3.1 Machthebbers in Europa

3.1 Machthebbers in Europa
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

3.1 Machthebbers in Europa

Slide 1 - Tekstslide

Planning van deze week
3.1 Instructie met vragen
Samen opgaven maken

Slide 2 - Tekstslide

Doelen van deze les
Na deze les weet je...
  • Hoe de Franse koning het Franse gebied uitbreidde
  • Hoe de Franse koning zijn binnenlandse macht vergrootte
  • Hoe de Engelse koning minder machtig werd
  • Hoe Nederland werd bestuurd
  • Welke positie de stadhouders hadden

Slide 3 - Tekstslide

Historische context
  • 17e eeuw (1601 t/m 1700)
  • 80-jarige oorlog nog gaande/ de Opstand
  • Gouden Eeuw
  • Wetenschappelijke Revolutie
  • Rampjaar 1672 (veel oorlog)

Slide 4 - Tekstslide

Franse invasie
1672 (Het rampjaar)
  • 120.000 Fransen vallen Nederland binnen.
  • O.l.v. Lodewijk XIV.

  • Samen met Engeland en twee Duitse bisdommen.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Lodewijk XIV
  • Koning van Frankrijk van 1643 t/m 1715. Hij werd de machtigste man van Europa. Opbouw van absolute macht.
  • 1 Goede inkomsten nodig, via belasting kreeg hij die. Het gewone volk moest betalen.
  • 2 Eigen leger nodig. Jaarlijkse oorlogen
  • 3 Een godsdienst in zijn koninkrijk = katholiek. Vervolging protestanten (hugenoten).

Slide 7 - Tekstslide

Absolutisme
''Het streven naar de absolute macht''
Hoeft niet meer naar wetten en de adel te luisteren.

Slide 8 - Tekstslide

''De zonnekoning''

Slide 9 - Tekstslide

Moderne absolute vorsten

Slide 10 - Woordweb

Hij is niet de enige...
  • Karel I van Engeland ook.
  • Veroorzaakte burgeroorlog met  parlement en verloor.
  • Werd onthoofd.
  • Eng. 12 jaar een Republiek.
  • 1660 heroverde Jacobus II de troon.

Slide 11 - Tekstslide

2e burgeroorlog in Engeland
  • Jacobus II wilde absolute macht en was katholiek.
  • Protestanten kwamen in opstand -> hulpvraag aan Willem III. 
  • Wordt koning van Engeland met een grondwet in 1689.

Slide 12 - Tekstslide

Constitutionele monarchie
  • Willem III beloofde naar de wet te luisteren.
  • Mocht niet zonder toestemming van het parlement belastingen verhogen.
  • 'glorious revolution' 

Slide 13 - Tekstslide

Moderne constitutionele monarchie

Slide 14 - Woordweb

En de Republiek dan?
  • De Republiek der Zeven Verenigden Nederlanden.
  • Elk gewest werd bestuurd door de staten.
  • Die kwamen samen in de statengeneraal.
  • Holland was het machtigst. 

Slide 15 - Tekstslide

Bestuur van de Republiek
  • Kleine groep Regenten (kooplieden) had meeste geld en macht = oligarchie.
  •  Hoogste regent van een gewest = stadhouder.
  • Vanaf Willem van Oranje waren de Oranjes stadhouders  van de meeste gewesten.
  • Meerdere periodes zonder stadhouder.
  • Vanaf 1672 (Willem III) kreeg stadhouders veel macht.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Gebroeders de Witt
Door rampjaar 1672 gelynched

Oranjes weer aan de macht van 1672 t/m 1795 als stadhouders.

Slide 18 - Tekstslide

Planning van deze les
3.1 Instructie met vragen
Samen opgaven maken

Slide 19 - Tekstslide

Weet je de antwoorden?
Hoe de Franse koning het Franse gebied uitbreidde
Hoe de Franse koning zijn binnenlandse macht vergrootte
Hoe de Engelse koning minder machtig werd
Hoe Nederland werd bestuurd
Welke positie de stadhouders hadden

Slide 20 - Tekstslide