paragraaf 1.1 De eerste mensen

1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen? 
  • Leerdoelen.
  • Prehistorie en historie.
  • Opdracht Rekenen met de tijd.
  • Wetenschap en geloof.
  • De eerste mensen.
  • Jagen en verzamelen. 
  • Huiswerk. 

Slide 2 - Tekstslide

Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo

Slide 3 - Tekstslide

Elk tijdvak heeft een beeldmerk. Elk beeldmerk heeft twee plaatjes.

Kun je zien wat ze betekenen?

Slide 4 - Open vraag

Leerdoel
  1. Aan het einde van deze paragraaf kun je uitleggen wat het verschil tussen prehistorie en historie is.
  2. Aan het einde van deze paragraaf kun je uitleggen wat het verschil is tussen wetenschap en geloof
  3. Aan het eind van deze paragraaf kun je herkennen en uitleggen op welke manier de eerste mensen leefden.

Slide 5 - Tekstslide

Bronnen
  • Prehistorie: Periode van ongeschreven bronnen

  • Historie: Periode waarin er ook geschreven bronnen zijn 

Slide 6 - Tekstslide

Prehistorie
  • Historie = geschreven geschiedenis

  • Pre = voor

  • Tijd vóór dat mensen konden schrijven 

Slide 7 - Tekstslide

Prehistorie
  • De prehistorie eindigt niet overal ter wereld op hetzelfde moment!

  • Als een volk een schrift ontwikkelt dan begint voor dat volk de historie en eindigt de prehistorie.

Slide 8 - Tekstslide

Archeologie
Een archeoloog zoekt overblijfselen van de menselijke samenleving, zoals gebruiksvoorwerpen. Oude voorwerpen kunnen je iets vertellen die over het leven van honderden dan wel duizenden jaren geleden.
Prehistorie
Prehistorie is voorgeschiedenis. Vroeger bestonden er geen letters en boeken. Om toch te weten hoe het leven er toen uitzag moeten we het opzoeken, Niet op het internet, maar in de grond! 
Wat je vindt...
...mag je houden? Nee, dat is eigendom van de degene van wie de grond is. Heel voorzichtig onderzoeken acheologen de grond, laagje voor laagje. Net als jij vroeger, in de zandbak...
Artefact
Een artefact is iets wat je vindt in de grond. Een bot, stukje gereedschap of een gebruiksvoorwerp. Zoals een kleibeker.

Slide 9 - Tekstslide

  Ongeschreven bron
     Ongeschreven bron
       Geschreven bron
     Geschreven bron

Slide 10 - Sleepvraag

Hoe is de wereld ontstaan? 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide






50 miljoen jaar geleden

Slide 13 - Tekstslide

Hoe is de mens ooit ontstaan?

Slide 14 - Open vraag

Ontstaan mens
Opties/Ideeën:
- Scheppingsverhaal 
- Evolutie 

Slide 15 - Tekstslide

Geloof

Ander woord= religie 
Hierbij is gevoel belangrijk 
Een god of meerdere goden maakten de mensen (scheppingsverhaal) 
Kun je niet bewijzen 
Voorbeelden: christendom, islam, hindoeisme.  

Wetenschap

Belangrijk woord= onderzoek.  
Feiten zijn hierbij belangrijk. 
Als het niet bewezen kan worden is het niet waar.  
De mensen zijn ontstaan uit andere dieren (evolutietheorie) 
Bekende wetenschappers: Darwin, Einstein. 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Charles Darwin
Engelse bioloog die zag dat één diersoort zich op verschillende plekken heeft aangepast aan verschillende omstandigheden in klimaat en landschap.

 Aanpassen = evolueren -->
EVOLUTIETHEORIE

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Wie weet er een voorbeeld van een diersoort die er op verschillende plekken op de wereld anders uitzien?

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Wat is er allemaal verschillend?

  • Kleur vacht (camouflage) 
  • Dikte huid (kou / warmte) 
  • Soorten voedsel (omgeving) 
  • Hoeveelheid voedsel nodig (omgeving) 

Slide 24 - Tekstslide

Opdracht
1: Dieren passen zich aan hun omgeving aan.  
2: De reus Pangu maakte de wereld 
3: Adam en Eva waren de eerste mensen 
4: Dieren en mensen veranderen steeds.  
5: God heeft de wereld gemaakt in 7 dagen.  
6: Ik doe onderzoek en verzamel feiten. 
7: Wat in de bijbel staat is waar, dat voel ik gewoon.  
8: Dinosaurussen hebben nooit bestaan.  
9: De wereld is al miljoenen jaren oud en nooit precies hetzelfde. 

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video


De eerste mensen

  • Homo betekent mens
  • Homo habilis: 'handige mens' (2,1 - 1,5 miljoen jaar geleden)
  • Homo erectus: 'rechtopgaande mens' (1,9 miljoen - 140.000 jaar geleden)
  • Homo sapiens: 'wijze mens' (200.000 jaar geleden tot nu)

  • Homo neanderthalensis: 'Neanderthaler' (275.000 - 20.000 jaar geleden) 

Slide 27 - Tekstslide

Lucy

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

15.000 v. Chr.
  • Laatste stuk van de laatste IJstijd

  • Nederland was voor een groot deel toendra: gras, mos en lage struiken

  • Wilde dieren: mammoeten, wolven, paarden en rendieren

  • Er woonden ongeveer 1000 mensen in Nederland

Slide 30 - Tekstslide

Wacht even! Hoe lang is dat eigenlijk geleden: 15.000 v. Chr.?
A
ongeveer 15.000 jaar
B
ongeveer 10.000 jaar
C
ongeveer 17.000 jaar
D
ongeveer 20.000 jaar

Slide 31 - Quizvraag

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Jager-verzamelaars
  • Leven in kleine groepen (ongeveer 30-50 mensen)

  • Geen vaste woonplaats: nomaden

  • Trekken achter hun eten aan
  • Eenvoudige woningen: hutten/grotten

  • Weinig bezittingen

Slide 34 - Tekstslide

Leven in groepen
Jagers-verzamelaars leefden in kleine groepen van 25 tot 40 mensen.
Binnen de groep was er een taakverdeling tussen mannen en vrouwen. De mannen jaagden en de vrouwen bleven in de buurt van het kamp. Zij hielden het vuur aan en zorgden voor de kinderen.

Slide 35 - Tekstslide

De mannen hielden zich vooral bezig met het jagen op dieren en ook met vissen. Meestal deden ze dat in groepen. Ze jaagden op allerlei grote en kleine dieren.
De taak van de vrouwen was het verzamelen van allerlei eetbare bessen, noten, planten en zaden. Ook zorgden zij voor de kinderen. 
De jagers en verzamelaars waren nomaden. Dat wil zeggen dat ze niet lang op een plaats bleven. Als het voedsel op was trokken ze verder. Daarom zijn hun verblijven ook eenvoudig, geen mooie houten huizen, maar simpele tenten van dierenhuid. Je moest het allemaal makkelijk mee kunnen nemen. Vaak sliepen ze ook gewoon in natuurlijke schuilplaatsen, zoals grotten.
Bijna alles van de gevangen dieren werd gebruikt. Het vllees werd gegeten. De huid werd verwerkt tot kleding en tenten. De pezen werden gebruikt als touw en van de botten werden allerlei gebruiksvoorwerpen, maar ook sieraden gemaakt.
De pijlpunten, vuistbijlen en andere scherpe gebruiksvoorwerpen werden voornamelijk van steen gemaakt. Daarom noemen we deze periode ook wel de Steentijd.

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Waarom zouden er rotstekingen in grotten zijn gemaakt?

Slide 38 - Open vraag

Ötzi als ijsmummie
Reconstructie van Ötzi

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

Huiswerk
maken van paragraaf 1.1 alle opdrachten. 

Slide 41 - Tekstslide