Mice en place - cocktails

Lesprogramma
Programma 1 oktober
08:45 - 09:30 | Generiek
09:30 - 10:15 | Communicatie

10:30 - 11:15 |  Mice en place 1
11:15 - 12:00 | Mice en place 2 + Hapjes pairing 
12:30 - 14:00 Fase 1 Gastvrijheidsproject 

14:00 - | Afronden 

Mentorgesprek Marissa, Michelle & Dustin
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
HorecaMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Lesprogramma
Programma 1 oktober
08:45 - 09:30 | Generiek
09:30 - 10:15 | Communicatie

10:30 - 11:15 |  Mice en place 1
11:15 - 12:00 | Mice en place 2 + Hapjes pairing 
12:30 - 14:00 Fase 1 Gastvrijheidsproject 

14:00 - | Afronden 

Mentorgesprek Marissa, Michelle & Dustin

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cocktails & Mocktails en Longdrinks 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij al over cocktails, mocktails en longdrinks?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een cocktail?
Cocktails hebben:

Mix van 3 ingrediënten
Hiervan zijn er 2 vloeibaar
Minstens 1 alcoholische drank


Verschillende soorten:
Pre-dinner cocktails
After-dinner cocktails
All day cocktails



Slide 4 - Tekstslide

Leg uit wat een cocktail is en geef een voorbeeld. Laat eventueel een afbeelding van een cocktail zien.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Categorieën 
- all day cocktail
- before dinner cocktail
- after dinner cocktail

Slide 6 - Tekstslide

Een all day cocktail is lager in percentage, waardoor je ze gedurende de dag kunt drinken. 
een before dinner cocktail drink je als aperitief. Een before dinner is altijd 'droog' in smaak
After dinner cocktail: deze drink je als digestief. Een after dinner is altijd zoet van smaak. 

Het verschil tussen een cocktail en mixdrank: een mixdrank bestaat uit twee vloeibare ingrediënten die met elkaar gemixt zijn. 
Een cocktail bestaan uit meerdere vloeibare (of vaste van fruit) ingrediËnten

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

cocktail strainer
Hawthorne strainer

Slide 10 - Tekstslide

Laat de leerlingen zien hoe ze cocktails kunnen strainen
Jigger
Een jigger is een instrument dat wordt gebruikt om precies de juiste hoeveelheid vloeistof af te meten voor cocktails

Slide 11 - Tekstslide

Laat de leerlingen zien hoe ze een jigger kunnen gebruiken
Barlepel
Een barlepel is een langwerpige lepel die wordt gebruikt om cocktails te stirren

Slide 12 - Tekstslide

Laat de leerlingen zien hoe ze een barlepel kunnen gebruiken

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Je kunt cocktails op verschillende manieren mengen: 

Building: bij building schenk je de drankjes in het glas waarin het geserveerd wordt. Je vult het glas aan met ijs. Dan voeg je de dranken toe. Eerst de alcoholhoudende dranken, dan het sap. Afmaken en garneren.

Stirring: bij stirring roer je de cocktail bij de bereiding. Je kunt de cocktail rechtstreeks in het glas bereiden. Vul een cocktailglas met ijs en voeg er de ingrediënten een voor een bij. Roer kort door met een barspoon of een rietje.

Shaking: schudden. Bij shaking gebruik je een shakebeker met ingrediënten en ijsblokjes en schud je de ingrediënten door elkaar. Bij het mengen komt ook smeltwarer van de ijsblokjes door de cocktail Zo koelt het af. MEt shaken verwatert een drankje meer dan met roeren. Meestal werk je met een cocktail met siropen, suiker

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ingrediënten van een cocktail
Gedistilleerde dranken
likeuren
Vruchtensappen
Stropen
Frisdranken met koolzuur
Ijs is onmisbaar!
(garnering)

Slide 22 - Tekstslide

Je maakt bij cocktails gebruik van de gegeven ingrediënten in de dia. Je kunt cocktails ook alcoholvrij serveren. Dan krijg je een mocktail (vigrin cocktail )

Ijs is onmisbaar bij het maken van een cocktail Dit kan op meerdere manieren. Gecrushed of in blokjes. Je kunt ook fruit of munt toevoegen aan de ijsblokjes. Dit geeft een mooie presentatie. 
LAat je ook inspireren door de ingrediënten die je hebt gebruikt bij het maken van de cocktail. Heb je bijvoorbeeld aardbeiensiroop of aardbeienlikeur gebruikt, dan kun je verse aardbeien als garnering toevoegen. 

Suikerrandjes zien er altijd feestelijk uit. Deze maak je door een beetje suikersiroop op een bordje te gieten. Je zet een bordje met fijne suiker klaar. De rand van het cocktailglas dip je heel voorzichtig in de siroop. niet te diep. Daarna dip je met de vochtige rand het glas in het laagje suiker. Laat je randje goed opdrogen. 
Wat is een longdrink?
Een longdrink is een mixdrank die bestaat uit een grote hoeveelheid frisdrank met een kleinere hoeveelheid sterke drank.

Slide 23 - Tekstslide

Leg uit wat een longdrink is en geef een voorbeeld. Laat eventueel een afbeelding van een longdrink zien.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Longdrinks
Er zijn veel bekende longdrinks:
Rum-cola (cuba libre of baco)
Vieux-cola
Gin-tonic
Whisky-soda
Whisky-ginger ale
Wodka-jus d’orange

Slide 25 - Tekstslide

Noem een aantal bekende longdrinks en laat eventueel afbeeldingen zien.
Verschil tussen een cocktail en een longdrink
Het verschil tussen een cocktail en een longdrink is dat een longdrink meer frisdrank bevat dan sterke drank, terwijl bij een cocktail de verhouding andersom is.

Slide 26 - Tekstslide

Leg het verschil tussen een cocktail en een longdrink uit en geef een voorbeeld van elk.
Waarvoor zorgt eiwit in een cocktail

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een cocktail en een longdrink?
A
Een longdrink heeft meer frisdrank dan sterke drank.
B
Een cocktail bevat alleen sterke drank.
C
Een cocktail bevat meer frisdrank dan sterke drank.
D
Een longdrink bevat alleen sterke drank.

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn veel voorkomende ingrediënten in een cocktail?
A
Bier, wijn, melk, koffie
B
Gedistilleerde dranken, likeuren, vruchtensappen, siropen, frisdranken
C
Likeuren, bier, wijn, koffie
D
Frisdranken, vruchtensappen, bier, wijn

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een longdrink?

A
Een alcoholvrije cocktail
B
Een mixdrank met veel sterke drank en weinig frisdrank
C
Een cocktail met alleen vruchtensap
D
Een mixdrank met veel frisdrank en weinig sterke drank

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een pre-dinner en after-dinner cocktail?
A
Alcoholpercentage
B
Garnituur
C
Tijdstip van serveren
D
Ingrediënten

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk barmateriaal wordt gebruikt om ingrediënten te stampen?
A
Barspoon
B
Jigger
C
Muddler
D
Cobbler shaker

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies