Taal Compleet 3.9

Taal Compleet 3.9

Learning objective

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTaalISK

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Taal Compleet 3.9

Learning objective

organiseren

Betekenis: iets plannen en regelen.

Woordsoort: werkwoord

Voorbeeldzin: Wij organiseren volgende week een schoolfeest.


het uitje

Betekenis: een leuke activiteit buitenshuis, vaak met een groep.

Woordsoort: zelfstandig naamwoord

Meervoud: de uitjes

Voorbeeldzin: Het schooluitje was erg gezellig.

het voorstel

Betekenis: een idee of plan dat iemand aan anderen vertelt.

Woordsoort: zelfstandig naamwoord

Meervoud: de voorstellen

Voorbeeldzin: Iedereen vond haar voorstel een goed idee.

varen

Betekenis: met een boot over het water reizen.

Woordsoort: werkwoord

Voorbeeldzin: In de zomer varen we vaak op het meer.

de mening

Betekenis: wat iemand denkt of vindt van iets.

Woordsoort: zelfstandig naamwoord

Meervoud: de meningen

Voorbeeldzin: Iedereen mag zijn eigen mening hebben.

klinkt (van klinken)

Betekenis: hoe iets gehoord wordt; hoe een geluid overkomt.

Woordsoort: werkwoord (tegenwoordige tijd van klinken)

Voorbeeldzin: Dat klinkt als een goed plan.

saai

Betekenis: niet interessant of niet leuk.

Woordsoort: bijvoeglijk naamwoord

Voorbeeldzin: Ik vond de film een beetje saai.

de leerling

Betekenis: iemand die leert op school.

Woordsoort: zelfstandig naamwoord

Meervoud: de leerlingen

Voorbeeldzin: De leerling maakt zijn huiswerk

bedenken

Betekenis: een idee maken of ergens over nadenken.

Woordsoort: werkwoord

Voorbeeldzin: Kun jij een leuke activiteit bedenken?


het thema

Betekenis: het hoofdonderwerp van iets.

Woordsoort: zelfstandig naamwoord

Meervoud: de thema's

Voorbeeldzin: Het thema van de les is gezondheid.

de oorlog

Betekenis: een gewapende strijd tussen landen of groepen.

Woordsoort: zelfstandig naamwoord

Meervoud: de oorlogen

Voorbeeldzin: In de geschiedenisles leerden we over de oorlog.

afspreken

Betekenis: samen bepalen wanneer of waar je elkaar ontmoet.

Woordsoort: werkwoord

Voorbeeldzin: We spreken morgen om drie uur af.

het plan


Betekenis: een idee over wat je gaat doen.

Woordsoort: zelfstandig naamwoord

Meervoud: de plannen

Voorbeeldzin: We maken een plan voor de vakantie.

het Uitje

Iets leuks doen uit (buiten) huis.

Bijv: uiteten, shoppen, museum, pretpark


Voorbeeldzin:


Deze woensdag hebben wij een uitje georganiseerd.



Oorlog

Twee (of meer landen) die tegen elkaar vechten.

Twee legers die tegen elkaar vechten.


De oorlog.


Voorbeeldzin:

De tweede wereldoorlog begon in 1939.

Varen

Rijden op een boot

Mening

Wat jij denkt/vindt over een onderwerp.

Vind jij het mooi?Slecht?goed?leuk?stom? etc.