Hulp bij mobiliteit, bewegingsapparaat

Het bewegingsapparaat
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
MBO

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Het bewegingsapparaat

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag te behandelen
Waar bestaat het bewegingsapparaat uit?
Wat zijn de functies van het examenapparaat?

Slide 2 - Tekstslide

Ook wel geraamte genoemd
Bestaat uit 206 botten
Geefst stevigheid en biedt bescherming 
Is een aanhechtingsplaats voor spieren
In de botten worden bloedcellen en bloedplaatjes gevormd
Voorraadplaats voor kalk


SKELET


Slide 3 - Tekstslide

Wat wordt er beschermd door je skelet?

Slide 4 - Open vraag

Kraakbeenweefsel en botweefsel
Kraakbeenweefsel is zacht en buigzaam. Dit zit op plekken waar beweging mogelijk is.
Botweefsel is hard en sterk. Het grootse deel van je skelet bestaat hier uit.

Slide 5 - Tekstslide

Gewrichten
Zorgen ervoor dat beweging mogelijk is. Let op, een gewicht creert geen beweging!
Een gewricht moet kunnen draaien, buigen en gewicht dragen.
Een gewricht moet dus sterk én soepel zijn.

Slide 6 - Tekstslide

Rolgewricht
Scharniergewricht
Kogelgewricht
Zadelgewricht

Slide 7 - Sleepvraag

De bouw van een gewricht
Kijk op bladzijde 281 hoe een gewricht in elkaar zit. 
Lees de informatie en maak de volgende puzzel

Slide 8 - Tekstslide

gewrichtskogel
kraakbeen
gewrichtssmeer
kapselband

Slide 9 - Sleepvraag

Wat is de functie van gewrichtssmeer?
A
Soepel laten lopen van het gewricht
B
Zorgen dat er beweging ontstaat

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de functie van gewrichtskapsels?
A
Samentrekken voor bewegen
B
Stevigheid bieden aan het gewricht

Slide 11 - Quizvraag

Spieren
Een spier zet een beweging in gang. Dit doet hij door korter te worden, wat ook wel samentrekken wordt genoemd.
Spierweefsel is erg sterk en bestaat uit spiercellen en spiervezels. De spier trekt aan een bot waardoor dit veranderd van stand.
De meeste spieren lopen van bot tot bot, maar er zijn ook spieren die nergens aan vast zitten. Deze spieren noemen we kringspieren.

Slide 12 - Tekstslide

Wat zorgt ervoor dat beweging mogelijk is?
A
Spieren
B
Gewrichten
C
Spieren en gewrichten
D
Botten

Slide 13 - Quizvraag

Wat zet een beweging in gang?
A
Spieren
B
Gewrichten
C
Botten

Slide 14 - Quizvraag

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 15 - Open vraag

Je hebt het lang volgehouden, goed gedaan!


Slide 16 - Tekstslide