Herhaling argumentatiestructuren

Basissstructuren voor argumentatie 

Doel:
*Je (her)kent de basisschema's
voor argumentatie.
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Basissstructuren voor argumentatie 

Doel:
*Je (her)kent de basisschema's
voor argumentatie.

Slide 1 - Tekstslide

Een argument is altijd een feit.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quizvraag

Drie vormen van argumentatie
  1. Enkelvoudige argumentatie
  2. Meervoudige argumentatie
    (onafhankelijke nevenschikkende argumentatie)
  3. Onderschikkende argumentatie

Slide 3 - Tekstslide

Bij enkelvoudige argumentatie onderbouw je je standpunt met één argument.

Slide 4 - Tekstslide

Bij nevenschikkende argumentatie, gebruik je meer dan één argument. Ieder argument is extra en staat los van de andere argumenten. Meervoudige argumentatie is de sterkste argumentatiestructuur.

Slide 5 - Tekstslide

Bij onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een ander argument. Dit andere argument noem je het subargument.

Slide 6 - Tekstslide

Deze argumentatieschema's kun je natuurlijk ook combineren.
mening
argument
subargument
argument
subargument
subargument

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Een onderschikkende argumentatie bestaat altijd maar uit één argument bij het standpunt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

OSG De Hogeberg is een goede school. De leerlingen halen goede cijfers.
A
enkelvoudige argumentatie
B
nevenschikkende argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 10 - Quizvraag

Hij is geschikt voor deze baan als manager, want hij heeft al vijf jaar werkervaring. Hij werkte hiervoor immers in dezelfde functie bij een Cinema Opera.
A
enkelvoudige argumentatie
B
nevenschikkende argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 11 - Quizvraag

OSG De Hogeberg is een goede school. Het zit in een mooi gebouw en de leerlingen halen goede cijfers.
A
enkelvoudige argumentatie
B
nevenschikkende argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 12 - Quizvraag

De spelling moet worden vereenvoudigd. De meeste Nederlanders blijven fouten maken. Kijk maar naar de spelfouten in tijdschriften en kranten.
A
enkelvoudige argumentatie
B
nevenschikkende argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 13 - Quizvraag

OSG De Hogeberg is een goede school. In de onderbouw leren leerling hoe zij moeten leren en in de bovenbouw presteren zij daardoor beter.
A
enkelvoudige argumentatie
B
meervoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 14 - Quizvraag

Argumentatieschema

Politici zijn niet te vertrouwen: ze hebben immers allemaal hun eigen belangen voorop staan. Ik ga
dan ook niet meer stemmen bij de volgende verkiezingen. Bovendien ben ik dan op wereldreis.

Slide 15 - Tekstslide

Standpunt
Argument 1
Argument 2
Subargument
Ik ben op wereldreis.
Ze hebben allemaal hun eigen belangen voorop staan.
Politici zijn niet te vertrouwen.
Ik ga niet meer stemmen.

Slide 16 - Sleepvraag

Dit is een ...... ?
A
enkelvoudige argumentatie.
B
Nevenschikkende argumentatie.
C
onderschikkende argumentatie.
D
combinatie van nevenschikkende en onderschikkende argumentatie.

Slide 17 - Quizvraag