4.3 Kracht en versnelling




4.3 Kracht en versnelling
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les




4.3 Kracht en versnelling

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
Herhaling 4.1 en 4.2
Leerdoelen:
Herhaling snelheid, afstand, tijd en versnelling.
- Rekenen met newtons eerste en tweede wet.
Korte Quiz

Slide 2 - Tekstslide

Tesla model S 1-100 2,5 s/100

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling 4.1 en 4.2
Tesla versneld dus (eenparig) in 2,5 seconden naar 100 km/h
a. Bereken de versnelling.
b. Teken het v-t diagram van deze beweging.
c. Berken hoeveel afstand de auto aflegt tijdens het optrekken.

Slide 4 - Tekstslide

4.3 Kracht en versnelling
Kracht en snelheid heeft met elkaar te maken. 

Voor beweging is kracht nodig. 

Slide 5 - Tekstslide

Kracht
Een motor levert aandrijfkracht. 

Dit wordt tegengewerkt door rolwrijving en luchtwrijving. 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

Nettokracht voor auto of fiets
Aandrijfkracht - wrijvingskracht = nettokracht

De wrijvingskracht kan dus contact met de lucht of bodem zijn. 

Slide 9 - Tekstslide

Nettokracht
> 0 = versnelling
< 0 = vertraging
0 = constante snelheid

Slide 10 - Tekstslide

Nettokracht

Slide 11 - Tekstslide

versnelling, massa en kracht

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Welke symbool hoort bij de grootheid afstand?
A
s
B
v
C
a
D
t

Slide 14 - Quizvraag

Welk symbool hoort bij de grootheid snelheid?
A
s
B
v
C
a
D
t

Slide 15 - Quizvraag

Welk symbool hoort bij de grootheid versnelling?
A
s
B
v
C
a
D
t

Slide 16 - Quizvraag

Wat weet je van de beweging als a een negatief getal is?
A
dan heeft het een constante snelheid
B
dan staat het stil
C
dan vertraagt het
D
dan versnelt het

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de eenheid van kracht
A
kg
B
g
C
N
D
m/s2

Slide 18 - Quizvraag

Wat weet je van Fres als een voorwerp stilstaat?
A
deze is 0N
B
deze is in de bewegingsrichting
C
deze is tegen de bewegingsrichting in
D
dit kun je niet weten

Slide 19 - Quizvraag

Wat weet je van Fres als een voorwerp een constante snelheid heeft?
A
deze is 0N
B
Deze is in de bewegingsrichting
C
deze is tegen de bewegingsrichting in
D
dit kun je niet weten

Slide 20 - Quizvraag

Wat weet je van Fres als een voorwerp versnelt?
A
deze is 0N
B
deze is in de bewegingsrichting
C
deze is tegen de bewegingsrichting in
D
dit kun je niet weten

Slide 21 - Quizvraag

Wat weet je van Fres als een voorwerp vertraagt?
A
deze is 0N
B
deze is in de bewegingsrichting
C
deze is tegen de bewegingsrichting in
D
dit kun je niet weten

Slide 22 - Quizvraag

Welke formule hoort bij de tweede wet van Newton
A
v = s: t
B
s = v * t
C
a = v: t
D
F = m * a

Slide 23 - Quizvraag