Woordsoorten - Zelfstandig naamwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord
Nederlands
Woordsoorten - Zelfstandig naamwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord
Nederlands
Lidwoorden
Opdracht
Geef bij de volgende vijf vragen aan of het onderstreepte woord een lidwoord is.
Ik geef hem een goede kans op die baan.
een lidwoord
geen lidwoord
Het leren van woordsoorten gaat mij gemakkelijk af.
een lidwoord
geen lidwoord
Een voor allen, allen voor een.
een lidwoord
geen lidwoord
Het is belangrijk dat je de woordsoorten kent..
een lidwoord
geen lidwoord
Wat is het gekste wat je ooit hebt gedaan?
een lidwoord
geen lidwoord
Zelfstandig naamwoord
Opdracht
Geef bij de volgende vijf vragen aan of het onderstreepte woord een zelfstandig naamwoord is.
Ik wil niet werken in dat bedrijf.
een zelfstandig naamwoord
geen zelfstandig naamwoord
Werken moet je voor je plezier doen.
een zelfstandig naamwoord
geen zelfstandig naamwoord
Marius heeft beloofd om mij te helpen.
een zelfstandig naamwoord
geen zelfstandig naamwoord
Verliefd zijn is het mooiste wat er is.
een zelfstandig naamwoord
geen zelfstandig naamwoord
Rond november is het altijd druk met cadeaus.
een zelfstandig naamwoord
geen zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Opdracht
Geef bij de volgende vijf vragen aan of het onderstreepte woord een bijvoeglijk naamwoord is.
Sommige hobby's zijn levensgevaarlijk.
een bijvoeglijk naamwoord
geen bijvoeglijk naamwoord
Een fijne wollen trui houdt je heerlijk warm in de winter.
een bijvoeglijk naamwoord
geen bijvoeglijk naamwoord
Een fijne wollen trui houdt je heerlijk warm in de winter.
een bijvoeglijk naamwoord
geen bijvoeglijk naamwoord
Wat vind jij van Fries suikerbrood.
een bijvoeglijk naamwoord
geen bijvoeglijk naamwoord
Mijn gestoten hoofd doet flink pijn.
een bijvoeglijk naamwoord
geen bijvoeglijk naamwoord