Insuline - diabetes

Insuline - diabetes
Je kunt de gezondheidstoestand van de zorgvrager observeren.
Je weet welke waardes passend zijn bij de desbetreffende cliënt en signaleert afwijkingen  
Je hebt kunnen oefenen met het toedienen van insuline en het prikken van bloedsuiker
Je hebt je kennis van diabetes weer opgehaald

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
SkillsMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 13 min

Onderdelen in deze les

Insuline - diabetes
Je kunt de gezondheidstoestand van de zorgvrager observeren.
Je weet welke waardes passend zijn bij de desbetreffende cliënt en signaleert afwijkingen  
Je hebt kunnen oefenen met het toedienen van insuline en het prikken van bloedsuiker
Je hebt je kennis van diabetes weer opgehaald

Slide 1 - Tekstslide

energizer
kom allemaal staan
als je denkt dat de minuut voorbij is, ga je zitten

Slide 2 - Tekstslide

Welke belangrijk orgaan produceert insuline
A
Alvleesklier
B
lever
C
milt
D
galblaas

Slide 3 - Quizvraag

Slide 4 - Tekstslide

Hoe werkt het
In het bloed moet een bepaalde hoeveelheid suiker zitten.

Stijgt het bloedsuikergehalte boven de normale waarde, wordt glucose in de vorm van glycogeen opgeslagen in lever en spieren ( door insuline)
Zakt het bloedsuikergehalte, dan wordt glycogeen in lever en spieren omgezet in glucose en afgegeven aan het bloed ( door glucagon) ook gemaakt door alvleesklier


Slide 5 - Tekstslide

Dus...
Insuline: glucose -->omzetting glycogeen
Glucagon: glycogeen --> omzetting glucose
Bij een gezond persoon is het bloedsuikergehalte binnen nauwe grenzen constant: 4.0 - 7.0 mmol/l

Slide 6 - Tekstslide

Wat is diabetes

Diabetes heet ook wel suikerziekte.
De officiële naam is Diabetes Mellitus.
Het is een stoornis in de stofwisseling als gevolg van een absoluut of relatief tekort aan insuline.
Diabetes mellitus is een van de meest voorkomende chronische ziektes in Nederland.




Slide 7 - Tekstslide

Type 1
Diabetes Mellitus type 1 (DM1).
Diabetes type 1 maakt het lichaam zelf helemaal geen insuline meer.
Mensen met DM1 zijn insuline afhankelijk en moeten dagelijks insuline
spuiten.




Slide 8 - Tekstslide

Type 2
Diabetes type 2 kan het lichaam de bloedsuiker niet meer goed regelen.
Doordat er te weinig van het hormoon insuline in het lichaam is.
Het lichaam reageert niet meer goed op insuline.
Mensen met DM2 komen meestal met een dieet of met een dieet in
combinatie met tabletten. In sommige gevallen moet iemand daarnaast ook
insuline erbij gaan spuiten.

Slide 9 - Tekstslide

zwangerschapsdiabetes

Tijdelijke vorm van diabetes die kan ontstaan na de 24e week van de zwangerschap.
Dat gebeurt onder invloed van de hormonen die worden aangemaakt tijdens de zwangerschap. Die hormonen remmen de werking van insuline af.
Tijdens een normale zwangerschap vangt het lichaam dat op door extra insuline aan te maken.
Bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dat niet of niet voldoende waardoor het glucosegehalte in het bloed te hoog wordt. 
Na de bevalling verdwijnt de diabetes meestal binnen 24 uur.
50% kans op het ontwikkelen van diabetes type 2 binnen tien jaar daarna.




Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Type 1 symptomen
Veel dorst en veel plassen
Afvallen zonder dat daar een reden voor is
Ziek en beroerd voelen
Veel honger hebben, of juist helemaal niet
Wazig zien
Misselijk zijn of overgeven
 

Slide 12 - Tekstslide

Type 2
Vaak dorst en veel plassen
Veel moe zijn
Last van ogen, zoals rode en branderige ogen, wazig zien, dubbel zien of slecht zien
Slecht genezende wondjes
Kortademigheid of pijn in de benen bij het lopen
Infecties die vaak terugkomen, zoals blaasontsteking

Slide 13 - Tekstslide

Wat kan je bloedglucose waarde beïnvloeden?
A
eten, drinken
B
bewegen
C
stress, griepje
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Tekstslide

Bij een suiker lager dan 4 mmol/L moet je ingrijpen?
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Video

welke acties zet als vz
in bij een te laag suiker?

Slide 18 - Woordweb

Wat doe je als iemand een
te hoog suikergehalte heeft?

Slide 19 - Woordweb

Prikpennen en vingerprikkers
Met een prikpen of vingerprikker krijg je een druppel bloed om daarmee bloedwaarden te meten. Bijvoorbeeld de bloedglucosewaarde, Hb, CRP of INR.

Slide 20 - Tekstslide

Prikpennen met verschillende mogelijkheden
  • Voor hergebruik.
  • Voor individueel gebruik: gebruik de prikpen voor 1 persoon.
  • Voor professioneel gebruik: het apparaat kan voor verschillende cliënten worden gebruikt. Vervang alle delen die in contact komen met huid en bloed van de cliënt als je het lancet vervangt.
  • Waar je bij elke punctie een nieuw lancet moet plaatsen.
  • Met een lancethouder (cassette) waar je bij elke punctie moet doorklikken naar het volgende lancet in de houder. De lancetten worden weergegeven met cijfers. Het aantal ongebruikte lancetten is zichtbaar. Als de lancettenhouder leeg is, verschijnt er een rode streep.
  • Met of zonder automatisch of handmatig uitwerpmechanisme dat prikaccidenten voorkomt. Gebruik altijd prikpennen met een uitwerpmechanisme.
  • Met prikdiepte-instelling.

Slide 21 - Tekstslide

Vingerprikkers
Er zijn verschillende soorten vingerprikkers.
  • Voor eenmalig gebruik.
  • Met of zonder veiligheidsmechanisme dat prikaccidenten voorkomt. Gebruik altijd vingerprikkers met veiligheidsmechanisme.
  • Met of zonder prikdiepte-instelling.

Slide 22 - Tekstslide

Lancetten
Plaats voor iedere nieuwe punctie een nieuw lancet. Lancetten hebben een siliconenlaagje om het chirurgisch staal heen. Dit zorgt ervoor dat er een mooi rond gaatje in de huid komt, dat snel geneest.

Slide 23 - Tekstslide

Prikdiepte
De meeste prikpennen en vingerprikkers zijn instelbaar op diepte. Een gelijke prikdiepte voor iedere cliënt is niet gewenst. De dikte van de huid (epidermis) kan variëren van 0.3-1.0 mm. Stel de prikpen altijd in op de laagst mogelijke stand. Zo voorkom je onnodige pijn. Leg de prikstand vast in het cliëntendossier.

Over het algemeen is:
  • een lage instelling geschikt voor een zachte of dunne huid
  • een hoge instelling voor een dikke of eeltige huid, of bij koude vingers
  • een instelling daartussenin voor een gemiddelde huid
Het aantal in te stellen prikdieptes kan per pen variëren.

Slide 24 - Tekstslide

Afvoer lancetten en vingerprikkers
  • Voer een volledig gebruikte lancettenhouder met het huisvuil af. Doe dit door hem in zijn geheel, dus met de gebruikte lancetten, in de afvalbak te gooien.
  • Bij gebruik van een prikpen: houd de pen boven de naaldenbeker en laat het gebruikte lancet met het uitwerpmechanisme in de naaldenbeker vallen.
  • Gooi de vingerprikker voor eenmalig gebruik na de vingerprik in zijn geheel weg in de naaldenbeker.

Slide 25 - Tekstslide

Aan de slag
Demo bloedsuiker prikken volgens Vilans
Demo injecteren insuline volgens Vilans
Zelfstandig oefenen in subgroepen

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Link