Herhaling thema 9

Herhaling thema 9
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Herhaling thema 9

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Energierijke stoffen
Energierijke stoffen zijn afkomstig van organismen

Een plant maakt glucose door fotosynthese.

Glucose is een energierijke stof. Andere voorbeelden van energierijke stoffen zijn koolhydraten, eiwitten en vetten. 

In energierijke stoffen zit energie.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies







Uit glucose ontstaan andere energierijke stoffen.
Assimilatie = de opbouw van energierijke stoffen uit andere stoffen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geslachtelijke/ongeslachtelijke voortplanting bij planten
Ongeslachtelijke voortplanting (nieuwe plant ontstaat uit huidige plant)

Als je iets leest als:
bollen
knollen
uitloper
wortelstok   
 ..... dan is het ongeslachtelijke voortplanting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stekken: een stuk van een stengel of blad laten uitgroeien tot plant
Knol: een verdikte stengel of wortel die veel reservestoffen bevat. 


Bol: Bolschijf met rokken. De knoppen tussen de rokken opnieuw planten

Enten: deel van de plant (ent) wordt op een andere plant geplaatst (onderstam, hierdoor groeien de vaatbundels aan elkaar.


Uitlopers/ wortelsokken: stengels die horizontaal groeien, hier komt een nieuwe plant uit

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Irritatie factortje
Op groene bladeren vind je soms bladluizen.
De bladluizen zuigen water met suikers uit de vaatbundels.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uit welke vaten halen bladluizen hun voedsel? Houtvaten of Bastvaten? Leg uit.

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bastvaten en houtvaten

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groei
Groei (groter/zwaarder) door mitose (celdeling)

Lengtegroei 
- in groeipunten, worteluiteinden/top plant 
- door celstrekking (grote vacuole)
Diktegroei:
Lengtegroei in groeipunten, worteluiteinden/top van de plant, door celstrekking

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 lengtegroei
In de uiteinden van de stengel en wortels liggen de groeipunten

Slide 12 - Tekstslide

Het groeipunt in de wortels ligt niet helemaal in de uiterste punt, er ligt nog een stukje weefsel voor dat het meristeem beschermt tegen afslijten in de grond. Dit stukje weefsel (de "Root cap") noemen we het wortelmutsje.
Water + Koolstofdioxide + Energie        Glucose + Zuurstof
Glucose + Zuurstof        Water + Koolstofdioxide + Energie
Mens/dier
Plant

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zuurstof en koolstofdioxide
De lucht die je inademt, bevat veel zuurstof. In de longblaasjes gaat zuurstof uit de lucht naar het bloed. Het bloed vervoert de zuurstof naar de cellen. In de cellen wordt de zuurstof gebruikt voor de verbranding.

Bij de verbranding in de cellen ontstaat koolstofdioxide. De koolstofdioxide geeft af aan het bloed. Het bloed vervoert het koolstofdioxide naar de longen. Daar wordt het koolstofdioxide uit de longhaarvaten afgegeven aan de lucht in de longblaasjes. Daarna adem je de lucht uit. Zo wordt koolstofdioxide afgevoerd uit je lichaam. Ook het water.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Q =            R =        S=

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Insectenbloemen       en               Windbloemen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Windbloem of insectenbloem

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LET OP!
Stuifmeelkorrels verspreid door wind = Windbloemen
Zaden verspreid door wind =/= Windbloemen

Het soort bloem (windbloem of insectenbloem) is bepaald door hoe de stuifmeelkorrels verspreid worden

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zaadverspreiding
Zaadverspreiding kan op verschillende manieren:
  • Door de wind (bijv. paardenbloem/esdoorn)
  • Door dieren (bijv. vruchten/plakkerig zaad)
  • Door de plant zelf (bijv. groot springzaad)

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verspreiding door de plant zelf:
Planten schieten of slingeren zaden weg.
De vruchten springen dan een keer open.
Door de kracht slingeren ze weg.
Voorbeelden van planten: de erwt, boon, brem en springzaad.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verspreiding van zaden
(Wind)
- De wind

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verspreiding van zaden door dieren

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Houtachtige of kruidachtige planten
- Houtachtige planten (bomen en struiken): bevatten veel hout voor stevigheid

- Kruidachtige planten (zoals een tulp): geen hout, maar water zorgt voor stevigheid

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Levenscyclus
  • Eenjarige planten: planten die  1 jaar leven. 

  • Tweejarige planten: zoals het voorbeeld hiernaast. Vormt in het tweede jaar pas zaden! 

  • Vaste  planten: bloeien meerdere jaren 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke plant slaat geen reservevoedsel op onder de grond?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan van zaden
  1. Stuifmeelkorrel maakt stuifmeelbuis door de stijl
  2. Celkern stuifmeelkorrel zakt door stuifmeelbuis
  3. Celkern stuifmeelkorrel en celkern eicel smelten samen
  4. Eicel groeit uit tot zaadje
  5. Vruchtbeginsel groeit uit tot vrucht & zaadbeginsel groeit uit tot zaden (pit)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Appels, kersen, tomaten en peulen zijn vruchten. 
  • Bonen, erwten en de pitten in vruchten zijn zaden. 
  • voor elk zaad is de kern van een eicel in een zaadbeginsel versmolten met de kern van een stuifmeelkorrel.
  • LET OP:Voor ieder zaad heb je dus een apart zaadbeginsel en een aparte stuifmeelkorrel => dus een aparte bevruchting nodig!

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wortelstelsel
Wortelstelsel (orgaanstelsel) = de wortels van een plant samen.
Functies wortelstelsel:
  • Water en mineralen opnemen.
  • Plant stevig vastzetten.
  • Reservestoffen opslaan.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpassingen aan een vochtige omgeving

Grote dunne bladeren
Veel huidmondjes
Dun waslaagje
Klein en minder stevig
wortelstelsel

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpassingen bij planten
Planten die in een droge omgeving leven, hebben kleine, dikke bladeren.

Deze planten hebben een groot wortelstelsel 
om snel water op te kunnen nemen.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ringwond
bastvaten zijn onderbroken
er kunnen geen organische stoffen meer naar de wortels
worteldruk neemt langzaam af
wortels sterven

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huidmondjes

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Huidmondjes
gesloten
open
open

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huidmondjes 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diagnostische toets niet af..
- Jasper
- Emir
- Esmee
- Joris
- Rowan

- Julian en Mark nog niet toegevoegd aan de klas.. 


Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies