Theorieles blok 2.7 - les 4

Theorieles Specifiek
Blok 2.7 - Les 4
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
tandartsassistentMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Theorieles Specifiek
Blok 2.7 - Les 4

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
  • Welkom
  • Leerdoelen
  • Voorkennis
  • Theorie
  • Vragen
  • Zelfstandig werken

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen les 4
Aan het eind van deze les kun je beschrijven:

  • waarvoor de Opiumwet dient, welke geneesmiddelen t.b.v. de tandartsbehandeling hieronder vallen en wat de vereisten zijn voor de praktijk bij het uitschrijven van recepten met deze geneesmiddelen

  • welke (genees)middelen je uitschrijft in de tandartspraktijk en wat deze middelen inhouden


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis testen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat houdt de Opiumwet in?
A
Hierin wordt vastgelegd welke medicijnen verboden zijn om uit te schrijven i.v.m. verslavende werking
B
Hierin is vastgelegd hoe voorschrijven en afleveren van verslavende geneesmiddelen is geregeld in de
C
Hierin is vastgelegd dat alleen professionals in de zorg medicijnen mogen voorschrijven
D
Hierin is vastgelegd welke drugssoorten er legaal en welke illegaal zijn in NL

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een aantal punten die horen bij de nazorg (wat tot het takenpakket hoort van jou als assistente)?

Slide 6 - Woordweb

  • afhandeling van receptuur en verwijzingen
  • gegevens vastleggen m.b.t. zorgvrager, behandeling van de hulpvraag, receptuur en spreekuren 
  • medische dossiers en verwijsbrieven beheren en archiveren
  • Verzorgen van logistieke deel van TT-werk
  • Begroting opstellen
  • Factuur maken
Wat is een gedifferentieerde tandarts?
A
Een tandarts die diverse aspecten binnen de tandheelkunde uitoefent, bijv. orthodontie, endodontologie, enz.
B
Een tandarts die zich bezighoudt met één specialisme, bijv. orthodontie
C
Een tandarts die door nascholing zich heeft gespecialiseerd in een bepaald specialisme, bijv. orthodontie
D
Een tandarts die een specialisatie heeft gevolgd en daardoor alleen dat facet mag beoefenen, bijv. orthodontie.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je een tandarts die naast zijn vak als tandarts ook nog orthodontie uitvoert?
A
Een orthodontist
B
Een tandarts-orthodontist
C
Een orthodontist-tandarts
D
Orthodontie is een specialisatie en mag niet uitgevoerd worden naast tandartsbehandelingen

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Horizontaal
Verticaal
Collega-tandarts
Tandarts-orthodontist
Endodontoloog
Tandarts gespecialiseerd in esthetiek
Kaakchirurg
Orthodontist
Mondhygiënist
Logopedist
Tandprotetici

Slide 9 - Sleepvraag

https://www.staatvandemondzorg.nl/werkers-in-de-mondzorg/gedifferentieerde-tandartsen/


Welke opleidingen moet je volgen om kaakchirurg te worden?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verwijzing in journaal
Let op: 
Een verwijzing wordt altijd in het journaal genoteerd, met daarbij: 
  • Specialisme
  • Naam van de specialist 
  • Hulpvraag

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geneesmiddelen in de tandheelkunde
Analgetica (pijnstillers)
(Lokale anesthetica; eerder behandeld)
Anti-infectieuze middelen
Desinfectantia/antiseptica
Fluoridehoudende middelen
Speekselsubstituten
Anxiolytica en sedativa

Tandartsen schrijven alleen geneesmiddelen voor waarvan zij de werking kennen en overzien 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Analgetica
  • Pijnstilling
  • Bestrijden pijn, maar niet de oorzaak (=symptomatische therapie)
  • Koorts bestrijdend (=antipyretische analgetica) 
  • Ontstekingsremmend (=antiflogistische analgetica) 


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepen pijnstillers:
  • Salicylaten, bijv. Aspirine (=bloedverdunnend, dus niet na extractie!)
  • Paracetamol: koortswerend, veiligste pijnstilling maar bij langdurig gebruik lever beschadigend
  • NSAID’s (non-steroidal anti-inflammatory drugs), bijv. Ibuprofen, diclofenac en naproxen; ontstekingsremmend 
  • Opiaten


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Anti-infectieuze middelen
Bestrijden infecties, veroorzaakt door micro-organismen


Antibacteriële middelen
  • Bestrijding bacterie-infecties, bijv. acute bacteriële infecties, als profylaxe bij risicopatiënten of ter ondersteuning bij ernstige paro
  • Belangrijk is het spectrum = de groep van pathogene micro-organismen waartegen het middel werkzaam is
  • Breed- en smalspectrum antibioticum




Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk spectrum heeft de voorkeur bij het voorschrijven van een antibioticakuur? (Waarom?)
A
Breedspectrum
B
Smalspectrum

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Antimycotica
  • Bij schimmelinfecties in mondholte
  • Nystatine: orale gel, spoelmiddel of zuigtablet
  • Infectie Candida albicans: vaak in verdiepte plooien mondhoeken (ouderen, prothesedragers met te lage beethoogte)
  • Verminderde weerstand/speekselproductie
  • Advies bij prothese: ‘s nachts gebit in ontsmettende vloeistof

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Desinfectantia/antiseptica
Aantal micro-organismen reduceren
  • Chloorhexidine: complicaties na extractie, aften, tijdelijk minder motoriek om mond te reinigen
  • Waterstofperoxide: doodt anaërobe bacteriën, bijv. alveolitis




Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fluoridehoudende middelen
  • Bevordert groei apatietkristallen: tegen vermindering poreusheid glazuur
  • Voorkomen cariës, stimuleren remineralisatie
  • Systemisch innemen tijdens vormingsfase
  • Beter bestand tegen cariës
  • Tandpasta, mondspoelmiddel, fluorideapplicatie, tabletten
  • Aanvullende fluoridehoudende middelen alleen op indicatie

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speekselsubstituten
  • Kunstspeeksel
  • Vermindering gevolgen van droge mond 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet een 'droge mond' binnen de tandheelkunde?
A
Halitose
B
Xerostomie
C
Mottled enamel
D
Ragaden

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Anxiolytica en sedativa
Rustgevende medicijnen
Angstige patiënten/gehandicapten
Orale toediening
Anxiolyticum (angstremmend middel)

Soms, bij lichamelijk of verstandelijk beperkten: injectie sedativum (kalmerend middel): alleen in ziekenhuis!


Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Receptuur
Zelfstudie

Leer schema met veelgebruikte afkortingen van een recept uit hoofdstuk 14.10 (uit: ‘Tandheelkundige kennis voor tandartsassistenten’) 



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie leerdoelen les 4
Je kunt nu beschrijven:
  • waarvoor de Opiumwet dient, welke geneesmiddelen t.b.v. de tandartsbehandeling hieronder vallen en wat de vereisten zijn voor de praktijk bij het uitschrijven van recepten met deze geneesmiddelen
  • welke (genees)middelen je uitschrijft in de tandartspraktijk en wat deze middelen inhouden

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slot
Maak de volgende opdracht:
Opdrachtenkaart 2.7, theorieles 4

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies