Sensor 2BKMH 1e les

2BKM            Licht            2KM
BK
voor 2BK
BK en KM
voor BK en KM
KM
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

2BKM            Licht            2KM
BK
voor 2BK
BK en KM
voor BK en KM
KM

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen 2BK
Na de les kun je:
  • weten wat een (natuurlijke en kunstmatige) lichtbron is en voorbeelden kunnen noemen
  • weten dat lichtstralen in een rechte lijn lopen
  • wat een gezichtsveld is
  • weten waardoor een schaduw ontstaat en welke vorm de schaduw heeft.
  • Je weet wat een bolle lens is en kunt eigenschappen er van noemen; 
  • je weet hoe je een scherp beeld moet maken.

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen 2KM
Na deze les:
  • Kan je het verschil uitleggen tussen directe en indirecte lichtbronnen
  • Kan je het verschil uitleggen tussen diffuse en spiegelende weerkaatsing
  • Ken je de spiegelwet en kun je die toepassen
  • Kan je lichtstralen en spiegelbeelden tekenen en schaduw construeren.
  • je weet wat lenzen, brandpuntsafstand zijn
  • je kunt een beeld van een lens construeren.

Slide 3 - Tekstslide

Hoe kunnen wij dingen zien?
Geef je antwoord hieronder.

Slide 4 - Open vraag

Lichtbronnen
Lichtbronnen zijn voorwerpen die zelf licht uitzenden.
Er zijn natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen.
Kunstmatige lichtbronnen zijn door de mens gemaakt.

Slide 5 - Tekstslide

Lichtstraal
Lichtstralen zie je niet. 
(wel met mist, rook of stof)
Je ziet voorwerpen doordat er licht opvalt.
Lichtstralen kunnen alleen rechtdoor. ( weerkaatst via spiegels of gebroken door doorzichtig materiaal)

Slide 6 - Tekstslide

Schaduw
Schaduw ontstaat als het licht van een lichtbron wordt tegen gehouden door een ondoorzichtig object. 
Als er meer lichtbronnen zijn, zie je ook meer schaduwen.

Slide 7 - Tekstslide

Gezichtsveld
Je gezichtsveld is alles wat je kunt zien zonder je hoofd of ogen te bewegen.
Er kunnen dingen in je gezichtsveld staan, waardoor je "minder"  ziet.

Slide 8 - Tekstslide

Lenzen
bolle lenzen: -> 
bril, vergrootglas, camera
positieve lens
Met een lens kun je afbeeldingen van voorwerpen op een scherm laten zien. De afbeelding die een positieve lens maakt, staat op de kop!
Het beeld kan kleiner, even groot of groter zijn.
Voor een scherp beeld moet het scherm op de juiste afstand staan.

Slide 9 - Tekstslide

Werk 2BK
Maken:
3.1            1 t/m 7     ( blz. 114)
                 8 t/m 13  ( blz. 116)

3.2          1 t/m 3      ( blz. 119)
                 9 t/m 17   ( blz. 121 / 122)
                 18 en 19   ( blz. 124) 


3.3            1 t/m 6 ( blz. 128)

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Weerkaatsing
spiegelend        diffuus
direct          indirect                diffuus

Slide 12 - Tekstslide

Van wat voor type weerkaatsing is dit een voorbeeld?
A
Diffuus
B
Spiegel

Slide 13 - Quizvraag

Van wat voor soort weerkaatsing is dit een voorbeeld
A
Diffuus
B
Spiegel

Slide 14 - Quizvraag

Wat je moet weten van de spiegelwet

  • Wat de normaal is. De normaal is een lijn die loodrecht op de spiegel staat.

  • Wat de hoek van inval is en hoe je deze bepaalt. De hoek van inval is de hoek tussen de lichtstraal en de normaal.

  • Dat de hoek van terugkaatsing dezelfde hoek heeft als de hoek van inval.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Stappenplan spiegelwet
  1. Bepaal waar pijl de spiegel raakt.
  2. Loodrecht op de spiegel de normaal tekenen (stippellijn).
  3. Bepaal hoek met geodriehoek van de pijl.
  4. Bepaal hoek aan de andere kant van de normaal.
  5. Trek pijl door in dezelfde hoek.
  6. Noteer het aantal graden in de hoeken

Slide 17 - Tekstslide

Wat is de spiegelwet?
A
"letters die je in een spiegelbeeld ziet zijn omgekeerd"
B
"Hoek van inval is gelijk aan hoek van terugkaatsing"
C
"bolle spiegels zijn groter dan holle spiegels"
D
"een spiegel is altijd vlak"

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Video

Spiegelbeeld
Afstand van het voorwerp tot de spiegel is altijd even groot als de afstand van het spiegelbeeld tot de spiegel.

Slide 20 - Tekstslide

Schaduw tekenen
  • Randstralen:
Dit zijn lichtstralen die net langs de rand van het voorwerp gaan.

  • Teken met potlood en liniaal.

Slide 21 - Tekstslide

schaduw van 1 lamp

Slide 22 - Tekstslide

schaduw bij 2 lampen

Slide 23 - Tekstslide

De schaduw aan de linker en rechterkant noem je
A
Kernschaduw
B
Lichtschaduw
C
Halfschaduw
D
Randstralen

Slide 24 - Quizvraag

Lenzen
Lenzen: bril, fototoestel 

Lichtstralen worden afgebogen door een lens.

Elke lens heeft een brandpuntsafstand
Daar komen de afgebogen lichtstralen bij elkaar. ( vergrootglas -> brand)

Bolle lens
Holle lens 

Slide 25 - Tekstslide

Constructiestralen bij een bolle lens
altijd met potlood en liniaal tekenen

Slide 26 - Tekstslide

waar heb je nog een vraag over?

Slide 27 - Open vraag

Maken 2KM
3.1            1, 3, 6, 7 en 14
                  blz. 149 t/m 153

3.2           2, 4 en 6
                  blz. 157 en 158

timer
10:00

Slide 28 - Tekstslide

Einde

Slide 29 - Tekstslide