Domein D3

Domein D3
16.1 Bedreigingen van de Nederlandse samenleving
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 33 slides, met tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Domein D3
16.1 Bedreigingen van de Nederlandse samenleving

Slide 1 - Tekstslide

WE WORDEN BEDREIGD!
Er zijn diverse bedreigingen voor de Nederlandse samenleving, die we kunnen indelen in drie categorieën:

  1. Bedreigingen van natuurlijke aard;
  • Veroorzaakt door de natuur (Acts of God)
  • Uitbraak van ziektes en virussen

Kunnen we hier iets tegen doen?

Slide 2 - Tekstslide

WE WORDEN BEDREIGD!
Er zijn diverse bedreigingen voor de Nederlandse samenleving, die we kunnen indelen in drie categorieën:

  1. Bedreigingen van natuurlijke aard;
  2. Bedreigingen van technologische aard;
  • Veroorzaakt door falen technologie of systemen
  • Denk aan: explosies, luchtvervuiling of hacks

Kunnen we hier iets tegen doen?

Slide 3 - Tekstslide

WE WORDEN BEDREIGD!
Er zijn diverse bedreigingen voor de Nederlandse samenleving, die we kunnen indelen in drie categorieën:

  1. Bedreigingen van natuurlijke aard;
  2. Bedreigingen van technologische aard;
  3. Bedreigingen van sociale aard.
  • Altijd veroorzaakt door het gedrag / de keuzes mensen zelf;
  • Wie weet er voorbeelden?

Slide 4 - Tekstslide

RISICOSAMENLEVING
Ulrich Beck: 1986 - Risk society: Towards a new modernity

Traditionele samenleving
  • Iets gebeurde gewoon, Acts of God, het lot
  • Natuurlijke gevaren moesten door menselijk handelen getemd worden

Post-moderne samenleving --> Risicosamenleving
  • Risico's juist door menselijk handelen of nalatigheid veroorzaakt
  • Toekomstgericht: dus verzekeren wij ons tegen risico's (kans op schade)

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Domein D3
16.2 (On)veiligheid als maatschappelijk en politiek vraagstuk

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Domein D3
16.3 Objectieve en subjectieve (on)veiligheid

Slide 10 - Tekstslide

Objectieve veiligheid =
het aantal misdrijven en ongevallen 
Subjectieve veiligheid =
Veiligheidsgevoel; voelt het veilig?

Slide 11 - Tekstslide

VEILIGHEIDSPARADOX
Ondanks dat het in Nederland volgens de criminaliteitscijfers veiliger wordt,


Denken burgers dat de criminaliteit toeneemt


En voelen mensen zich steeds onveiliger.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Domein D3
16.4 Beeldvorming rondom (on)veiligheid

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Domein D3
16.5 Veiligheidsutopie

Slide 17 - Tekstslide

VEILIGHEIDSUTOPIE
Het dilemma van vrijheid versus veiligheid.

Dilemma:
We willen optimale vrijheid kunnen genieten, maar ook dat de negatieve kanten van die vrijheid door de overheid worden aangepakt om de veiligheid van de samenleving te garanderen.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Domein D3
16.6 Verschuivingen in de aard en omvang van criminaliteit

Slide 20 - Tekstslide

Criminaliteit
Criminaliteit is:
menselijk gedrag waarbij andere personen of dieren of het milieu worden uitgebuit of schade toegebracht en dat sociale regels schendt 
en
als het ook door de overheid wettelijk strafbaar is gesteld. 

Slide 21 - Tekstslide

HOE DENKEN WIJ?
Wat voor gedrag als criminaliteit wordt gedefinieerd en strafbaar wordt gesteld kan verschillen tussen
groepen personen, landen en perioden.

Slide 22 - Tekstslide

Verschillen in strafbaarstelling
komen onder andere voort uit verschillen in :
1. de technologische context, bijvoorbeeld digitalisering en informatisering, 

2. de maatschappelijke context, bijvoorbeeld individualisering en globalisering, en opvattingen en normen en waarden van de bevolking. 

3.  de morele opvattingen van de politieke macht 

Slide 23 - Tekstslide

criminaliteit is relatief
Criminaliteit is plaats en tijd-gebonden!!!

De aard en omvang van criminaliteit verschilt per land en perioden

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video

Domein D3
16.7  Met criminaliteit samenhangende sociale en politieke vraagstukken en wetenschappelijke
verklaringen voor criminaliteit

Slide 27 - Tekstslide

Factoren die criminaliteit kunnen bevorderen zijn:
  • minder sociale cohesie – en dus minder maatschappelijke bindingen en minder informele en formele sociale controle in bijvoorbeeld sociale relaties zoals gezin, school en verenigingsleven;
  • meer groepsvorming en integratie in ‘criminele (jeugd)groepen’ – dus groepen waarin acceptatie van crimineel gedrag juist de norm is;
  • meer losse gezagsverhoudingen tussen bevolking en politie 118;
  • meer ongelijkheid - waardoor achtergestelden meer stress ervaren doordat zij relatief weinig kansen in de samenleving ervaren;

Slide 28 - Tekstslide

Bindingstheorie
de bindingstheorie die stelt dat maatschappelijke bindingen remmend werken op criminaliteit. 

Criminaliteit hangt samen met maatschappelijke vraagstukken rondom individualisering of gebrek aan sociale cohesie.
1. jongeren plegen minder criminaliteit als ze sterker geïntegreerd zijn in de samenleving. 

2. de minder sterke integratie van mensen met een niet-westerse migratieachtergrond verklaart dat zij oververtegenwoordigd zijn bij veroordelingen van bepaalde delicten

 3. Veranderingen in gezagsverhoudingen hebben gevolgen voor de bindingen van mensen.

Slide 29 - Tekstslide

De anomietheorie
de anomietheorie 
 Wanneer mensen (te) weinig goederen hebben om van te bestaan, of stress ervaren doordat zij relatief weinig kansen in de samenleving beleven, zullen zij vaker hun toevlucht tot crimineel gedrag zoeken.




.

Slide 30 - Tekstslide

De gelegenheidstheorie
Veranderingen in ‘gelegenheden’ hangen samen met verschillen tussen landen en veranderingen over de tijd in de aard en omvang van criminaliteit: 
de groeiende welvaart  ->meer gelegenheid is tot het plegen van vermogenscriminaliteit.

De gelegenheidstheorie is verwant aan de rationele keuzetheorie. Volgens de rationele keuzetheorie is de keuze tussen alternatieven, zoals het wel of niet plegen van een bepaald misdrijf, het gevolg van een afweging van kosten en baten, waarbij de baten hoger worden geschat.

Slide 31 - Tekstslide

De etikettering theorie (labeling- of stigmatiseringtheorie)
de sociale omgeving drukt het etiket 'crimineel' op bepaalde (afwijkende) gedragingen.

Mensen hebben de neiging zich conform dit etiket te gaan gedragen, een -selffulfilling prophecy-.

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Video