een stroming die nog een interesse had voor handwerk (ambacht), organische vormen. Het was een vormgeving die zowel in bouwen als ook in design werd toegepast

Slide 2 - Tekstslide

Jugendstil
In Nederland werd het de slaolie stijl genoemd. 
Dit kwam door dit ontwerp van Jan van Toorop. 

Slide 3 - Tekstslide

Art- nouveau

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Ondergang van de Jugenstil
- na WO1 , een economische crisis
- Jugenstil/art nouveau zijn elitair en duur
- het ambachtelijke smeedwerk, houtwerk, de mozaiek vloeren, het glas in lood.
- het werd niet meer geaccepteerd in de cultuur om zo duur en dus elitair te ontwerpen. Er ontstonden nieuwe idealen. Bouwen moest ook democratisch zijn, ook sociaal gericht zijn om ook gewone burgers/ arme mensen een goed leven te bieden

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

De Amsterdamse school
De woonomstandigheden in het begin van de 20e eeuw in de grote steden zijn voor de arme arbeiders vaak slecht. Ze wonen in ongezonde kelders onder de grachtenpanden in de stad. Zonder riolering, goede ventilatie, daglicht. Veel mensen wonen met een hele familie in een hele kleine ruimte en hebben nauwelijks voldoende te eten. Daardoor ontstaan er veel ziektes. De architecten van de Amsterdamse school willen hier iets aan doen, door hun bouwwerken te maken voor sociale woningbouw.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Het Bauhaus
Ook de leden van kunstenaarsgroep Bauhaus hadden idealen om de wereld beter te maken. In 1919 stichtte Walter Gropius in het Duitse Weimar een rijksschool voor architecten, kunstenaars en industrieel ontwerpers, waar moderne, functionele vormgeving werd onderricht. 

Slide 10 - Tekstslide

De ideologie van het Bauhaus
Er werd met nieuwe productieprocessen geëxperimenteerd, studenten kregen de ruimte om een nieuwe, eigentijdse vormtaal te ontwikkelen. In een tijd dat alleen een elitaire bovenlaag zich (jugendstil) ontwerpen kon permitteren, werkte het Bauhaus vanuit het ideaal om mooi en praktisch design voor iedereen bereikbaar te maken.

Slide 11 - Tekstslide

De doelstellingen van het Bauhaus waren:
  • een grondige ambachtelijke opleiding
  • creëren van hoogwaardige technische en esthetische producten
  • accent op de functionaliteit van producten
  • betaalbare producten leveren door industriële productieprocessen
  • samenwerking binnen de kunstdisciplines om tot een Gesamtkunstwerk te komen
  • integratie van kunst in het dagelijks leven 

Slide 12 - Tekstslide

Bauhaus design
Hoogwaardige technische en esthetische producten 
Accent op de functionaliteit
Betaalbare producten door industriele productieprocessen
Integratie van kunst in het dagelijkse leven

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

De stijl
Theo van Doesburg en Mondriaan, begonnen ook in Nederland een kunstenaarsgroep: De stijl . Het had veel overlap met Bauhaus. Het was moderne architectuur en vormgeving. De ontwerpen moesten functioneel zijn. Het schoonheidsideaal was: Less is more. Er werd gebruik gemaakt van geometrische vormen, primaire kleuren. 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Architectuur analyseren
I Voorstelling: Wat is er te zien op een schilderij? Wat geeft een sculptuur weer? Wat is
er te zien op een object? Wat is er te zien en/of te horen in een installatie?

II. Inhoud: Waar gaat het werk over: wat is het onderwerp, het verhaal, het thema, het
idee of concept? Wat is de boodschap of (diepere) betekenis?

III. Vormgeving: Hoe wordt het kunstwerk vormgegeven door middel van beeld? Hoe wordt
het gebouw/object/affiche vormgegeven?

IV. Materiaal/techniek: Waarmee, met welke materialen en technieken, wordt de
voorstelling/het gebouw/object/affiche vormgegeven?

Slide 18 - Tekstslide

IV Materiaal/techniek
Materialen: Huid van het gebouw (buitenkant) 
Skelet van het gebouw (constructie) 
Technieken: Skeletbouw 
Repoduceerbare onderdelen of niet

Slide 19 - Tekstslide

III. Vormgeving van architectuur: 
 vorm
ruimte
licht
 kleur 
compositie

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide