Hoofdstuk 7
Verhoudingsvraagstuk: maatschappelijke verschillen
Hoofdstuk 7
Verhoudingsvraagstuk: maatschappelijke verschillen
Deze slide heeft geen instructies
Noem een voorbeeld van sociale ongelijkheid
Noem een voorbeeld van sociale ongelijkheid
Benadruk dat sociale ongelijkheid niet alleen over ongelijke verdeling van middelen gaat, maar ook om lichamelijke ongelijkheid of ongelijkheid vanwege discriminatie.
Sociale ongelijkheid gaat niet alleen over ongelijke verdeling van middelen, maar ook om lichamelijke ongelijkheid of ongelijkheid vanwege discriminatie.
Wat heb ik het vorige hoofdstuk geleerd?
Vorig hoofdstuk leerde ik...
wat politics, polity en policy zijn.
wat representativiteit en representatie inhoudt.
wat de functie van politieke partijen is.
welke spelers invloed hebben op het politieke beleid.
de drie modellen van politieke besluitvorming.
Deze slide heeft geen instructies
Wat leer ik dit hoofdstuk?
Ik weet wat het hoofdconcept verhouding en het kernconcept sociale ongelijkheid inhouden.
Ik weet wat sociale stratificatie, sociale mobiliteit en de onderklasse zijn.
Ik ken de gevolgen van sociale ongelijkheid.
Ik weet hoe sociale ongelijkheid wordt bestreden.
Ik weet hoe de ontwikkelingen in de 21e eeuw leiden tot veranderende verhoudingen.
Leerdoelen
Deze slide heeft geen instructies
§7.1 Sociale ongelijkheid en verhouding
Pagina 139
Verhouding
Verwijst naar de de wijze waarop mensen zich van elkaar onderscheiden en tot elkaar verhouden en de manier waarop samenlevingen in sociale zin vormgeven aan deze verschillen. Het verwijst ook naar onderlinge betrekkingen tussen staten.
Deze slide heeft geen instructies
Welke beroepen worden meer en welke beroepen worden minder gewaardeerd?
Bespreek met de leerlingen welke beroepen meer en welke minder gewaardeerd worden. Heeft dit te maken met inkomen of status?
Deze slide heeft geen instructies
Sociale ongelijkheid
Een situatie waarin verschillen tussen mensen, in al dan niet aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.
Deze slide heeft geen instructies
Voorbeeld van sociale ongelijkheid op basis van etniciteit. Als docent zou je naar aanleiding van deze video kunnen bespreken hoe leerlingen te maken hebben gehad met discriminatie of dat ze zich bewust zijn van hun 'white privilege'.
De volgende video zou gebruikt kunnen worden om aan te tonen wat 'white privilege' inhoudt.
Deze slide heeft geen instructies
Van welke soort ongelijke verdeling is er sprake in de video?
Van welke soort ongelijke verdeling is er
sprake in de video?
Economische hulpbronnen
Sociale hulpbronnen
Symbolische hulpbronnen
Politieke hulpbronnen
Deze slide heeft geen instructies
Sociale ongelijkheid in Nederland
Opleidingsniveau is een belangrijke factor voor het verklaren van sociale ongelijkheid in Nederland. Mensen met een hoger opleidingsniveau ontvangen vaak meer macht, bezit en status.
De sociale ongelijkheid neemt de afgelopen decennia toe.
Deze slide heeft geen instructies
Sociale ongelijkheid en conflict
Zodra delen van de samenleving de sociale betekenis die aan een verschil wordt toegekend niet meer accepteren en willen veranderen, neemt de legitimiteit van de machthebbers of de systemen die ongelijkheid veroorzaken af.
Daardoor daalt het gezag en ontstaat conflict
Deze slide heeft geen instructies
Een voorbeeld van conflict naar aanleiding van sociale ongelijkheid zijn de opstanden op het Tahrirplein in Egypte in 2011 tijdens de Arabische Lente. De hele documentaire 'The Square' is eventueel te bekijken op Netflix.
Noem een voorbeeld waarbij sociale ongelijkheid heeft geleid tot conflict.
Noem een voorbeeld waarbij sociale ongelijkheid heeft geleid tot conflict.
Voorbeelden zijn o.a. de Russische Revolutie, de Occupybeweging en de Gele Hesjes.
§7.2 Sociale stratificatie, sociale mobiliteit en de onderklasse
Pagina 142
Hoe noemen we de indeling van sociale lagen, waartussen ongelijkheid bestaat?
Hoe noemen we de indeling van sociale lagen, waartussen ongelijkheid bestaat?
Maatschappelijke ladder
Klassensamenleving
Gesloten samenleving
Sociale stratificatie
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Sociale stratificatie
In Nederland wordt sociale stratificatie vaak beschreven op basis van bezit en inkomenssituatie, macht, status en opleiding hebben daar natuurlijk ook mee te maken.
In India is er sprake van een kastenstelsel. Mensen behoren tot een sociale laag op basis van hun afkomst (pagina 142/143).
Open- en gesloten samenlevingen
Sociale mobiliteit is de mogelijkheid om te stijgen of te dalen op de maatschappelijke ladder:
Weinig mogelijkheden hiervoor noemen we een gesloten samenleving, veel mogelijkheden hiervoor noemen we een open samenleving.
De overheid probeert een open samenleving te bevorderen.
Benadruk hier dat India een gesloten samenleving is en Nederland een open samenleving.
Hoe kan de overheid een open samenleving bevorderen?
Hoe kan de overheid een open samenleving bevorderen?
Voorbeelden zijn: goed en betaalbaar onderwijs, toegankelijke zorg en voldoende werkgelegenheid. Maar ook de invoering van een vrouwenquotum is een voorbeeld.
Standen- en klassensamenleving
Samenleving gebaseerd op economische middelen, indeling van arbeiders en kapitaalbezitters.
Weinig mogelijkheid tot sociale mobiliteit.
Standensamenleving
Klassensamenleving
Iemands positie als adel of horige stond bij de geboorte vast.
Gesloten samenleving
Industrialisatie
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Positietoewijzing
Maatschappelijke oorzaken van buitenaf zijn van invloed op iemands positie in de maatschappij.
Het verkrijgen van maatschappelijke positie door de eigen bijdrage van een persoon of een groep waartoe hij behoort.
Bijvoorbeeld: kwaliteit van onderwijs
Positieverwerving
Bijvoorbeeld: inzet op school
In India is vooral sprake van positietoewijzing en weinig positieverwerving. Dit zie je bijvoorbeeld terug in de invoering van quota die ervoor zorgen dat mensen uit verschillende kasten in overheidsdienst kunnen werken.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Gaat het in dit fragment over positietoewijzing of positieverwerving?
Gaat het in dit fragment over positietoewijzing of positieverwerving?
Positieverwerving
Positietoewijzing
Geen van beide
Het antwoord is positietoewijzing, omdat het advies van Yunuscan te maken heeft met zijn taalvaardigheid. Deze is niet genoeg voor havo, omdat hij een basistaalvaardigheid heeft gemist in zijn opvoeding. Het gaat daarbij niet om zijn eigen bijdrage, maar om iets waar hij zelf niets aan heeft kunnen doen: de plek waar zijn wieg staat is van invloed geweest op de manier van (talige) socialisatie.
Kapitaal en positieverwerving
Kapitaal kan een middel zijn om een betere maatschappelijke positie te verwerven.
Er zijn 3 soorten kapitaal:
1. Economisch: bezit of inkomen
2. Sociaal: connecties, netwerken, mate van respect.
3. Cultureel: culturele competenties zoals kennis, houdingen, opvattingen en smaak die kenmerkend zijn voor hoge posities.
Deze slide heeft geen instructies
Hoe kan sociaal kapitaal bijdragen aan positieverwerving?
Hoe kan sociaal kapitaal bijdragen aan positieverwerving?
Antwoord: Sociaal kapitaal verwijst naar een sociaal netwerk en sociale vaardigheden. Beide kunnen het makkelijker maken om bijvoorbeeld (via je netwerk) een baan of een stage te bemachtigen.
Sander en de kloof
Bekijk met de leerlingen aflevering 3 van het programma Sander en de Kloof: 'Kansen zijn te koop': https://www.npostart.nl/sander-en-de-kloof/03-02-2022/VPWON_1317001
Deze aflevering laat zien hoe economisch kapitaal van invloed is op de kansen die je in de samenleving krijgt. De hele aflevering is relevant, omdat het de tegenstrijdigheid van de boven- en de onderklasse laat zien, maar mocht daar geen tijd voor zijn, zou het fragment van 0:00-5:32 ook voldoende zijn.
Om welk soort kapitaal gaat het in de aflevering?
Om welk soort kapitaal gaat het in de aflevering?
Sociaal kapitaal
Cultureel kapitaal
Economisch kapitaal
Deze slide heeft geen instructies
Sociale uitsluiting
Er is sprake van sociale uitsluiting bij meer dan een van de volgende bestanddelen:
Beperkte sociale en politieke participatie, beperkte normatieve integratie, niet goed kunnen voorzien in elementaire levensbehoeften, geringe toegang tot sociale grondrechten.
Deze slide heeft geen instructies
Benadruk dat armoede kan zorgen voor sociale stratificatie.
Ook is armoede een relatief begrip. In Nederland heeft armoede een andere betekenis heeft dan bijvoorbeeld in India.
§7.3 De gevolgen van sociale ongelijkheid
Pagina 147
Gevolgen van sociale ongelijkheid
Op micro- en meso niveau komt dit terug in:
onderwijs, cultuur en vrijetijdsbesteding, politiek en gezondheid.
Gevolgen van sociale ongelijkheid zijn zichtbaar op micro-, meso- en macroniveau:
Deze slide heeft geen instructies
Onderwijs
Mate van cultureel kapitaal
Verschillende behandeling en communicatie met leraren
Referentiekader wat betreft onderwijs
Kinderen van hoogopgeleide ouders presteren vaak beter dan kinderen van laagopgeleide ouders door:
Deze slide heeft geen instructies
Passen de vrijetijdsbestedingen eerder bij de elitecultuur of bij de massacultuur?
Massacultuur
Elitecultuur
Deze slide heeft geen instructies
Cultuur en vrije tijd
Elitecultuur: museum, theater, klassieke muziek
Massacultuur: actiefilms, volksmuziek
Er zijn verschillen in vrijetijdsbesteding tussen hoog- en laagopgeleiden:
Deze slide heeft geen instructies
Stelling: 'Mensen met een lagere opleiding participeren meer in de politiek dan mensen met een hogere opleiding.'
Eens
Oneens
Stelling: 'Mensen met een lagere opleiding participeren meer in de politiek dan mensen met een hogere opleiding.'
Deze slide heeft geen instructies
De politiek
Verschillen in maatschappelijke positie leiden tot verschillen in deelname aan de politiek.
Er zijn 2 soorten politieke participatie:
1. Electorale politieke participatie: alles wat te maken heeft met verkiezingen.
2. Niet-electorale politieke participatie: invloed uitoefenen via andere wegen dan verkiezingen.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Om welk soort politieke participatie gaat het in dit fragment?
Om welk soort politieke participatie gaat het in dit fragment?
Electorale politieke particpatie
Niet-electorale politieke participatie
Deze slide heeft geen instructies
Gezondheid
Verschillen in klasse en opleidingsniveau leiden tot verschillen in levensverwachting. Dit heeft te maken met:
Kennis
Levensstijl
Gedrag
Communicatievaardigheden
Deze slide heeft geen instructies
Samenvattende video
Deze slide heeft geen instructies
Welke termen zouden volgens jou hoog- en laagopgeleid kunnen vervangen?
Welke termen zouden volgens jou hoog- en laagopgeleid kunnen vervangen?
Deze slide heeft geen instructies
Conflicten
Maatschappelijke verschillen kunnen leiden tot sociale ongelijkheid en uiteindelijk tot conflict. Bijvoorbeeld:
Gender
Generaties
Klasse
Etniciteit
Regio
Deze slide heeft geen instructies
Voorbeeld van regio verschillen tussen de (stedelijke) beleidsmakers en de boeren die daar de gevolgen van ondervinden.
Harmoniemodel
Conflictmodel
Overeenstemming bereiken door middel van overleg.
Beïnvloeding van de media (media-offensief) of door middel van betogingen en stakingen
Omgaan met conflicten
Benadruk dat de manier waarop mensen omgaan met conflicten afhankelijk is van de cultuur in een samenleving.
Gevolgen van conflicten
Deze slide heeft geen instructies
Noem een voorbeeld waarbij een politiek conflict tot maatschappelijke verandering heeft geleid.
Noem een voorbeeld waarbij een conflict tot maatschappelijke verandering heeft geleid.
Bijvoorbeeld: de invoering van roetveegpiet
§7.4 Overheidsbeleid en sociale ongelijkheid
Pagina 152
Hoe kan sociale ongelijkheid bestreden worden?
Hoe kan sociale ongelijkheid bestreden worden?
Deze slide heeft geen instructies
Ideologieën en ongelijkheid
Socialisme en sociaaldemocratie
Liberalisme
Confessionalisme
De overheid heeft de taak om sociale ongelijkheid tegen te gaan.
De overheid vertrouwt op de vrije markt en is voor dereguleren, privatisering en denivellering.
Gespreide verantwoordelijk-heid voor de overheid, bedrijven en het maatschappelijk middenveld.
Deze slide heeft geen instructies
Overheidsinstrumenten
De overheid heeft verschillende instrumenten om sociale ongelijkheid te beïnvloeden:
Sociale zekerheidsbeleid
Actief arbeidsmarktbeleid
Inkomensverdelingsbeleid
Onderwijsbeleid
Wijkgericht achterstandsbeleid
Emancipatiebeleid
Deze slide heeft geen instructies
Introductie van emancipatiebeleid
Glazen plafond
Een onzichtbare barrière waardoor vrouwen maar beperkt kunnen klimmen op de maatschappelijke ladder. Hierdoor is het voor vrouwen lastiger om hogere posities te bereiken.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Stelling: 'Ik ben voor het invoeren van een vrouwenquotum'
Eens
Oneens
Stelling: 'Ik ben voor het invoeren van een vrouwenquotum'
Deze slide heeft geen instructies
Sleep het beleid naar het juiste instrument.
Sociale zekerheidsbeleid
Onderwijsbeleid
Inkomens-
verdelingsbeleid
Actief arbeidsmarktbeleid
Wijkgericht achterstands-beleid
Emancipatiebeleid
Werkloosheid-uitkering (WW)
Subsidiëren van taalscholen voor mensen met een taalachterstand
Het Nederlandse belastinglandschap aantrekkelijk maken voor bedrijven.
Deze slide heeft geen instructies
Leg uit dat er voor de overheid sprake is van een dilemma: de belasting voor grote bedrijven verhogen is een manier om de sociale ongelijkheid te bestrijden, maar tegelijkertijd kan het ook zijn dat bedrijven besluiten om naar het buitenland te verhuizen. Dit is slecht voor de werkgelegenheid.
Effecten van overheidsinstrumenten
Minder sociale ongelijkheid
Minder beloningsongelijkheid
Minder kansenongelijkheid tussen groepen
Hoge uitgaven voor de overheid: hoge belastingen kunnen zorgen voor een verslechterde concurrentiepositie en werkgelegenheid
Weinig prikkels om te werken
Minder doelmatige inzet van middelen
Deze slide heeft geen instructies
§7.5 Ontwikkelingen in de 21e eeuw
Pagina 157
Ontwikkelingen in de 21 eeuw
Ontwikkelingen kunnen leiden tot veranderende verhoudingen:
Europeanisering en globalisering
Veranderende man-vrouw verhoudingen
Stijging opleidingsniveau
Ontwikkeling naar de postindustriële samenleving
De digitale kloof
Deze slide heeft geen instructies
Europeanisering en globalising
Contacten en afhankelijkheden van andere landen nemen toe (bv. vrije verkeer in EU).
Bedrijven soms naar lagelonenlanden
--> werkgelegenheid onderaan sociale ladder in NL
Rijkdom/kansen trekt migranten aan.
Deze slide heeft geen instructies
Voorbeeld van hoe we steeds politiek en financieel afhankelijker worden van andere landen wanneer het gaat om aardgas.
Leg uit hoe de afhankelijkheid van andere landen als het gaat om aardgas van invloed kan zijn op de verhoudingen in Nederland.
Leg uit hoe de afhankelijkheid van andere landen als het gaat om aardgas van invloed kan zijn op de verhoudingen in Nederland.
Deze slide heeft geen instructies
Antwoord: de afhankelijkheid van gas leidt tot stijgende energierekeningen, wat niet voor iedereen betaalbaar is. Dit leidt uiteindelijk dus ook tot veranderende verhoudingen in Nederland.
Man-vrouw verhoudingen
Verhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn gelijker geworden, in samenleving en in het gezin.
Toch wel sprake van sociale ongelijkheid
Deze slide heeft geen instructies
Welke factoren zouden de loonkloof tussen mannen en vrouwen kunnen verklaren?
Welke factoren zouden de loonkloof tussen mannen en vrouwen kunnen verklaren?
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: het moederschap, parttime werken. Meer verklarende factoren worden in de volgende video gegeven.
Antwoord op de vraag
Stijging van het opleidingsniveau
Steeds meer mensen hoger opleidingsniveau.
Dit leidt tot diploma-inflatie:
-->zelfde diploma vroeger meer waard dan nu
--> meer/hogere diploma's nodig voor goede baan.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Postindustriële samenleving
Kennis, status en diensten worden steeds meer gewaardeerd dan goederen, bezit en de industrie.
Deze slide heeft geen instructies
De digitale kloof
Door toenemende digitalisering, robotisering en informatisering -> ongelijkheid op digitaal vlak.
Robotisering, informatisering en digitalisering zijn vooral nuttig voor mensen met bezit, waardoor de kloof tussen arm en rijk verder vergroot wordt.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Wat heb je geleerd deze les?
Deze slide heeft geen instructies
Wat vind je nog lastig?
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Volgende les: Veiligheid en criminaliteit
Ik weet ...
wat het hoofdconcept verhouding en het kernconcept sociale ongelijkheid inhouden
wat sociale stratificatie, sociale mobiliteit en de onderklasse zijn
wat de gevolgen van sociale ongelijkheid zijn
hoe sociale ongelijkheid wordt bestreden
hoe de ontwikkelingen in de 21e eeuw leiden tot veranderende verhoudingen.
Deze slide heeft geen instructies
Einde van hoofdstuk 8
Verhoudingsvraagstuk: maatschappelijke verschillen
Deze slide heeft geen instructies