Les 1 BK2C --> Thema 3 basisstof 3: Het hart

Inhoud
1. Lees de dia's aandachtig door en vul de digitale vragen in. 
2. Tussendoor wordt er in een dia van je gevraagd om een paar opdrachten uit het boek te maken, namelijk:
Basis: Opdracht 15 t/m 18 (blz 150) 
Kader: Opdracht 8 & 9 (blz 79)
 de rest van de opdrachten uit het boek horen bij de volgende les.
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Inhoud
1. Lees de dia's aandachtig door en vul de digitale vragen in. 
2. Tussendoor wordt er in een dia van je gevraagd om een paar opdrachten uit het boek te maken, namelijk:
Basis: Opdracht 15 t/m 18 (blz 150) 
Kader: Opdracht 8 & 9 (blz 79)
 de rest van de opdrachten uit het boek horen bij de volgende les.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
1. De onderdelen van het hart kunnen benoemen. 
2. Stap voor stap kunnen uitleggen hoe het hart werkt. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je al over het hart?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Video over belang van hart, je krijgt vragen over:
1. Welke 2 stoffen wil je graag hebben, en dus opnemen in bloed? (bouwstoffen en zuurstof) waar doe je dat? (darmen en longen). Welke bloedsomloop is dat?
2. Welk afvalproduct van verbranding wil je graag kwijt? (CO2) Waar doe je dat? (Longen).

next: hoe werkt/pompt je hart?
Welke 2 stoffen wil je graag hebben, en dus opnemen in bloed?
A
zuurstof en koolstofdioxide
B
koolstofdioxide en voedingsstoffen
C
zuurstof en voedingsstoffen

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar neem je zuurstof en voedingsstoffen op in je bloed?
A
In je longen en darmen
B
In je longen en maag
C
In de dunne en dikke darm
D
In je lever en darmen

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

hoe werkt/pompt je hart?
Basis: Opdracht 15 t/m 18 (blz 150)
Kader: Opdracht 8 & 9 (blz 79)
timer
8:00

Slide 8 - Tekstslide

Voordat we precies kunnen kijken hoe het hart werkt, moeten we eerst de onderdelen kennen. Nu mee oefenen in stilte!. Als je eerder klaar bent leer ze vast uit je hoofd.
Sleep de onderdelen naar het hart!
Rechterboezem
Rechterkamer
Linker
boezem
Linkerkamer

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stap 1
Tussen de boezems en de kamers zitten hartkleppen.
1. Boezems trekken samen
2. Hartkleppen gaan open
3. Bloed stroomt van de boezem naar de kamer

open
open

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stap 2

1. Hartkleppen gaan dicht


Er kan geen bloed terugstromen naar de boezems.
De wanden van de kamers zijn dikker dan die van de boezems omdat vanuit de boezems alleen naar de kamers wordt gepompt. De linkerkamer is het meest gespierd, van hieruit wordt het bloed naar heel het lichaam gepompt (behalve de longen).
De wanden van de rechterkamer is wat minder gespierd omdat van hieruit het bloed alleen naar de longen wordt gepompt.
dicht
dicht

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stap 3
Aan het begin van de longslagader en de aorta zitten halvemaanvormige kleppen.
1. De kamers trekken samen
2. Halvemaanvormige kleppen gaan open
3. Er stroomt bloed vanuit de kamers in de slagaders

- de longslagader
- de aorta
De wanden van de kamers zijn dikker dan die van de boezems omdat vanuit de boezems alleen naar de kamers wordt gepompt. De linkerkamer is het meest gespierd, van hieruit wordt het bloed naar heel het lichaam gepompt (behalve de longen).
De wanden van de rechterkamer is wat minder gespierd omdat van hieruit het bloed alleen naar de longen wordt gepompt.
beide open

Slide 12 - Tekstslide

Welke kant van het hart is dikker/gespierder? hoe komt dat?
Stap 4
1. Halvemaanvormige kleppen gaan dicht

Het bloed kan niet terugstromen naar de kamers
beide dicht

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

boezems bovenop, pompen naar de kamers waarbij de hartkleppen opengaan. Bij wegpompen uit de kamer gaan halvemaanvormige kleppen open naar de longslagader & Aorta. Halvemaanvormige klep van longslagader is te zien, want aangesloten op rechterkamer van het hart. 
De hartkleppen vormen de scheiding tussen
A
Boezems en aders
B
Kamers en aders
C
Boezems en kamers
D
Boezems en slagaders

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


De kleppen nr 8. voorkomen dat er bloed terug stroomt naar de boezems als ze gesloten zijn
A
ja
B
nee

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De hartkleppen zorgen ervoor dat bloed
A
sneller stroomt
B
niet terugstroomt in de boezems
C
niet terugstroomt in de kamers
D
langzamer stroomt

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarmee wordt de rechter- en linker helft van het hart gescheiden?
A
hartkleppen
B
kleppen
C
harttussenwand
D
daar zit niets

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


De wanden van het hart
A
zijn overal even dik
B
zijn bij de linkerkamer dikker dan de rechterkamer
C
zijn bij de rechterkamer dikker dan bij de linkerkamer
D
zijn bij de boezems dikker dan bij de kamers

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

hoe heten de kleppen in de aorta en de longslagaders?
A
halve maan vormige kleppen
B
aderkleppen
C
hartkleppen
D
bloedkleppen

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kransslagaders en Kransaders
  • Het hart gebruikt niet het zuurstof of de voedingstoffen uit het bloed dat het pompt
  • Het hart heeft wel veel zuurstof en voedingstoffen nodig.
  • Deze krijgt hij van de kransslagaders.
  • De afvalstoffen en koolstofdioxide worden weggevoerd door de kransaders.
  • Verstoppingen van de kransslagaders veroorzaken hartinfarcten. 

Slide 21 - Tekstslide

Hartinfarct: bloedprop in kransslagader waardoor een deel van de hartspier geen bloedtoevoer meer krijgt. Daardoor kan een deel van de hartspier afsterven, en leiden tot hartritmestoornissen, hartfalen. 

Slide 22 - Tekstslide

Er zijn algemene benamingen voor de aders in je lichaam. normaal gesproken slagaders zuurstofrijk, aders zuurstofarm. behalve long(slag)aders
Een bloedvat loopt vanuit het hart naar de longen toe, dit is een
A
Slagader
B
Ader
C
Haarvat
D
Dit kan alle soorten bloedvaten zijn

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar liggen de kransslagaders?
A
In je hoofd
B
In je longen
C
In je hart
D
In je benen

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het hart krijgt ZELF zuurstofrijkbloed dankzij de:
A
Longader
B
Kransslagader
C
Kransader
D
Aorta

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat is er bijzonder aan de longader?
A
De bloeddruk is er hoog
B
Hij loopt van het hart af
C
Hij bevat zuurstofrijk bloed
D
Hij heeft een gespierde wand

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies