Woordsoorten - Zelfstandig naamwoord, lidwoord, bijvoeglijknaamwoord

Woordsoorten - Zelfstandig naamwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord

Nederlands

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsHoger onderwijsSecundair onderwijsGraduaat

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Woordsoorten - Zelfstandig naamwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord

Nederlands

Lidwoorden

Opdracht

Geef bij de volgende vijf vragen aan of het onderstreepte woord een lidwoord is.

Ik geef hem een goede kans op die baan.      

A

een lidwoord

B

geen lidwoord

Het leren van woordsoorten gaat mij gemakkelijk af.      

A

een lidwoord

B

geen lidwoord

Een voor allen, allen voor een.

A

een lidwoord

B

geen lidwoord

Het is belangrijk dat je de woordsoorten kent..      

A

een lidwoord

B

geen lidwoord

Wat is het gekste wat je ooit hebt gedaan?      

A

een lidwoord

B

geen lidwoord

Zelfstandig naamwoord

Opdracht

Geef bij de volgende vijf vragen aan of het onderstreepte woord een zelfstandig naamwoord is.

Ik wil niet werken in dat bedrijf.      

A

een zelfstandig naamwoord

B

geen zelfstandig naamwoord

Werken moet je voor je plezier doen.      

A

een zelfstandig naamwoord

B

geen zelfstandig naamwoord

Marius heeft beloofd om mij te helpen.      

A

een zelfstandig naamwoord

B

geen zelfstandig naamwoord

Verliefd zijn is het mooiste wat er is.      

A

een zelfstandig naamwoord

B

geen zelfstandig naamwoord

Rond november is het altijd druk met cadeaus.      

A

een zelfstandig naamwoord

B

geen zelfstandig naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Opdracht

Geef bij de volgende vijf vragen aan of het onderstreepte woord een bijvoeglijk naamwoord is.

Sommige hobby's zijn levensgevaarlijk.      

A

een bijvoeglijk naamwoord

B

geen bijvoeglijk naamwoord

Een fijne wollen trui houdt je heerlijk warm in de winter.      

A

een bijvoeglijk naamwoord

B

geen bijvoeglijk naamwoord

Een fijne wollen trui houdt je heerlijk warm in de winter.      

A

een bijvoeglijk naamwoord

B

geen bijvoeglijk naamwoord

Wat vind jij van Fries suikerbrood.      

A

een bijvoeglijk naamwoord

B

geen bijvoeglijk naamwoord

Mijn gestoten hoofd doet flink pijn.      

A

een bijvoeglijk naamwoord

B

geen bijvoeglijk naamwoord