Burgerschap Introductie les 1

1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klas aanmaken in LessonUp
Waarom?
Je kunt daar al mijn gegeven lessen terugvinden.

Ga naar www.LessonUp.nl
registreer je
vul de code in om in de klas te komen Code  fguvq

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we behandelen?

Welke onderwerpen zullen er volgens jou voorbij komen tijdens burgerschap?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 4 Burgerschapsdimensies (aantekening)
  • Economische dimensie (werk, werkeloosheid en persoonlijke financiën)
  • Sociaal-maatschappelijke dimensie (cultuur, normen, waarden en geloven)

  • Politiek-juridische dimensie (landelijke-, lokale-, wereldpolitiek en (straf)recht
  • De dimensie vitaal burgerschap (verslavingen, donorschap en relaties)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1
Geef per dimensie aan wat je verwacht te leren. 
Vier dimensies, minimaal 2 leerdoelen per dimensie.

  1. Economische Dimensie
  2. Sociaal-Maatschappelijke Dimensie
  3. Politiek-Juridische Dimensie
  4. Dimensie Vitaal Burgerschap

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom Burgerschap?(aantekening)
Behalve dat onze overheid heeft bepaald dat Burgerschap een wettelijke MBO verplichting is, besteden wij aandacht aan Burgerschap omdat...
 
Jij deel uitmaakt van onze samenleving
Jij een persoon bent die (ooit) een professional wordt
Jij een mening hebt die gehoord mag worden
Jij mag leren van anderen en anderen van jou!




Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Burgerschap = durven delen!
Enkele spelregels zijn...

Dat je leert luisteren naar je klasgenoten
Dat je elkaar uit laat praten
Dat we werken aan een open houding
Dat we samen kunnen lachen, maar nooit uitlachen
Dat we respect voor elkaar opbrengen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Zijn er nog vragen?
Economische dimensie:
Hoofdstuk 1: werk en inkomen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen: 
1: Uitleggen welke verschillende typen werk er zijn in   Nederland



2:Uitleggen wat het belang is van werk voor het individu en voor de samenleving.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk jij aan bij het woord:
Economie

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Thema 1: werk

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2A Hoe zit het met je cao?
Werk alleen of in tweetallen, zoek voor jouw branche uit:

  1. Is er een cao? Zo ja, waar kun je die vinden?
  2. Van wanneer tot wanneer geldt deze cao?
  3. Is de cao algemeen binden?
  4. Mogen werkgevers er op bepaalde punten van afwijken? Zo ja, op welke?
  5. Wat is er afgesproken over: minimumsalaris, uitbetaling overwerk, aantal vakantiedagen, toeslag voor avonden en/of weekenden.
timer
5:00

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanvullende opdracht 2B
Maak een flyer: Hoe zit het met de cao?
  • Maak een flyer waarin je uitlegt hoe het zit met de cao in jouw branche. Gebruik in de flyer de antwoorden op de (deel)vragen.
  • Bespreek de inhoud van de flyer met een of twee medestudenten. Op welke punten verschilt de info. op de flyer? Noteer de verschillen en de overeenkomsten.
  • Waar moet de folder aan voldoen: duidelijke taal, A4 of A5 formaat, in de flyer staan de antwoorden op bovenstaande (deel) vragen. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het nut van werken

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Piramide van Maslov (aantekening)
Maslov: 

Je kunt pas aan 'hogere' doelen werken, als de lagen eronder al in orde zijn.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Redenen om te werken (aantekening)
  1. Je verdient er geld mee. 
Hiermee kun je eten, drinken en een woning betalen. 

2. Het biedt jou veiligheid en zekerheid.
Je hebt recht op inkomen en werk. Ook heb je recht op inkomen als je ziek bent. Door te werken zorg je voor  inkomen. Ook is je werk belangrijk in de maatschappij. Wat je doet, doe je meestal niet voor jezelf. (Jij repareert dingen, waarmee anderen weer aan het werk kunnen).  Je bent een (belangrijk) radartje in de maatschappij! 

3. sociaal contact
Contact met je collega's en  klanten is belangrijk voor je welbevinden.

4. Jezelf ontwikkelen
Je blijft leren en jezelf verder ontwikkelen. Je gaat met de tijd mee en innoveert binnen je beroep. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten werk (aantekening)
  • Loondienst
  • Ondernemen (ZZP'er)
  • Stage
  • Vrijwilligerswerk 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bruto? Netto?
+ toeslag

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 3 Check je loonstrook (aantekening)
Check je toeslagen
De overheid geeft toeslagen aan mensen die weinig verdienen. Vaak kun je ook belasting terugvragen.
Bereken op welke toeslagen van de overheid je recht hebt. Check het op: Ga naar Mijn Toeslagen op toeslagen.nl en kies voor ‘Proefberekening toeslagen’. Schrijf op waar jij recht op hebt. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belang van werk voor de samenleving(aantekening)

Producten en diensten
 Menselijke arbeid is nodig om producten en diensten te leveren.

Belasting
 Mensen die werken zorgen voor inkomsten voor de overheid in de vorm van belasting.

Integratie
 Door met elkaar in contact te komen leren mensen elkaars gedrag beter begrijpen.



Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidscontract
Wanneer je betaalde arbeid verricht heb je met je werkgever een heel simpele afspraak: Jij levert arbeid aan je werkgever, je werkgever geeft jou loon. Deze afspraken staan in een arbeidscontract.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat staat er in een arbeidscontract?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat staat er in een contract:(aantekening)

* de naam en woonplaats van jou en je werkgever;
* de plaats of plaatsen waar je werkt;
* je functie of het soort werk dat je doet;
* de datum van indiensttreding;
* de duur van het contract (bij een tijdelijk contract);
* hoeveel uur je werkt (per dag of per week);
* de hoogte van je salaris en wanneer dit wordt uitbetaald;


  • * de hoogte van de vakantietoeslag;
  • * het aantal vakantiedagen;
  • * de opzegtermijn;
  • * je collectieve arbeidsovereenkomst 
  • * (cao)als die van toepassing is.
  • * En …(eventueel) de lengte van je proeftijd;
  • * (eventueel) je pensioenregeling 
  • * (eventueel) je concurrentiebeding.

Er zijn verschillende arbeidscontracten, weten jullie welke?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende soorten arbeidsovereenkomsten (aantekening)
* Contract voor bepaalde tijd

* Contract voor onbepaalde tijd

* Oproepcontract of nulurencontract

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechten en plichten(aantekening)
Als werknemer in Nederland heb je veel rechten. 
O.a. op een redelijk salaris en een veilige en gezonde werkplek (geregeld in de Arbowet)
Maar je hebt als werknemer ook plichten die je kunt samenvatten als de term 'goed werknemersschap'.

Wat hoort volgens jullie onder goed werknemersschap?

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken Opdracht 4 (zie Moodle)

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidsmarkt(aantekening)
Als je een baan zoekt begeef je je op de arbeidsmarkt. Dat is een denkbeeldige markt waarop werkgevers banen aanbieden en werkzoekende werkkracht aanbieden. Net als op iedere markt is er wel eens een tekort of juist een overschot aan het een of het ander. Zo kan de arbeidsmarkt 'krap' zijn, wat betekend dat werkgevers meer moeite moeten doen om mensen te vinden. Er kan ook werkloosheid zijn; dan is het aanbod aan arbeid groter dan de vraag.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

CAO (aantekening)
In veel branches worden collectief afspraken gemaakt over arbeidsvoorwaarden. Dit wordt vastgelegd in een CAO (Collectieve ArbeidsOvereenkomst). Als de CAO algemeen bindend is, betekend dit dat elke werkgever in de branche zich eraan moet houden.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vakbonden (aantekening)
  • Organisaties die opkomen voor de belangen van groepen werknemers.
  • Veel sectoren of bedrijfstakken hebben hun eigen vakbond.
  • Voorbeeld: vakbond voor alle werknemers in het onderwijs of de vakbond voor al het personeel in de horeca. 

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat houd ik netto over?


Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modaal inkomen(aantekening)
Het modale inkomen is het gemiddelde inkomen dat werkende Nederlanders per jaar verdienen. 

Bruto modaal inkomen: € 48.000 per jaar (incl. vakantiegeld)
Bruto modaal inkomen: € 4.000 per maand (excl. vakantiegeld)

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nettoloon
  • Het loon dat je ontvangt op je betaalrekening
  • Nettoloon = brutoloon - inhoudingen

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Brutoloon


Premies volksverzekeringen (gebruikt voor betalen van uitkeringen
Loonbelasting
Nettoloon (krijg je op je rekening gestort 

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld loonstrook

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Minimumloon

Het wettelijk vastgestelde loon dat een werkgever

ten minste moet betalen aan werknemers.

Minimumloon per uur (per 1 januari 2026)

Leeftijd Per uur

21 jaar en ouder € 14,71

20 jaar € 11,77

19 jaar € 8,83

18 jaar € 7,36

17 jaar € 5,81

16 jaar € 5,07

15 jaar € 4,41

De bedragen in de tabel zijn brutobedragen


Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Loonverschillen

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rondkomen van bijstand:

Jongeren van 18 t/m 20 krijgen minder. Ouders verantwoordelijk

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijstand en toeslagen (aantekening)

Toeslagen:    Huurtoeslag (tot bepaalde huurprijs)
                           Zorgtoeslag  (deel zorgverzekeringspremie vergoed)
                           Kinderopvangtoeslag (als beide ouders werken of scholing        
                           volgen)    
                           Kindgebonden budget (vergoeding opvoeding kinderen tot 18 
                           jaar. Afhankelijk van inkomen ouders.)

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stellingen
  1. Het is normaal dat vrouwen vaak minder verdienen dan mannen
   2. Geen enkele baas is 100% te vertrouwen dus ik ga sowieso            bij een Vakbond
   3. Ik wil alleen werken bij een bedrijf waar de CAO leidend is en          niet waar ze de CAO alleen volgen
    4. Als zelfstandige verdien je veel meer dan in loondienst

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 5

Zie Moodle

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies