A3_vt zwakke werkwoorden

Haben, sein, werden 
zwakke werkwoorden
en de verleden tijd
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Haben, sein, werden 
zwakke werkwoorden
en de verleden tijd

Slide 1 - Tekstslide

Zwakke werkwoorden
...zijn regelmatig (geen klinkerverandering in de verleden tijd)
... hebben een vaste stam
...hebben vaste uitgangen

Er bestaat ook een handig ezelsbruggetje voor. 

Slide 2 - Tekstslide

Je leerde de volgende rij voor de tegenwoordige tijd
ich
du
er/sie/es/man

wir
ihr
sie/Sie
stam + e
stam + st
stam + t

stam + en
stam + t
stam + en

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Sleep de uitgangen naar de juiste plek
ich
du
er/sie/es/man

wir 
ihr
sie/Sie
spiel
spiel
spiel

spiel
spiel
spiel
-te
-test
-te
-ten
-ten
-tet

Slide 5 - Sleepvraag

Er ..... bis 1789 Musik an der Universität Bonn. (studeerde)
A
studiert
B
studierte
C
studiertet
D
studieret

Slide 6 - Quizvraag

Verleden tijd: machen

Es ....... richtig Spaß, das Lied zu singen.
A
macht
B
machte
C
machtet
D
machst

Slide 7 - Quizvraag

Verleden tijd: lachen
Mein Freund ...... über einen Witz.

Slide 8 - Open vraag

Verleden tijd: weinen
Du ...., weil du dein Handy verloren hattest?

Slide 9 - Open vraag

En bij deze?
Ich ___________ (warten) eine Stunde lang auf den Bus.

Slide 10 - Open vraag

Bijzonderheden........
Als de stam eindigt op -d of -t     
dan beginnen alle uitgangen automatisch met een 'e'


Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Verleden tijd
Sleep de uitgangen naar de juiste plek
ich
du
er/sie/es/man

wir 
ihr
sie/Sie
red
red
red

red
red
red
-ete
-etest
-ete
-eten
-eten
-etet

Slide 13 - Sleepvraag

Wat is de correcte verleden tijds vorm?
> er [arbeiten]
A
arbeitet
B
arbeitete
C
arbeitetet
D
arbeite

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de correcte verleden tijds vorm?
> ihr [baden]
A
bade
B
badet
C
badete
D
badetet

Slide 15 - Quizvraag

voltooid deelwoord
ich habe gemacht
ge - stam - t

ich habe geredet
ge - stam - et

Slide 16 - Tekstslide