Kiezen en kopen

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kiezen en kopen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen:

  • We leren wat kiezen betekent.
  • We leren wat prioriteiten zijn.
  • We leren wat kopen en ruilen is.
  • We leren dat je fysiek en online spullen kunt kopen.
  • We leren hoe je veilig online kunt kopen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Theorie
Opdrachten
Verwerking
Afsluiting
In de inleiding introduceren we het onderwerp en bekijken we wat jij hier al over weet.
Bij theorie slides krijg je informatie over het onderwerp door tekst, plaatjes, audio en video.
Bij opdrachten testen we je kennis.
We sluiten de les af en blikken terug.
Tijdens de verwerking maak je een opdracht om te controleren of je de les goed hebt begrepen.
Waar
ben ik?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kiezen en kopen

Het liefst zou je alles wat je wilt direct kopen. Maar dan moet je oneindig veel geld hebben en de kans is groot dat je dat niet hebt. Daarom koop je alleen wat je echt nodig hebt en wat je echt graag wilt.

In deze les leren we je meer over keuzes maken en fysiek en online kopen.
Waar
ben ik?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Welke van de drie wil je het liefst kopen?

Slide 8 - Poll

Deze slide heeft geen instructies


Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Welke van de drie wil je het liefst kopen?

Slide 9 - Poll

Deze slide heeft geen instructies


Deze les hebben we geleerd wat gezondheid is. Volgende keer aan we het hebben over een gezonde leefstijl
Welke van de drie wil je het liefst kopen?

Slide 10 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

In de vorige 3 slides kreeg je telkens 3 mogelijkheden. Wat heeft dit met kiezen en kopen te maken?
Kiezen en kopen

Slide 11 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat heeft voorrang?
Het liefst zou je alles kunnen kopen wat je maar zou willen. Maar heb je daarvoor genoeg geld? 

Het antwoord hierop is waarschijnlijk: Nee...

Daarom moet je keuzes maken. Wat koop je wel en wat koop je niet? 

Je koopt dan uiteindelijk iets wat je echt nodig hebt en het liefst wilt. Dat noemen we prioriteiten stellen.

Prioriteit = voorrang 


Theorie 1
1





2
3





4
Dringend
Niet dringend
Belangrijk
Niet belangrijk

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Welke prioriteiten heb jij bij het kopen van spullen? Schrijf de vijf belangrijkste dingen op die je koopt.

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Stel dat je komende maand 20,- krijgt. Waar zou je dit dan aan uitgeven? Kun je ook uitleggen waarom dat voor jou belangrijk is?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Kopen
Als je op een gegeven moment een keuze hebt gemaakt dan ga je een product kopen. 

Kopen betekent dat jij een product of een dienst krijgt. In ruil daarvoor geef je geld. 
Jij krijgt schoenen. Jij betaalt de schoenenwinkel 50 euro.

Als je een product hebt gekocht heb je vaak de mogelijkheid om te ruilen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de schoenen die je gekocht hebt net te klein zijn en je ze wilt ruilen voor een maat groter.

Vaak kun je ruilen, maar dit kan maar een bepaalde tijd. Sommige aankopen kun je niet ruilen.

Theorie 2
Kan ruilen altijd?
Nee ruilen mag alleen als je het product nog niet gebruikt hebt en het product nog niet beschadigd is.

Soms kun je niet ruilen. Dit kan bijvoorbeeld als iets helemaal op maat voor jou is gemaakt. Stel dat je een keuken koopt die alleen in jouw huis past. Dan kun je die niet ruilen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat hoort op de open plaatsen:

Kopen betekent dat jij een (1) of een dienst krijgt. In ruil daarvoor geef je (2). 
A
(1) geld (2) product
B
(1) ruil (2) geld
C
(1) garantie (2) geld
D
(1) product (2) geld

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Je kunt een product altijd ruilen. Deze uitspraak is ...

A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Als een product speciaal voor jou op maat is gemaakt dan kun je het niet ruilen. Deze uitspraak is ...
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Ruilen moet binnen een bepaalde tijd. Deze uitspraak is ...
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kun je online kopen?
Tegenwoordig kun je bijna alles ook online kopen. Je gaat dan niet naar een echte winkel, maar koopt iets op het internet. 

Een voordeel hiervan is dat je niet naar de winkel hoeft en heel snel iets kan kopen. Ook mag je het product vaak binnen een bepaalde tijd terugsturen.

Ook door Corona zijn mensen steeds meer online aan het winkelen. Als je online gaat winkelen en je gaat wat kopen is het belangrijk dat je weet dat een webshop veilig is. In theorie 4 krijg je daar meer uitleg over.

Theorie 3
Bekijk wat leerlingen allemaal online kopen.

Slide 20 - Tekstslide

Bron: Jeugdjournaal (29 april 2020)
Titel: Online winkels verkopen opeens heel veel

Je kan alleen kleding online kopen. Deze uitspraak is
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Ook als je online gaat shoppen heb je recht om te ruilen. Deze uitspraak is ...
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Waarom zijn mensen in Coronatijd nog meer online gaan shoppen?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Shop jij weleens online en zo ja, wat koop je dan?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik je verstand bij online shoppen
Maar hoe weet je nou als je iets online gaat kopen dat je het ook echt krijgt. Je kunt een aantal dingen checken om veilig online te shoppen:





Theorie 4
Check de prijs
Is een prijs te mooi om waar te zijn dan is het bijna altijd nep of je koopt iets met (grote) schade.
Kijk of je kunt klagen
Kijk voor je iets bestelt of er contactgegeven zoals een telefoonnummer, mailadres en adres staan. 
Check of de webshop een keurmerk heeft
Als een webshop het keurmerk Thuiswinkel waarborg of Webshop keurmerk heeft, belooft de webshop een bepaalde service. 
Check een beveiligde verbinding
Zodra je online wilt arekenen in een webwinkel moet het webadres in de browserbalk beginnen met 'https://'
Check reviews
Als je online iets wilt kopen kun je vaak bij het product opmerkingen van eerdere klanten bekijken. Dit vergroot de betrouwbaarheid.
Mara, Nikki en Julia werden opgelicht via internet.

Slide 25 - Tekstslide

Bron: Jeugdjournaal (3 mei 2018)
Titel: Mara, Nikki en Julia werden opgelicht via internet

Boris koopt online een trui. Hij betaalt online met IDEAL. Na 10 dagen is zijn trui er nog steeds niet terwijl er stond dat Boris de trui binnen 48 uur zou krijgen. 

Wat kan Boris nu doen?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Je bent aan het winkelen en komt op een webshop. Op de webshop staan schoenen te koop met 96% korting. 
Wat zou je doen?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Heb jij weleens een vervelende ervaring gehad met online winkelen?

Slide 28 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Kiezen en kopen:

  • Je kunt niet alles kopen dus moet je keuzes maken
  • Prioriteit = voorrang 
  • Kopen betekent dat jij een product of een dienst krijgt. In ruil daarvoor geef je geld. 
  • Als je een product hebt gekocht heb je vaak de mogelijkheid om binnen een bepaalde tijd te ruilen.
  • We winkelen steeds meer online.
  • Online winkelen heeft veel voordelen, maar we moeten dit wel veilig doen. 
  • Gebruik je verstand bij online winkelen.


Om te 
onthouden

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verwerking

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ruilspel: 

Stap 1: Bekijk de video van Meester Mike.

Stap 2: Pak een product wat je bij je hebt.

Stap 3: Je krijgt 15 minuten om met klasgenoten te ruilen en een zo waardevol mogelijk product te krijgen. 

Stap 4: Bespreek in de klas hoe het ruilen ging.

Instructie
"Meester Mike wil Pokémonkaart ruilen voor een snelle auto"

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les heb je geleerd wat kiezen en kopen betekent. In de volgende les kijken we naar betalen.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies