Foto die je maakt in een verduisterde ruimte met een stroboscooplamp.
Een stroboscooplamp geeft met regelmatige tussenpozen een lichtflits.
Alle momenten komen op 1 foto terecht.
Slide 5 - Tekstslide
5.1 Bewegingen vastleggen
Bewegingen vastleggen (voor digitale tijdperk)
Fotograferen
Een beweging vastleggen met korte tussenpozen.
Je krijgt dan een serie foto's met een moment.
Slide 6 - Tekstslide
5.1 Bewegingen vastleggen
tijd
afstand (cm)
afstand(m)
0,0
0,0
0,0
0,2
1,5
0,3
0,4
4,5
0,9
0,6
9,0
1,8
Een afstandtijd -tabel en -diagram maken
1,5 x 20 = 30 cm
30 cm = 0,3 m
schaal = 1 : 20
Slide 7 - Tekstslide
5.1 Bewegingen vastleggen
tijd
afstand (cm)
afstand(m)
0,0
0,0
0,0
0,2
1,5
0,3
0,4
4,5
0,9
0,6
9,0
1,8
Een afstandtijd -tabel en -diagram maken
Slide 8 - Tekstslide
5.2 Gemiddelde snelheid
Onthoudt:
1 km = 1000 m
1 h = 60 min
1 min = 60 s
1 m/s = 3,6 km/h
Slide 9 - Tekstslide
Rekenen met geluid.
Voorbeeld 1:
Een geluid gaat in 0,012 seconden door een voorwerp van 0,6 meter dikte.
Bereken de geluidsnelheid door deze stof.
m/s
v=ts=0,0120,6=50
5.2 Gemiddelde snelheid
Slide 10 - Tekstslide
Rekenen met geluid.
Voorbeeld 2:
De snelheid door een ijzeren rails is 5100 m/s.
Hoelang doet het geluid erover om door 2 km ijzeren rails te bewegen?
t=vs=51002000=0,39s
s=2km=2000m
5.2 Gemiddelde snelheid
Slide 11 - Tekstslide
Rekenen met geluid.
Voorbeeld 3:
De snelheid van het licht is 300.000.000 m/s.
Een lichtstraal doet er 500 seconde over om de aarde te bereiken.
Wat is de afstand tussen de zon en de aarde?
s=v⋅t=300.000.000⋅500=150.000.000.000
m
5.2 Gemiddelde snelheid
Slide 12 - Tekstslide
8.1 Geluid maken en horen
Rekenen met geluid.
Opdracht:
Meike ziet haar vader in de verte hout hakken. Als de bijl het hout treft, hoort zij pas na 0,5 seconde de klap. De afstand tussen Meike en haar vader is 168 m.
Bereken de snelheid van het geluid.
v=ts=0,5168=336
m/s
Slide 13 - Tekstslide
5.2 Gemiddelde snelheid
Een fietser legt een 10 meter af in 2 seconde.
Bereken de gemiddelde snelheid in m/s en km/h
.
Slide 14 - Tekstslide
5.2 Gemiddelde snelheid
Een fietser legt een 10 meter af in 2 seconde.
Bereken de gemiddelde snelheid in m/s en km/h
m/s
v = 5 m/s x 3,6 = 18 km/h
.
v=ts=210=5
Slide 15 - Tekstslide
5.2 Gemiddelde snelheid
Bereken de afstand die de auto aflegt in 8 s.
Manier 1
- Eerst vgem bepalen
Slide 16 - Tekstslide
5.2 Gemiddelde snelheid
vgem = 25 m/s
Bereken de afstand die de auto aflegt in 8 s.
Manier 1
- Eerst vgem bepalen
Slide 17 - Tekstslide
5.2 Gemiddelde snelheid
vgem = 25 m/s
Bereken de afstand die de auto aflegt in 8 s.
Manier 1
- Eerst vgem bepalen
- s = v x t = 25 x 8 = 200 m
Slide 18 - Tekstslide
5.2 Gemiddelde snelheid
Bereken de afstand die de auto aflegt in 8 s.
Manier 2
- Eerst vgem bepalen:
- m/s
- s = v x t = 25 x 8 = 200 m
vgem=2vbegin+veind=210+40=25
Slide 19 - Tekstslide
5.2 Gemiddelde snelheid
Bereken de afstand die de auto aflegt in 8 s.
Manier 3
- Verdeel de grafiek in figuren
- Bepaal de oppervlakte.
- Tel de opp. bij elkaar op.
Slide 20 - Tekstslide
De versnelde beweging
5.3 Versneld - eenparig - vertraagd
De tijd tussen de afbeeldingen blijft hetzelfde.
De afstand tussen de afbeeldingen wordt groter.
De snelheid neemt toe.
Dus een versnelde beweging
Slide 21 - Tekstslide
De versnelde beweging
5.3 Versneld - eenparig - vertraagd
De lijn in de afstand-tijd grafiek loopt steeds steiler omhoog.
De snelheid neemt toe.
Dus een versnelde beweging.
Wat is de snelheid op t = 4 s?
snelheid = afstand : tijd
= 6,4 : 4 = 1,6 m/s
Slide 22 - Tekstslide
De versnelde beweging
5.3 Versneld - eenparig - vertraagd
De lijn in een snelheid-tijd diagram gaat recht omhoog.
De snelheid neemt toe.
HAVO
vgem = 6 m/s
Bereken de afstand die wordt afgelegd in 3 s.
vgem = 12 + 0 / 2 = 6 m/s
afstand = snelheid x tijd
= 6 x 3 = 18 m
Slide 23 - Tekstslide
De eenparige beweging
5.3 Versneld - eenparig - vertraagd
De tijd tussen de afbeeldingen blijft hetzelfde.
De afstand tussen de afbeeldingen blijft hetzelfde.
De snelheid blijft gelijk.
Dus een eenparige beweging
Slide 24 - Tekstslide
De eenparige beweging
5.3 Versneld - eenparig - vertraagd
De lijn in een snelheid-tijd diagram blijft horizontaal.
HAVO
Slide 25 - Tekstslide
De vertraagde beweging
5.3 Versneld - eenparig - vertraagd
De tijd tussen de afbeeldingen blijft hetzelfde.
De afstand tussen de afbeeldingen wordt kleiner.
De snelheid neemt af.
Dus een vertraagde beweging
Slide 26 - Tekstslide
De vertraagde beweging
5.3 Versneld - eenparig - vertraagd
De lijn in de afstand-tijd grafiek loopt steeds minder steil omhoog.
De snelheid neemt af.
Dus een vertraagde beweging.
Slide 27 - Tekstslide
De vertraagde beweging
5.3 Versneld - eenparig - vertraagd
De lijn in een snelheid-tijd diagram gaat recht omlaag.
De snelheid neemt af.
HAVO
Slide 28 - Tekstslide
De remweg
Als een autobestuurder het rempedaal intrapt, neemt de snelheid af. Tijdens het remmen legt de auto nog wel een bepaalde afstand af. Deze afstand wordt de remweg genoemd.
Hoe langer de remweg, des te groter is de kans op een ongeluk.
5.4 Remmen en botsen
De remweg hangt af van drie factoren:
beginsnelheid: hoe groter, des te langer de remweg
de (totale) massa: hoe zwaarder, des te laner de remweg
remkracht: hoe groter de remkracht, des te korter de remweg
Slide 29 - Tekstslide
De beginsnelheid en de remweg
De gegevens uit de grafiek zijn afkomstig uit remproeven onder normale omstandigheden:
goede remmen en banden
normaal wegdek
droog weer
5.4 Remmen en botsen
Slide 30 - Tekstslide
Reactietijd
De tijd tussen zien en reageren wordt de reactietijd genoemd.
De normele reactietijd ligt tussen de 0,7 en 1,0 s
De reactietijd wordt groter als:
je niet oplet
vermoeid bent
gebruik van medicijnen
gebruik van alcohol en drugs
5.4 Remmen en botsen
Slide 31 - Tekstslide
Stopafstand
De stopafstand is de afstand die je aflegt tussen het zien van een situatie (gevaar) en het tot stilstand komen.
De stopafstand is afhankelijk van:
de reactie afstand: de afstand die je aflegt tussen het zien van een situatie (gevaar) en het reageren (remmen)
de remweg: de afstand die je aflegt tussen het remmen en het tot stilstand komen.
5.4 Remmen en botsen
Slide 32 - Tekstslide
Stopafstand
De stopafstand is de afstand die je aflegt tussen het zien van een situatie (gevaar) en het tot stilstand komen.
5.4 Remmen en botsen
Slide 33 - Tekstslide
Stopafstand
Evi rijdt met een constante snelheid van 36 km/h op haar scooter als zij plotseling moet stoppen. Haar reactietijd is 0,7 s en haar remweg 12 m.
Bereken de stopafstand.
36 km/h = 10 m/s
reactie afstand = snelheid x tijd = 10 x 0,7 = 7 m